RSS Amplifier

André van Delft · Apr 4, 2026

Een teken zijn we, zonder duiding

0
Sign in to vote or save

This page did not load. You can still read it on the original site — the toolbar below keeps your place in the directory.

Verdwalen met zes spinvisliedjes

Erik de Jong heeft onlangs aangekondigd te stoppen met zijn Spinvisband. Hij blijft muziek maken, nog steeds onder de naam Spinvis, maar met zijn band stopt hij, en hij gaat zo een ongewisse toekomst in. Een nieuwe plaat zal vast nog komen, maar ‘dat kan nog vele jaren duren’.

Dat Erik de Jong nu een hoofdstuk afsluit en een nieuwe begint, is een mooie gelegenheid om eens terug te kijken. Want wat is Spinvis eigenlijk, of wat is Spinvis tot zover geweest? Zelf geeft hij aan geen idioom te hebben, niet zomaar te vallen onder een genre als country, of reggae. Toch hebben we wel degelijk een bepaald idee bij Spinvis. Wat is dat voor idee?

Opvallend is dat De Jong vooral verzet toont wanneer men zijn muziek probeert te typeren. Bij de Volkskrant deed iemand hiertoe een poging door te vragen of in een systeemplafond ook een Spinvisliedje zit. De Jong antwoordt: ‘Nee, dat is te makkelijk. Als je denkt “dat zou een Spinvisliedje zijn,” dan werkt het al niet meer. Dan wordt je een pastiche van jezelf.’ Het bemoeilijkt de vraag naar wat Spinvis typeert – blijkbaar laat het Spinvisliedje zich niet graag vangen.

Eén van de aspecten van Spinvis die door luisteraars (mijzelf inbegrepen) vaak wordt gewaardeerd, zijn zijn karakteristieke teksten. Maar opnieuw: hoe typeren we die teksten dan? Het wordt wel dwalend, associatief of poëtisch genoemd. Maar met zulke globale adjectieven gooien we het net te breed uit.

Voor ik vergeet

Laten we daarom wat concreter worden. Neem Voor ik vergeet, een van de singles van zijn debuutalbum uit 2002. Het lied is een willekeurig ogende greep van herinneringen – een kerk die hier heeft gestaan, een Tic Tac die in mijn neusgat zat, een feest ergens op de Biltstraat – die de ik-persoon in allerijl bij elkaar raapt, alvorens hij vergeet.

Er klinkt een zekere tragiek door in het lied, omdat de herinneringen zo onsamenhangend en nietszeggend zijn voor de luisteraar. Het lijkt daarmee ook al tevergeefs te zijn: al die herinneringen zijn benoemd, voor de ik-persoon lijken ze van grote betekenis, voor de toehoorder zijn het slechts willekeurige beelden. Eenmaal aangekomen bij de luisteraar zijn de herinneringen eigenlijk al vervlogen. Zoals Spinvis in later in het lied Heel goed nieuws zal zingen: ‘Alle tijd die je bewaren wou, verkruimelt langzaam in je hand en waait naar zee.’

(Laten we overigens de angel van het liedje niet onbenoemd laten: ‘voor ik vergeet … ik hou van jou, ik hou zoveel van jou.’ Voor ik alles vergeet, alle tijd die ik wilde bewaren is verkruimeld, laat me snel gezegd hebben dat ik van je hou. Wát een liefdeslied.)

Wespen op de appeltaart

Het motief dat hier is opgekomen aan de hand van Voor ik vergeet, dat van de betekenis van de dingen die voor de een zo vanzelfsprekend lijkt, en voor de ander nietszeggend, komt in een andere vorm terug in het lied Wespen op de appeltaart. Op het eerste gezicht is dit een vrolijk lied (‘Het wordt een hele mooie dag vandaag’), dat lijkt te gaan over een verjaardag, maar gaandeweg wordt voor de luisteraar duidelijk dat het geen verjaardag is, maar iets wat lijkt op een psychiatrische instelling.

Het blijkt een beschrijving te zijn van het binnenperspectief van een patiënt op een dergelijke instelling. Hem ontgaat deze hele betekenissamenhang, alle tekenen die daarop wijzen, plaatst hij in een hele andere context, namelijk die van een verjaardag. Al zij het met een naargeestig randje: ‘Ik zou niet weten wie er jarig is, hoera! Of hoe het nou toch verder moet met mij.’ Ook dit lied heeft uiteindelijk een tragisch karakter, dit keer vanwege de ik-figuur, voor wie de betekenis van alle dingen vervlogen is.

Gezien we hier zo de focus leggen op Spinvis’ teksten, is het goed om enige nuance aan te brengen. Want dat iedereen zo aan zijn teksten hecht, roept wederom bij Erik de Jong veel verzet op. ‘Het begint bij klank’, zegt De Jong, ‘het allereerste begin is de klank.’ Pas later schrijft hij zijn teksten. En als die teksten er vervolgens zijn, ‘dan komt er betekenis bij waar ik helemaal niet op zit te wachten.’ Het lijkt een noodzakelijk kwaad te zijn: hij werkt aan zijn compositie, schrijft er een tekst bij, maar onvermijdelijk sleept die tekst allerlei ongewilde betekenis met zich mee.

Dat mensen zoals ik zijn verzot op zijn teksten, en hijzelf het slechts ziet als een noodzakelijk kwaad is een wonderlijk gegeven. Het is een blijk van zijn vakmanschap dat de teksten en hun betekenis die via de achterdeur binnenkomt, toch zo aansprekend zijn.

Wel roept het de vraag op waarom ik er hier zo de nadruk op leg, terwijl hij ze zelf blijkbaar ondergeschikt maakt aan de muziek. Ik doe dat, omdat ik tot de conclusie ben gekomen dat in de teksten zelf het verzet tegen hun betekenis doorklinkt. Zo zijn de herinneringen uit Voor ik vergeet betekenisloos gemaakt, en krijgen de gebeurtenissen voor de ik-figuur uit Wespen op de appeltaart een andere betekenis. Al heel vroeg zien we Erik de Jong worstelen met dit spel van de betekenis van woorden, en mijn vermoeden is dat het juist dit spel is dat zijn liedjes zo interessant maakt.

Later, rond het verschijnen van het album 7.6.9.6, geeft Erik de Jong in interviews ook expliciet blijk van deze worsteling. Dat zien we bijvoorbeeld terug in die albumtitel. Welk woord je ook aan een albumtitel toevoegt, het betekent onvermijdelijk iets. Vandaar de keuze voor een cijfercombinatie, ‘want een cijfercombinatie heeft geen gevoelswaarde’, zegt De Jong, dus die kun je daar zelf in gaan leggen:

Ik ben de eerste die in die kamer komt, ik ben de eerste die daar gevoel in gaat leggen. Dus van nu af aan zal voor de mensen die die plaat kennen 7.6.9.6 volkomen en uniek alleen maar gevoelswaarde zijn voor die plaat. Er is niets anders dat zo heet.

Ook bij het album Be-Bop-A-Lula, dat erna verscheen, zien we dit terug. Het is de titel van een lied van Gene Vincent, die halverwege de vorige eeuw aan de wieg van de rock-’n-roll heeft gestaan. De kreet die klinkt bij de opening van het album van Spinvis is ook een sample uit onderstaande live-uitvoering:

Dat niet iedereen deze verwijzing oppikt, is vervolgens precies het punt, zo schrijft hij bij de aankondiging van de plaat:

Be-Bop-A-Lula. De geboorteschreeuw van de rock-’n-roll was het, in 1956. Voor de een betekent het niets, voor de ander alles. En precies dat is het idee.

Zelfs in de artiestennaam ‘Spinvis’ zien we zijn spel met betekenis terug. Wat betekent die naam? Als je het hem vraagt, zegt hij iets als: ‘Tja. Het begint met een s en het eindigt met een s’. Het is ook maar een willekeurige samenstelling van twee dieren, waarvan de vreemdheid ons pas in het oog springt wanneer we het leggen naast vergelijkbare namen als ‘Koepaard’ of ‘Molworm’. Ook de naam Spinvis zelf is een lege ruimte geweest waar hij voor het eerst in is gekomen, en met zijn idioomloze muziek gevoel in heeft weten te leggen. En wij weten precies wat het betekent, net als de jongeren in 1956 wisten wat ‘Be-Bop-A-Lula’ betekende, maar we kunnen het niet uitleggen. Dát is het idee. Dat wij een helder beeld hebben bij het Spinvisliedje, maar moeite hebben om het te typeren (zoals ook weer uit deze tekst blijkt), doet Erik de Jong vermoedelijk lachen zijn vuistje.

Portugal

Met dit alles is overigens ook weer niet gezegd dat het hem maar om het even is waar zijn muziek eigenlijk over gaat. Hij vormt wel degelijk ideeën of narratieven rondom zijn liedjes en laat zich daarbij ook volop inspireren door mensen of gebeurtenissen om hem heen. Hierbij is hij in het bijzonder aangesproken door de alledaagse spreektaal, vanwege de muzikaliteit ervan (het ritme, de toon), maar ook weer vanwege de verhulde betekenis:

Spreektaal is muziek voor mij. En het mooie van spreektaal is dat je heel goed voelt dat er verdriet achter zit. Dat wordt niet benoemd, maar je voelt het wel. Dat is het geheim van een goede tekst voor mij.

Een mooi voorbeeld hiervan is het lied Portugal. Het lied is doorspekt van allerlei alledaagse teksten als: ‘Mijn god, wat een taxi kost,’ of: ‘Heb de serie ook gezien, maar het was toch niet zo goed als het eerste seizoen.’ En toch voel je dat er iets weemoedigs in de lucht hangt, ook mede ingegeven door het sobere, bijna lege arrangement.

En dan in het refrein breekt het een klein beetje open, onder begeleiding van een prachtig geplaatst gitaarpatroontje. In een enkele zin wordt het verdriet expliciet benoemd, maar het zijn de zinnen eromheen die, juist omdat ze ervandaan lijken te willen vluchten, het verdriet extra kracht bij zetten:

Het was leuk
Hij is niets veranderd, vind je niet?
Een beetje breekbaar door verdriet
Rookt op het balkon
En dat hij jou zo mist
Portugal was mooi geweest
En je kon miljoenen sterren zien
Hij heeft ook ander werk
Je weet wat ik bedoel

Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond

Een andere manier waarop dit spel met betekenis tot uiting komt, is via een veelgebruikte strategie die Erik de Jong hanteert om zijn liedjes te schrijven. Hierbij stelt hij zich het lied voor als een soort woordweb, waarbij alles verwijst naar een centraal idee of verhaal in het midden, dat hij er vervolgens tussenuit haalt. Zo geeft hij aan dat bijvoorbeeld te hebben gedaan met het lied Oostende:

Ik had het verhaal bedacht, dat zit dan in het midden en alle zinnetjes wijzen daar naartoe, en dan haal ik het verhaal er weer uit, en alles wat je overhoudt zijn alleen maar de zinnetjes die naar iets wijzen, maar je weet niet waar naartoe.

Een lied waar dat voor mij duidelijk werd was Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond. Ik kon maar niet begrijpen waar dat lied eigenlijk over ging. ‘De wereld is rond. Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond.’ Wat wil zo’n tekst nou zeggen?

Ik bleef in verwarring, tot een aantal jaar terug Erik de Jong bij een optreden dat ik bijwoonde het lied ongeveer zo aankondigde:

Als je liefdesverdriet hebt, dan moet je helemaal niet bij mij wezen. Dan zeg ik van die rare dingen als: ‘soms breekt er een hart, soms blaft er een hond,’ om mensen te troosten.

Opeens vielen voor mij al die willekeurig ogende zinnetjes op zijn plek. Het lied blijkt een tedere poging te zijn om liefdesverdriet te relativeren. ‘Het litteken blijft wel, en ooit over jaren, is dat soms fijn.’ En als je dat eenmaal ziet, is het moeilijk te begrijpen dat je dat ooit niet hebt gezien.

Icarus

Bij Icarus komen we ook een woordweb tegen. Het lied is een prachtig gearrangeerde, lyrische ode aan de zon. Rijk aan taalspelingen en verwijzingen. Gasballon, supernova, kernbonbon. En het woord ‘factor’ in ‘zing, zing, zing, factor twintig keer’, dat in deze context opeens doet denken aan zonnebrand. Zelfs de keuze voor het woord ‘magistraal’ is vermoedelijk een verwijzing naar het extatische gedicht ‘De magistrale stralende zon’ van Johnny ‘The Selfkicker’.

In het tweede deel maakt het lied een wending: ‘Toen het verhaal begon, toen ik nog vliegen kon’. Duidelijk een verwijzing naar de mythe van Icarus, die dus de ik-figuur blijkt te zijn, de zanger van de ode. Het hele lied cirkelt rondom deze ene figuur en zijn liefde voor de zon, die ditmaal niet uitgewist, maar tot titel verheven is.

We kunnen niet zoveel

Als laatste wil ik nog het lied We kunnen niet zoveel bespreken. Het is samen met een ander lied als een soort appendix van Be-Bop-A-Lula apart uitgegeven. Op de cover van de uitgave is ook het schilderij van Be-Bop-A-Lula te zien, aan de muur hangend.

Het lied is een soort apotheose van de betekenisloosheid. Ditmaal is het niet het liedje zelf, maar zijn wij het die betekenisloos zijn, dat wil zeggen, die niet zoveel kunnen betekenen. Alles wat wij met veel moeite teweeg proberen te brengen, haalt in feite niet zoveel uit. Het lied is oorspronkelijk gemotiveerd door de onmacht van de psychiatrie, maar Erik de Jong heeft dit inzicht verheven tot een haast kosmische schaal:

En alle dokters en alle dichters
En alle goden en elk atoom
Alle boeken en profeten
Al het weten
Al het leven
Elke droom
We kunnen niet zoveel
En in feite eigenlijk niets
Maar als we dat tenminste delen
Dan is dat tenminste iets

Paradoxaal genoeg is de tekst van dit lied, dat de betekenisloosheid van de mensheid viert, zelf juist heel expliciet en daarmee eigenlijk gevoelsmatig juist vrij ‘on-spinvisiaans’.

Hoewel het lied niet het laatste is dat Spinvis heeft uitgebracht, voelt het voor me, als appendix van het laatste echte solo-album dat hij tot nu toe heeft uitgebracht, wel als een symbolisch slot voor de muziek van Spinvis tot zover. ‘Het verhaal is verteld.’ Het schilderij hang aan de muur. En het betekent, in het grotere geheel der dingen, nog steeds niet zoveel. Zou er één gedachte bestaan die het Spinvisliedje kan typeren, dan is volgens mij dit het wel: We betekenen niet zoveel.


De titel van dit stuk, ‘Een teken zijn we, zonder duiding’, is een vertaling van een dichtregel van Hölderlin, uit een vroege schets van het gedicht ‘Mnemosyne’:

Ein Zeichen sind wir, deutungslos,
Schmerzlos sind wir und haben fast
Die Sprache in der Fremde verloren.

Read on andrevandelft.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.