RSS Amplifier

The News Stack · Jun 25, 2026

Een Nederlands taalmodel is nog geen mediabeleid

0
Sign in to vote or save

Bert Kok · The News Stack

Soms zegt een werkbezoek meer dan de foto’s doen vermoeden.

Afgelopen week bezocht mediaminister Rianne Letschert op uitnodiging van NDP Nieuwsmedia en DPG Media Nederland en de redacties van NU.nl en RTL Nieuws. Erik Roddenhof, CEO van DPG, plaatste daarover een keurige LinkedIn-post. De minister werd rondgeleid over de redactievloeren in Amsterdam en Hilversum, sprak met hoofdredacteuren en journalisten, en kreeg de kans om DPG Media beter te leren kennen. Volgens Roddenhof ging het gesprek over de toekomst van de journalistiek, de impact van AI en de groeiende invloed van internationale techbedrijven. De minister schreef zelf dat Nederland een breed mediaveld heeft, met publieke en commerciële media, en dat DPG Media en RTL Nederland dagelijks miljoenen Nederlanders bereiken.

Afbeelding: ChatGPT

Laat ik beginnen met het positieve punt: het is goed dat de minister met de private nieuwssector praat. Het Nederlandse mediabeleid is te lang versmald tot publieke omroep, NPO, NOS en bestelpolitiek. Alsof de journalistieke infrastructuur vooral daar zit. Dat klopt natuurlijk niet. Een groot deel van het dagelijkse nieuwsbereik, de regionale informatievoorziening, advertentie-inkomsten, abonnementsrelaties, data, digitale productbouw en distributie zit bij private mediabedrijven. Een minister die serieus mediabeleid wil maken, moet dus ook daar aan tafel zitten.

Maar juist daarom moet ze scherp blijven.

NDP Nieuwsmedia is geen neutrale vertegenwoordiger van “de journalistiek”. Het is een belangenorganisatie van private nieuwsuitgevers. Dat is volkomen legitiem, maar het is iets anders dan het publieke mediabelang. Als NDP Nieuwsmedia en DPG Media een minister uitnodigen, krijgt zij niet simpelweg de staat van de journalistiek te horen. Zij krijgt ook een uitgeversperspectief, met commerciële belangen, lobbydoelen en strategische framing. Volgens de LinkedIn-post van Jim Verhoef maakte de minister op uitnodiging van NDP Nieuwsmedia en DPG Media kennis met de private nieuwssector. Daarna sprak zij met het bestuur van NDP Nieuwsmedia. Nieuwsuitgevers lichtten daar de impact van techplatforms toe. Het gesprek ging onder meer over AI, auteursrecht, advertentie-inkomsten en de positie van Nederlandse nieuwsbedrijven.

Dat gesprek is nodig. Maar het is niet onschuldig.

De kernvraag is: laat de minister zich informeren door private uitgevers, of laat ze zich inpakken door hun frame?

Want dat frame ligt klaar. Internationale techplatforms hebben enorme invloed op de journalistiek. Google, Meta, TikTok, Apple, Microsoft en OpenAI bepalen mede hoe nieuws wordt gevonden, verpakt, samengevat, verspreid en te gelde gemaakt. Dat is een serieus probleem. Maar in het uitgeversverhaal dreigt dat probleem te snel te veranderen in een slachtofferframe: grote Nederlandse nieuwsbedrijven zouden vooral bescherming nodig hebben tegen Big Tech, zodat ze hun redacties kunnen blijven financieren.

Dat is te simpel.

DPG Media is geen kwetsbaar dorpskrantje dat door Silicon Valley van de kaart wordt geveegd. Het is het machtigste mediabedrijf in het Nederlandse taalgebied. DPG Media rapporteerde over 2025 een omzet van iets meer dan 2 miljard euro, een EBITDA van 440 miljoen euro en een nettowinst van 238 miljoen euro. Het concern groeide naar meer dan 4,4 miljoen abonnees voor nieuwsmedia, magazines en streaming, van wie meer dan 65 procent digitaal leest of kijkt. De websites en apps van de nieuws- en magazinemerken trekken volgens DPG Media meer dan 13 miljoen bezoekers per dag.

Dat zijn geen cijfers van een bedrijf zonder handelingsruimte. Dit zijn cijfers van een onderneming met schaal, merken, distributiekracht, data, kapitaal en de ruimte om stevig te investeren in journalistieke vernieuwing. Natuurlijk voelt DPG de macht van internationale platforms. Maar DPG is zelf ook een machtsfactor. Wie zo’n positie heeft, moet niet te makkelijk aanschuiven als kwetsbare hoeder van het publieke journalistieke belang.

Precies daarom bleef één zin uit de post van NDP Nieuwsmedia over het bezoek hangen: “De werkwijze van het Nederlandse taalmodel GPT-NL, dat het auteursrecht voluit respecteert, passeerde in dat kader de revue.”

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. GPT-NL past goed in een gesprek over AI, auteursrecht en Nederlandse journalistiek. Een Nederlands taalmodel, gebouwd met rechtmatig verkregen data, met aandacht voor vergoeding en bescherming van rechthebbenden. De samenwerking met NDP Nieuwsmedia en ANP geeft GPT-NL toegang tot een groot archief van meer dan 30 landelijke en regionale nieuwstitels en meer dan 20 miljard tokens aan nieuwsartikelen. TNO schrijft dat dit de hoeveelheid goede Nederlandse trainingsdata naar verwachting verdubbelt.

Dat is interessant. Als auteursrechtelijk precedent is het zelfs belangrijk. Maar het is geen AI-strategie.

Een taalmodel kan juridisch netter zijn dan Amerikaanse modellen en toch praktisch tekortschieten. Een model kan ethisch beter voelen en toch geen bruikbare basis vormen voor redacties, productteams, archieven, nieuwsbrieven, publieksanalyses, klantcontact of interne kennisontsluiting. Een model kan een aantrekkelijk verhaal opleveren in een bestuurlijk overleg en tegelijk niet leveren wat mediabedrijven in de praktijk nodig hebben.

In de communicatie rond GPT-NL lopen drie zaken door elkaar: auteursrecht, digitale soevereiniteit en prestaties. Die horen bij elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde. Auteursrechtelijk fatsoen betekent nog niet dat een model goed genoeg is. Nederlandse herkomst betekent nog niet dat een model strategisch bruikbaar is. En een licentiedeal met uitgevers betekent nog niet dat de mediasector een geloofwaardig antwoord op Big Tech in handen heeft.

Een tussentijdse benchmarkanalyse van GoingDutch laat precies zien waarom voorzichtigheid nodig is. Ja, de cijfers zijn voorlopig. Ja, het gaat om het basismodel. Ja, TNO zegt dat nieuwe benchmarkresultaten pas bij de brede uitrol eind dit jaar worden gepubliceerd. De huidige tussenresultaten hoeven dus niet representatief te zijn voor wat het model na haalbaarheidsonderzoeken en verbeteringen kan worden. Maar juist dan moet je GPT-NL niet politiek framen als een volwassen soeverein antwoord op Big Tech. Dan moet je zeggen: interessant project, relevante uitgangspunten, maar de praktische waarde moet nog blijken.

Want de cijfers die er wél liggen, zijn voor mediabedrijven niet erg geruststellend. Op feitelijke kennis (MCC-score) haalt GPT-NL een 2, nauwelijks beter dan gokken. Op begrijpend lezen scoort GPT-NL 51, lager dan GPT-3.5 met 55,57 en lager dan Mistral Small 3.2 24B met 66,24. Op grammaticale correctheid haalt GPT-NL 19, tegenover 58,95 voor GPT-3.5 en 54,10 voor Mistral Small 3.2. Op samenvatten komt GPT-NLuit op 61, lager dan GPT-3.5 met 69,13 en Mistral Small 3.2 met 68,05.

Dat zijn geen academische bijzaken. Voor mediabedrijven zijn begrijpend lezen, taalvaardigheid en samenvatten basistaken. Daar begint AI-gebruik in research, archiefontsluiting, documentanalyse, nieuwsbrieven, koppen, SEO, audio, video, personalisatie en redactionele ondersteuning. Als een model juist daar niet overtuigt, kun je ermee experimenteren. Je kunt het niet opvoeren als strategische infrastructuur.

Daar komt nog iets bij: de lat in die vergelijking ligt al extreem laag. GPT-NL wordt onder meer vergeleken met GPT-3.5 Turbo-0613, omdat GPT-3 zelf niet meer beschikbaar is via een API. Dat model is inmiddels niet meer opnieuw te benchmarken via OpenAI. In AI-termen is het een oude referentie. Als een Nederlands taalmodel in 2026 nog moeite heeft om overtuigend boven zo’n vorige generatie (van eind 2022) uit te komen, is dat geen reden voor triomfalisme. Het is reden voor een volwassen risicogesprek.

De ironie wordt groter door DPG Media zelf. DPG Media koos recent voor Microsoft 365. Volgens het bedrijf heeft een groot team serieus heeft gekeken naar Europese opties, maar boden die niet de benodigde functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid. Die keuze is goed te begrijpen. Een mediabedrijf kan zich in de dagelijkse operatie geen symbolische software veroorloven die slechter werkt. Maar precies daarom wringt de GPT-NL-retoriek. Voor kantoorsoftware blijkt Europese soevereiniteit al lastig genoeg. Maar voor generatieve AI, een veel complexere, sneller bewegende en kapitaalintensievere laag van de technische keten, zouden Nederlandse uitgevers ineens hun hoop moeten vestigen op een eigen Nederlands taalmodel waarvan de publieke prestatiecijfers nog niet overtuigen?

Dat is geen strategie. Dat is troosttaal.

De post van Roddenhof maakt dit nog duidelijker. Hij presenteert het bezoek als een constructief gesprek tussen de minister en een groot mediabedrijf over journalistiek, AI en internationale techmacht. De post van de minister voegt daaraan toe dat commerciële mediabedrijven en de publieke omroep moeten zoeken naar manieren om samen op te trekken. Op zichzelf is dat verstandig. Maar bij een speler als DPG moet de minister extra alert zijn op de machtsvraag. Samen optrekken tegen Big Tech mag niet betekenen dat het publieke mediabeleid vooral de positie van de grootste private uitgevers versterkt.

Want mediabeleid is geen uitgeversbeleid.

Het publieke belang valt niet automatisch samen met het belang van DPG Media, Mediahuis of andere grote concerns. Een vitaal mediaveld gaat ook over kleinere uitgevers, freelancers, lokale journalistiek, onafhankelijke makers, nieuwe toetreders, non-profitmodellen, publieke toegankelijkheid, redactionele diversiteit en technologische infrastructuur die niet alleen de grootste partijen kunnen gebruiken.

Daarom moet de minister oppassen voor twee frames. Het eerste is het uitgeversframe: alsof het publieke mediabelang grotendeels samenvalt met de positie van gevestigde private nieuwsbedrijven. Het tweede is het soevereine-AI-frame: alsof een Nederlands taalmodel automatisch een serieus antwoord is op Amerikaanse platformmacht. Beide frames klinken aantrekkelijk. Beide zijn onvolledig.

De echte vraag is niet of GPT-NL sympathiek is. Ook niet of DPG Media last heeft van Big Tech. De echte vraag is of Nederlands mediabeleid zich laat sturen door de lobby van gevestigde private uitgevers, of door een breder publiek belang: een pluriform, vernieuwend, toegankelijk en onafhankelijk journalistiek ecosysteem.

GPT-NL kan daarin best een rol spelen. Als auteursrechtelijk experiment. Als testbed. Als onderdeel van publieke infrastructuur. Misschien later als bruikbaar model voor afgebakende Nederlandse taken, als nieuwe cijfers dat aantonen. Maar niet als vlag op een beleidsmast. Niet als lobbytrofee. Niet als bewijs dat de Nederlandse private nieuwssector een volwassen antwoord heeft op Big Tech.

Laat de minister vooral praten met NDP Nieuwsmedia, DPG Media, RTL Nederland en andere private spelers. Maar laat haar doorvragen. Wie profiteert hiervan? Welke prestaties zijn aangetoond? Welke journalistieke problemen worden concreet opgelost? Welke afhankelijkheden worden kleiner en welke nieuwe afhankelijkheden ontstaan? Hoe worden kleinere uitgevers, freelancers en onafhankelijke makers meegenomen? En waarom zou een sector met zulke sterke financiële spelers vooral beleidsmatige bescherming nodig hebben, in plaats van meer eigen investeringsdiscipline?

Een bezoek aan DPG Media is nuttig. Een gesprek met NDP Nieuwsmedia is logisch. Maar de minister moet niet vergeten wie er tegenover haar zit. Geen neutrale journalistieke infrastructuur. Maar machtige private uitgevers met een verhaal, een belang en een agenda. En een Nederlands taalmodel maakt dat verhaal nog geen Nederlandse AI-strategie.

Read the original on thenewsstack.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.