RSS Amplifier

Julia’s AI voor Aarde nieuws · Jul 18, 2026

Zou je een PhD aanraden?

0
Sign in to vote or save

Julia Wąsala · Julia’s AI voor Aarde nieuws

Ik heb nog maar 6 werkdagen als promovenda aan de Universiteit Leiden, en mijn scriptie is ook al bijna klaar, en wacht nog op de laatste iteraties met mijn begeleiders voordat het naar de leescomissie gaat. Nu krijg ik vaak de vraag: vond je het leuk om een PhD te doen, zou je het anderen aanraden? Nou, daar heb je twee lastige vragen. Het zegt misschien ook al wat dat ik technisch gezien wegga uit de academie: in september ga ik fulltime als scientist greenhouse gases & remote sensing (broeikasgassen & satellietdata) bij TNO (ik ben nu al part-time begonnen). Ik blijf dus met één been in onderzoek staan, maar TNO is een bedrijf, dus er zal ook heel veel anders zijn (en daar ben ik heel dankbaar voor).

Als je mijn nieuwsbrieven hebt gelezen hoop ik dat er één ding duidelijk is: dat ik onderzoek doen ontzettend leuk & voldoenend vind. Daarbij bedoel ik het inhoudelijke werk: leren wat voor openstaande vragen en problemen er nog zijn in je vakgebied, die heel precies afbakenen, en dan proberen oplossingen er voor te bedenken. Of in ieder geval wat meer antwoorden te vinden. Ik onderzoek AI modellen als een aanvullende oplossing voor klimaatproblematiek. Ik vind het klimaat heel belangrijk, maar alleen die motivatie was nooit genoeg geweest als stuwende kracht om mijn PhD door te komen. Los van de toepassing vind ik het hele proces van onderzoek heel erg leuk.

Wat je daarnaast vast ook hebt meegekregen uit mijn nieuwsbrieven, is dat ik erg struikel over het systeem waar we onderzoek in doen. Dat zou een systeem moeten zijn dat onderzoek mogelijk maakt (en dat doet het natuurlijk wel, tot op een bepaalde hoogte), maar ik heb ook ervaren hoe de manier waarop de universiteit en wetenschap in het algemeen zijn ingericht ons wetenschappers ook enorm kan tegenwerken. En ironisch genoeg, gezien dat één van de rollen van wetenschappers is om te innoveren en nieuwe oplossingen te maken, gooien een hoop van ons onze handen in de lucht over problemen in de wetenschapswereld, want dat is nu eenmaal hoe het is en in je eentje ga je niks veranderen. En ja, zo verandert er natuurlijk nooit wat.

Een banaal voorval op de universiteit een paar maanden geleden was voor mij emblematisch voor dit soort situaties. Wij hebben op de faculteit een aantal vergaderruimtes met van die videoconferencing installaties (een beeldscherm met een camera+speaker+microfoon, waarmee je hybride meetings kunt houden). In de vergaderruimte waar wij onze wekelijkse onderzoeksgroepvergaderingen hadden, kregen we het scherm maar niet aan de praat, wat erg irritant was voor onze hybride meetings. Ergens was het komisch natuurlijk, 8 informatici in een ruimte en we krijgen de IT nog steeds niet aan de praat. Uiteindelijk stopten we gewoon met het proberen het aan de praat te krijgen, we startten de Zoom meeting op 1 van onze laptops, en op een gegeven moment kocht de onderzoeksgroep zelfs een eigen beeldscherm + camera unit op wielen.

Ik heb als student voor de IT afdeling van de universiteit gewerkt, dus ik dacht, hier moet toch een oplossing voor zijn? Dit is een spiksplinternieuw gebouw, we zullen het wel helemaal verkeerd begrepen hebben. Dus ik heb rondgevraagd wie hier de juiste contactpersoon voor was, en via de mail een afspraak gemaakt met de persoon die de installatie had geplaatst, zodat hij ons kon laten zien hoe je het op kon zetten (zodat je slides kon delen, en camera en speaker enzo gebruiken in Zoom).

De beste man was vóór onze afspraak even gaan kijken in de ruimte (goede voorbereiding!), en wat bleek: de hele installatie heeft het nooit gedaan! Het was stuk! We zaten ondertussen een jaar ofzo (in ieder geval meerdere maanden in dit gebouw), niemand heeft het scherm kunnen gebruiken, maar niemand heeft ook maar geprobeerd het probleem op te lossen. We halen onze schouders op, en misschien kopen we een dure nieuwe installatie zonder een oplossing proberen te vinden. De vergaderruimte was uiteindelijk gerepareerd omdat ik, een koppige PhD student, maar niet kon accepteren dat het niet werkte, en op eigen initiatief is rond gaan vragen hoe het probleem opgelost kon worden. Het was niet eens mijn verantwoordelijkheid. En nadat het gerepareerd was, heeft niemand mijn rol hier in erkend.

We wisten allemaal dat er iets niet werkte, niemand neemt de verantwoordelijkheid om het op te lossen, en als dan iemand (wiens verantwoordelijkheid het niet was), het oplost, krijgt diegene geen waardering. Ja, geen wonder dat onze peer review nog steeds dysfunctioneel is, dat academici geen vaste contracten krijgen, dat PhD studenten zichzelf burnouts in werken omdat ze hun PhD af moeten maken in eigen tijd. Ik vind het echt niet erg als de situatie niet perfect is, maar wat ik wel nodig heb, is het gevoel dat ik mensen om me heen heb met wie we samen deze problemen proberen op te lossen, en dat we niet allemaal maar accepteren dat het dysfunctioneel is.

Gelukkig zijn er een hoop fantastische mensen in de wetenschap, en je kan het echt op een goede plek terecht komen. Maar er is geen vangnet als je in een groep terecht komt met een problematische werkcultuur, en je bent als PhD echt een beetje ongezond afhankelijk van je begeleider. Dat kan een recept voor ongeluk zijn. Het is echt niet zeldzaam dat dat mis gaat. Ik heb zo veel PhDs gesproken die moeizame werkrelaties of -omstandigheden hebben.

Een beetje pessimistisch allemaal. Dat klinkt alsof ik het niet leuk heb gehad. Ik heb het wel leuk gehad: ik heb ontzettend veel geleerd (niet alleen inhoudelijk over mijn vakgebied, maar ook andere vaardigheden zoals communicatie en ik heb heel veel geleerd over mezelf, hoe ik het beste werk), en ik heb zo veel leuke mensen ontmoet. De leuke mensen zijn echt overal in de wetenschap. Wat ik jammer vond is dat ik met hele leuke mensen in de groep zat, maar ik uiteindelijk het merendeel van de tijd alleen werkte. Ja, we hadden lunch, en koffiepauzes, en conferenties samen, maar dat is niet helemaal hetzelfde als samen een pad voorwaarts leggen.

Zou ik aanraden om een PhD te doen? Dit is dan weer typisch ik, maar ik zou je eerst heel veel vragen willen stellen voordat ik je daar iets over kan zeggen. Ten eerste ligt heel erg aan wie je bent als persoon, what makes you tick. Onderzoek doen is heel chaotisch, en je moet honderd dingen door elkaar doen, de hele tijd. Je krijgt daar wel heel veel vrijheid voor terug. Als je al van tevoren weet dat je graag structuur en duidelijke afspraken hebt, zou ik oppassen (maar het is nog niet helemaal verloren, zo punt 2). Soms moet je er ook gewoon in duiken om te leren of het voor jou is. Dat is oké, maar als je vroeg al ontdekt dat het niet voor jou is, moet je je niet schamen of denken dat je ‘zwak’ bent als je eerder stopt. Je bent dan in ieder geval sterker dan een groot deel van de PhD studenten die blijven, omdat ze denken dat het op de een of andere manier hun fout is dat ze niet gedijen.

Daar komt punt 2. Ik denk dat of een PhD bij je past uiteindelijk heel erg ligt aan de match tussen jou en de positie die je zou vervullen: zit je op één lijn met je begeleider, vind je de werkcultuur in de onderzoeksgroep fijn? Dat is belangrijker dan het onderwerp dat je gaat onderzoeken. Bijvoorbeeld: ik hoor vaak dat Leiden veel minder structuur en regels heeft dan de UvA. Zo heb je verschillen tussen landen, universiteiten, afdelingen, onderzoeksgroepen, en begeleiders. Het is natuurlijk lastig om tijdens de sollicitatie helemaal te beoordelen of de omgeving bij je past, maar luister vooral naar je onderbuikgevoel. Er zijn echt veel PhD posities en er is geen haast om te kiezen. Als er niet nu iets komt, zal er later vast een positie zijn. En als je een begeleider vindt waar je graag mee zou kunnen werken, trek je stoute schoenen aan en vraag ze of ze een positie voor je hebben of eentje kunnen aanraden.

Eerlijk is eerlijk: ik heb het wel moeilijk gehad. Ik heb er geen spijt van, dat is niet hoe ik denk: je kan niet terug in de tijd gaan en ik had geen idee hoe het was geweest als ik iets anders had gedaan.

Terwijl ik aan het solliciteren was voor een nieuwe baan, en ik kennis maakte met andere werkplekken, viel me één ding op. Ik kon heel snel bepalen wie in het team een PhD heeft gedaan en wie niet. De mensen die geen PhD hadden gedaan leken vaak optimistischer, opgewekter. Ze waren hoopvol over de projecten die ze deden, en zagen weinig obstakels. De PhDs waren veel cynischer. Ze konden duidelijk passie hebben voor hun werk, maar waren een stuk terughoudender erover. Ze waren duidelijk ook een stuk minder hoopvol.
Ik weet niet wie er gelijk heeft hier. Het is een beetje glas half vol, glas half leeg. Het is in ieder geval wel duidelijk dat een PhD iets met je doet. je bouwt een bepaalde weerbaarheid op, maar je levert er ook wat voor in. Je ziet de wereld anders: enerzijds, omdat je zoveel nieuwe kennis hebt op gedaan. Anderzijds, omdat je wat hebt meegemaakt, je hebt je hoofd boven water gehouden in de chaotische, minder-dan-ideale wetenschapswereld.

Dus: wil jij een PhD doen? Hou je vast, het zou een wilde rit kunnen worden.

Heb jij deze zomer net als ik veel dagen vrij, en nog niets te doen? Goed nieuws, ik heb een leestip voor je. Een baksteen van een boek, bijna 1500 bladzijdes: A Suitable Boy van Vikram Seth. Een familieroman die zich afspeelt in een India dat redelijk recent onafhankelijk van Engeland is geworden. In één van de verhaallijnen volgen we de student Lata en haar moeder Rupa, wie een geschikte huwelijkskandidaat zoekt voor haar dochter. Het boek verweeft verhalen over persoonlijke relaties (liefde en vriendschappen) met politiek en Indiase cultuur. Een beetje Tolstoy-esque (maar dan niet zo veel politiek, eerlijk gezegd ben ik niet zo’n fan van Tolstoy maar dit boek vond ik wel leuk. )
Ik vond het een heel mooi boek, met een verrassend maar toch passend einde (no spoilers!), en het geeft je uuuuuuuren leesplezier zonder dat het langdradig wordt.

Fijn weekend!

Read the original on aivooraarde.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.