Ik weet nog goed hoe ik bevend het huis verliet. Ik probeerde mijn kinderen niet te laten zien dat ik angstig en van slag was.
Ik bracht mijn oudste naar school. Gaf hem een knuffel, zei “Veel plezier” en zwaaide hem uit totdat hij in de school verdween.
Daarna liep ik richting de auto, zette de jongste in het autostoeltje en reed naar het kinderdagverblijf.
Met een ademhalingsoefening probeerde ik mijn systeem te kalmeren, maar ik voelde dat dit niet echt lukte.
Nadat ik mijn jongste had weggebracht, reed ik richting huis. Ik voelde mijn hart in mijn keel. Ik voelde weerstand om terug naar huis te gaan.
“Was hij nog thuis of al naar zijn werk gegaan?” vroeg ik mezelf af.
Toen ik de wijk inreed parkeerde ik mijn auto. De tranen liepen over mijn wangen terwijl ik naar mijn handen keek. Die trilden.
Ik besefte me dat ik me onveilig voelde.
Niet alleen nu. Ik voelde me al tijden onveilig. Voornamelijk in mijn eigen huis. Vooral op de momenten dat mijn toenmalige partner ook thuis was.
Ik besloot de politie te bellen. Al was het alleen maar om mijn verhaal te doen. Ik had er niet echt een verwachting van. Het was iets dat ik deed uit blinde paniek.
Ten einde raad was ik. Geen idee hoe dit op te lossen, hoe de situatie te verbeteren. Want wat ik ook probeerde, wat ik ook deed, keer op keer escaleerde de boel en wilde ik het liefst mijn kinderen en spullen pakken om weg te gaan.
Waarom ik dat niet deed, is omdat ik gevoelsmatig nergens naartoe kon.
Wie zou ons dan opvangen? En voor hoelang konden we daar dan blijven? Hoe moest het met de kinderen? Met school?
Overweldigd door alle vragen die ik had en door de overlevingsstand waar ik in verkeerde, was er geen ruimte in mijn hoofd om rationeel of praktisch na te denken. Het ging enkel over overleven en mijn kinderen beschermen. Niets meer en niets minder.
Ik scrolde in mijn telefoon door mijn contacten. “Politie” zag ik staan.
Ik klikte het contact aan, haalde diep adem om mijn verdriet te temmen en te kunnen spreken.
“Met de politie, wat kan ik voor u doen?” vroeg een vrouw aan de andere kant van de telefoon.
“Hallo, met Wendy. Ik weet niet of ik bij jullie moet zijn maar ik voel me onveilig thuis.” kon ik nog net uitbrengen. Ik schoot weer vol.
De politieagente stelde me allerlei vragen over de oorzaak van het onveilige gevoel, waar ik nu was, of ik kinderen had, waar de kinderen waren.
Ze vroeg naar wat ik allemaal had meegemaakt, hoe ik dat had ervaren, wie er betrokken waren, wat er werd gezegd en gedaan, hoe lang dit al speelde.
Het was een openbaring dat er iemand was die écht naar mijn verhaal wilde luisteren. Zonder oordeel, zonder wegwuiven, zonder het te bagatelliseren.
“U heeft te maken met huiselijk geweld mevrouw” concludeerde de agente.
Die opmerking bracht mij in verwarring: “Huiselijk geweld? Hoezo? Nee dat kan het niet zijn want we worden niet geslagen.”
“Huiselijk geweld is niet alleen fysiek” legde ze uit. “U voelt zich onveilig in uw eigen huis. Wat u beschrijft is huiselijk geweld.”
Ik was met stomheid geslagen en toch voelde het kloppend.
Het was een opluchting dat er iemand was die mijn verhaal serieus nam. Iemand die een benaming had voor de dynamiek waarin ik verstrikt was geraakt. Het zorgde ervoor dat er een (kleine) last van mijn schouders viel.
Nadat ik de melding had gemaakt, keerde ik huiswaarts.
Ik had geen andere keuze. Waar had ik dan naartoe moeten gaan?!
Mijn toenmalige vriend was niet thuis. Wat een opluchting!
Ik ging op de bank zitten, opende google en begon informatie te zoeken over de verschillende vormen van huiselijk geweld.
Uren verstreken met lezen over dit, voor mij nieuwe, onderwerp
Er was genoeg over te vinden, maar waarom wist ik hier dan zo weinig van?
Al deze informatie vertelde hetzelfde als wat de politieagente aan de telefoon tegen mij had gezegd: het is niet mijn schuld.
Ondanks dat ik wist dat het niet mijn schuld was, voelde het wel zo.
Er waren vast dingen die ik op de verkeerde manier had uitgesproken of aangegeven, waardoor zijn reactie logisch was. Ik was tenslotte ook niet perfect.
Dit is een gedachte die mij lang achtervolgde, maar waarmee ik zijn gedrag goed praatte.
Wat mij hierin heeft geholpen is de supportgroep. Een veilige omgeving waarin je met lotgenoten bij elkaar komt om te praten over wat je hebt meegemaakt - en nog steeds meemaakt, want dat je eruit bent betekent niet dat het stopt.
In een supportgroep mag zoveel of zo weinig vertellen als dat je zelf wilt. Jij bepaalt hoe diepgaand of oppervlakkig je over gebeurtenissen, gevoelens en gedachten vertelt.
Het luisteren naar de verhalen van anderen met soortgelijke ervaringen heeft mij doen inzien dat ik niet de enige ben. Doordat je je goed kunt inleven in een ander en veel empathie hebt, zoek je de antwoorden op iemands gedrag bij jezelf.
Wat ik leerde, is dat schuldgevoel vaak onderdeel is van deze dynamiek.
Het kan voelen alsof alles jouw schuld is, waardoor je je gaat aanpassen. Dit gebeurt langere tijd, veelvuldig waardoor je onbewust de overtuiging aanneemt dat jij het probleem bent, dat jij de oorzaak bent van de problemen in de relatie.
Een groot reflectievermogen kan tegen je gaan werken in de dynamiek van psychisch en emotioneel huiselijk geweld. Het zorgt er namelijk voor dat jij bij jezelf te rade gaat om te verklaren waarom de ander zich op een bepaalde manier opstelt of gedraagt.
Dit horen van anderen en kennis vergaren, zorgde ervoor dat ik het schuldgevoel kon loslaten. Aan jezelf erkennen dat je het slachtoffer bent voelt heel dubbel. Je wilt niet zielig gevonden en tegelijkertijd wil je erkennen wat je hebt ervaren.
Zit jij hier middenin?
Heb jij het gevoel dat jij schuldig bent aan hoe er met jou is omgegaan? Sta eens stil bij hoe onlogisch dit eigenlijk is. Alsof het om welke reden dan ook gerechtvaardigd is om jou slecht te behandelen.
Is er een reden te bedenken waarom iemand jouw zoon of dochter slecht mag behandelen? Is er een reden te bedenken waarom iemand jouw zoon of dochter mag uitschelden, kleineren, intimideren of mishandelen op een andere manier?
Dan voel je toch een enorme “Nee” vanbinnen?!
Die “nee” mag jij ook voor jezelf gaan voelen. De mensen die jij met respect behandeld horen ook respectvol met jou om te gaan. Al helemaal als het iemand betreft uit je directe omgeving, iemand die zegt om jou te geven, van jou te houden.
Praktische dingen die je kunt doen?
· Besef dat je mogelijk bent gaan geloven dat het jouw schuld was, doordat je daarin bent beïnvloed. Je hebt dit niet bewust laten gebeuren; je bent stap voor stap beïnvloed.
· Schrijf op wat de feiten zijn, waardoor jij je nu schuldig voelt. Dus wat is er daadwerkelijk gebeurd en wie is verantwoordelijk voor die woorden en/of dat gedrag?
· Wees je bewust van de gedachten die schuldgevoelens veroorzaken. Denk na over de herkomst van deze stem: van wie is deze stem? Erken het als het niet jouw stem is. Verzin hierna een gedachte die helpend en liefdevol is naar jou. Herhaal die gedachte een paar keer, als een soort mantra.
· Praat met iemand over je schuldgevoelens. Bijvoorbeeld met een hulpverlener zoals een psycholoog of praktijkondersteuner GGZ, maar dat kan ook iemand uit je familie- of vriendenkring zijn. Wil je graag met lotgenoten praten? Zoek dan een supportgroep bij jou in de buurt of meld je aan bij een online supportgroep.
Wat je hebt meegemaakt is niet jouw schuld en dat mag je stap voor stap gaan voelen.
Tot snel.
Liefs, Wen
Wil je jouw verhaal kwijt? Heb je een vraag die je graag beantwoord ziet op deze blog? Of heb je support nodig? Stuur mij een bericht door op onderstaande knop te drukken of stuur mij een DM op Instagram.
PS: Deze blog is geschreven vanuit mijn persoonlijke ervaringen en perspectief. Ik beschrijf hoe ik gebeurtenissen heb beleefd, zonder aanspraak te maken op objectieve feiten. Namen en herkenbare details zijn aangepast om de privacy van alle betrokkenen te waarborgen.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.