Veel mensen gebruiken een tweede brein om productiever te worden. Ze verzamelen notities, bewaren artikelen, plannen projecten en bouwen systemen waarmee ze sneller informatie kunnen terugvinden. Ook ik gebruik Obsidian, een programma waarin je notities met links aan elkaar kunt verbinden. Maar mijn belangrijkste doel is niet om meer werk gedaan te krijgen.
Ik gebruik Obsidian om beter te onthouden wat mijn leven waardevol maakt.
In mijn tweede brein staan lijsten met goede momenten, gezonde gewoontes, reizen, restaurants, recepten, vrienden en avonturen uit roleplayinggames. Die onderdelen staan niet los van elkaar. Een restaurant is verbonden met de persoon met wie ik daar heb gegeten. Een recept verwijst naar degene voor wie ik het heb gekookt. Een plek op reis is gekoppeld aan een herinnering, een inzicht of een verhaal. Langzaam ontstaat zo geen database van feiten, maar een netwerk van ervaringen.
Mijn tweede brein is daardoor geen digitale archiefkast. Het is een kaart van mijn leven, waarop zichtbaar wordt waar geluk ontstaat, met wie ik het deel en welke ervaringen ik opnieuw ruimte wil geven.
Aan het einde van een moeilijke dag kan het voelen alsof de hele dag moeilijk was. Een vervelend gesprek, een fout of een periode van onrust kan alle andere momenten naar de achtergrond drukken. De koffie in de ochtend, een grappig bericht, een wandeling of een onverwacht goed gesprek verdwijnen dan bijna geruisloos uit beeld.
Negatieve ervaringen vragen vaak vanzelf aandacht. Goede ervaringen doen dat minder. Ze zijn er even en worden daarna vervangen door het volgende wat geregeld, opgelost of doorstaan moet worden. Daardoor ontstaat gemakkelijk een vertekend beeld van ons eigen leven. Niet omdat er niets goeds gebeurt, maar omdat we het minder zorgvuldig opslaan.
Daarom houd ik een lijst bij met goede dingen. Iedere dag probeer ik drie dingen te noteren die goed waren. Dat hoeven geen grote gebeurtenissen te zijn. Het kan gaan om een maaltijd die goed gelukt is, een prettig gesprek, mooi weer, een afgeronde taak of een moment waarop ik ergens om moest lachen.
De waarde zit niet alleen in het schrijven zelf. Na verloop van tijd ontstaat bewijs. Op een moeilijke dag kan mijn gevoel zeggen dat er al weken niets goed gaat. Mijn notities laten dan iets anders zien. Ze ontkennen de moeilijke ervaring niet, maar plaatsen haar in een grotere werkelijkheid. Er waren ook ontmoetingen, kleine successen, rustmomenten en dingen waarvoor ik dankbaar was.
Dat is geen geforceerd positief denken. Ik probeer tegenslag niet weg te poetsen door er snel iets vrolijks tegenover te zetten. De lijst helpt mij juist om vollediger te kijken. Een slechte dag kan echt slecht zijn en toch een goed moment bevatten. Beide kunnen tegelijk bestaan.
Naast de goede dingen houd ik een lijst bij met gezonde dingen die mij gelukkig maken. Dat klinkt eenvoudig, maar het verschil tussen weten wat gezond is en weten wat voor jou werkt, is groot.
Iedereen kent algemene adviezen: voldoende slapen, bewegen, gezond eten, naar buiten gaan en sociale contacten onderhouden. Zulke adviezen zijn meestal niet verkeerd, maar ze blijven abstract. “Meer bewegen” zegt weinig over welke vorm van beweging bij iemand past. “Zoek ontspanning” helpt niet wanneer je niet weet wat daadwerkelijk rust geeft.
Mijn lijst gaat daarom niet alleen over wat volgens richtlijnen gezond is. Ze gaat over activiteiten die ik zelf als voedend ervaar. Dingen waarna ik meer energie heb, rustiger word of me sterker verbonden voel met anderen. Dat kunnen wandelen, koken, reizen, een spelavond, een gesprek, muziek of tijd in de natuur zijn.
Door die activiteiten op te schrijven, ontstaat een persoonlijk menu. Op momenten dat ik weinig energie heb, hoef ik niet opnieuw te bedenken wat mogelijk zou kunnen helpen. Ik kan terugkijken naar wat eerder goed werkte. Soms is de passende keuze iets actiefs. Soms is het juist rust, eenvoud of contact met één vertrouwd persoon.
Ook hier zijn verbindingen belangrijk. Een gezonde activiteit staat niet alleen als losse regel in een lijst, maar kan worden gekoppeld aan mensen, plekken en herinneringen. Wandelen is bijvoorbeeld niet alleen een activiteit. Het kan verbonden zijn met een specifieke route, een reis, een gesprek of iemand met wie ik graag buiten ben. Zo wordt “gezond gedrag” minder een verplichting en meer een uitnodiging om terug te keren naar iets wat betekenis heeft.
Een groot deel van mijn tweede brein bestaat uit recaps van roleplay-avonturen. Na een sessie leg ik vast wat er is gebeurd, welke keuzes we hebben gemaakt, welke personages we hebben ontmoet en welke vreemde of grappige momenten ontstonden.
Voor iemand die roleplayinggames niet kent, lijkt dat misschien vooral een uitgebreid verslag van een spel. Voor mij is het meer. Samen een verhaal spelen is een sociale en creatieve ervaring. We bouwen werelden, lossen problemen op en nemen beslissingen waarvan niemand vooraf precies weet waar ze toe leiden. Sommige momenten zijn spannend, andere absurd, ontroerend of vooral heel grappig.
Zonder recap blijven na een paar maanden vaak alleen losse beelden over. Met een recap kan een avontuur opnieuw worden bezocht. Een personage dat jaren geleden opdook, kan later ineens relevant worden. Een oude grap krijgt opnieuw betekenis. De geschiedenis van een gezamenlijk verhaal blijft beschikbaar.
Maar de recaps bewaren niet alleen fictie. Ze bewaren ook iets van de mensen met wie ik speelde. De manier waarop iemand reageerde, het soort humor dat ontstond en de keuzes die we gezamenlijk maakten, vertellen iets over de groep. Het zijn herinneringen aan avonden waarop we samen iets maakten dat alleen op dat moment en met precies die mensen kon bestaan.
Wanneer ik zo’n avontuur koppel aan de spelers, locatie, campagne en datum, wordt het onderdeel van een groter netwerk. Ik kan bij een vriend niet alleen contactgegevens of algemene herinneringen terugvinden, maar ook de verhalen die we samen hebben beleefd. De relatie bestaat daardoor niet als een abstract label. Ze krijgt inhoud.
Ik houd ook bij op welke plekken ik uit eten ben geweest. Dat zou eenvoudig een lijst met namen, plaatsen en beoordelingen kunnen zijn. Maar restaurants zijn voor mij zelden alleen plekken waar eten werd geserveerd.
Een restaurant kan verbonden zijn aan een verjaardag, een reis, een eerste ontmoeting of een avond waarop iemand belangrijk nieuws vertelde. Een gerecht kan tegenvallen terwijl de avond toch waardevol was. Andersom kan het eten fantastisch zijn, maar de herinnering vooral worden bepaald door de persoon tegenover mij.
Daarom probeer ik niet alleen vast te leggen waar ik heb gegeten, maar ook met wie, waarom en wat ik ervan wil onthouden. Was er een gerecht dat ik opnieuw wil proberen? Zou ik deze plek aanraden? Voor welke gelegenheid past het restaurant? Was het rustig, feestelijk, bijzonder of juist eenvoudig en vertrouwd?
Zo’n lijst heeft natuurlijk een praktische functie. Wanneer iemand vraagt waar we zullen eten, kan ik terugzoeken naar geschikte plekken. Maar de werkelijke waarde zit in de samenhang. Een restaurant wordt een ingang naar een herinnering. Via de persoon met wie ik er was, kom ik misschien bij andere gedeelde ervaringen. Via het gerecht kom ik bij een recept dat ik later zelf heb gemaakt.
De database verandert zo in een sociaal geheugen. Niet alleen: hier heb ik gegeten. Maar: hier waren wij samen.
Een van de belangrijkste onderdelen van mijn tweede brein is een lijst met mensen die belangrijk voor mij zijn. Dat klinkt al snel zakelijk, alsof ik een persoonlijk relatiebeheersysteem bouw. Dat is niet de bedoeling. Mensen zijn geen dossiers die zo efficiënt mogelijk moeten worden bijgehouden.
De notities helpen mij vooral om aandacht vast te leggen. Welke ervaringen delen we? Waarover hebben we gesproken? Wat vindt iemand leuk? Welke reis, maaltijd, campagne of gebeurtenis verbindt ons? Misschien staat er een recept dat ik graag voor die persoon wil koken of een plek waar we ooit samen heen willen.
We denken vaak dat we belangrijke details vanzelf onthouden. In de praktijk verdwijnen veel dingen. Iemand vertelt over een boek, een favoriete maaltijd of een moeilijke datum. Op dat moment luisteren we oprecht, maar maanden later is de informatie vervaagd. Een korte notitie kan helpen om later opnieuw aandacht te geven.
Daarbij is terughoudendheid nodig. Een tweede brein over relaties mag geen verborgen observatiesysteem worden. Niet alles wat iemand vertelt hoeft te worden opgeslagen. Vertrouwelijke of kwetsbare informatie verdient bescherming, en soms is het juist menselijk om iets alleen in het moment te laten bestaan.
De vraag is daarom niet hoeveel ik over iemand kan bewaren, maar welke notities mij helpen om een betere vriend, partner, collega of familielid te zijn. Het systeem moet de relatie ondersteunen, niet vervangen. Uiteindelijk moet ik niet vooral goed worden in het documenteren van mensen, maar in het werkelijk aanwezig zijn wanneer ik bij hen ben.
Mijn lijst met eten en recepten sluit daarop aan. Ik bewaar gerechten die ik lekker vind, recepten die goed lukten en ideeën voor maaltijden die ik voor anderen kan maken. Een recept bevat ingrediënten en stappen, maar in mijn systeem kan het ook verwijzen naar personen, gelegenheden en herinneringen.
Misschien weet ik dat iemand een bepaald gerecht graag eet. Misschien maakte ik een recept tijdens een reis en wil ik het thuis opnieuw proberen. Misschien past een maaltijd goed bij een spelavond, verjaardag of rustige avond met vrienden. Door die verbindingen wordt een receptenlijst meer dan een verzameling instructies.
Koken is voor mij een concrete manier om zorg en aandacht te tonen. Je denkt vooraf na over wat iemand lekker vindt, doet boodschappen, maakt tijd vrij en zet uiteindelijk iets op tafel dat gedeeld kan worden. Het is een activiteit waarin herinnering, creativiteit en relatie samenkomen.
Een gekoppeld tweede brein kan daarbij helpen. Vanuit de notitie van een persoon zie ik welke gerechten mogelijk passen. Vanuit een recept zie ik voor wie ik het eerder heb gemaakt. Vanuit een restaurant ontdek ik een gerecht dat ik thuis wil nabouwen. Het systeem maakt suggesties zichtbaar die anders verspreid in mijn geheugen zouden blijven.
Dat betekent niet dat ieder etentje geoptimaliseerd moet worden. De waarde zit juist in het menselijke gebaar. Technologie helpt mij herinneren, maar het echte geluk ontstaat pas wanneer mensen aan tafel zitten.
De kracht van Obsidian zit voor mij niet in de afzonderlijke lijsten, maar in de verbindingen ertussen. Iedere notitie kan naar een andere notitie verwijzen. Daardoor ontstaat geleidelijk een netwerk dat lijkt op de manier waarop herinneringen zelf werken.
Een goede dag verwijst misschien naar een wandeling. De wandeling verwijst naar een plek en een persoon. De persoon verwijst naar gezamenlijke reizen, restaurants en roleplay-avonturen. Een restaurant verwijst naar een gerecht. Het gerecht verwijst naar een recept dat ik later voor iemand heb gekookt.
Geen enkele verbinding is op zichzelf spectaculair. Samen laten ze patronen zien. Misschien ontdek ik dat veel van mijn goede momenten plaatsvinden wanneer ik met een kleine groep mensen iets onderneem. Misschien blijken reizen, koken en verhalen vertellen steeds terugkerende bronnen van geluk. Misschien zie ik ook dat bepaalde activiteiten op mijn lijst met gezonde dingen nauwelijks in mijn dagelijkse notities voorkomen.
Dat laatste is belangrijk. Een tweede brein kan niet alleen bewaren wat er gebeurt, maar ook zichtbaar maken wat te weinig gebeurt. Wanneer ik zeg dat natuur, contact en creativiteit belangrijk voor mij zijn, maar mijn notities maandenlang vooral over werk gaan, ontstaat een ongemakkelijke maar waardevolle spiegel.
Het systeem schrijft niet voor hoe ik moet leven. Het laat alleen zien waar mijn tijd, aandacht en herinneringen terechtkomen. De interpretatie en keuzes blijven van mij.
Er zit ook een risico in deze manier van werken. Alles wat je kunt vastleggen, kun je gaan meten. Alles wat je kunt meten, kun je proberen te verbeteren. Voor je het weet wordt levensgeluk een dashboard met scores, aantallen en doelen.
Heb ik deze week voldoende goede dingen genoteerd? Heb ik genoeg vrienden gezien? Hoeveel gezonde activiteiten heb ik uitgevoerd? Hoeveel nieuwe restaurants bezocht? Hoeveel recepten gedeeld?
Dat zou precies het tegenovergestelde kunnen opleveren van wat ik zoek. Een systeem dat bedoeld is om geluk zichtbaarder te maken, kan veranderen in een nieuwe bron van druk. Alsof een ervaring pas telt wanneer zij correct is opgeslagen en gekoppeld.
Daarom probeer ik het systeem licht te houden. Sommige notities zijn uitgebreid, andere bestaan uit één zin. Soms schrijf ik dagelijks en soms een tijd niet. Niet ieder mooi moment hoeft een record te worden. Niet iedere relatie hoeft dezelfde structuur te krijgen.
Mijn tweede brein is geen jury die beoordeelt of ik goed genoeg leef. Het is een hulpmiddel dat mij helpt terugkijken, herinneren en soms bewuster kiezen. Zodra het onderhoud belangrijker wordt dan het leven dat ik probeer vast te leggen, is het systeem zijn doel voorbijgeschoten.
Goede UX verwijdert onnodige frictie, maar dat betekent niet dat iedere menselijke ervaring efficiënt moet worden gemaakt. Vriendschap, spel, reizen en koken mogen rommelig blijven. Het systeem moet ruimte geven aan die rommeligheid.
Wanneer mensen spreken over een tweede brein, gaat het vaak over de angst om kennis kwijt te raken. We bewaren informatie zodat we later slimmer, sneller of productiever kunnen handelen. Mijn Obsidian-systeem doet dat soms ook, maar de belangrijkste functie ligt ergens anders.
Het helpt mij herinneren wie en wat belangrijk is.
De drie goede dingen van de dag laten zien dat een moeilijke periode niet uit één kleur bestaat. De lijst met gezonde activiteiten herinnert mij aan wat mijn draagkracht ondersteunt. De roleplay-recaps bewaren gezamenlijke verbeelding. De restaurants vormen een kaart van ontmoetingen. De mensenlijst maakt relaties zichtbaar zonder ze te reduceren tot contacten. De recepten geven mij ideeën om aandacht om te zetten in iets tastbaars.
Samen vormen die notities geen compleet beeld van mijn leven. Dat hoeft ook niet. Geen enkel systeem kan vastleggen hoe een gesprek werkelijk voelde, waarom iedereen op een bepaald moment moest lachen of wat een reis in iemand veranderde.
Maar de notities kunnen wel deuren openen. Ze kunnen mij terugbrengen naar een herinnering en uitnodigen om iets opnieuw te doen. Nog eens voor iemand koken. Een oude vriend spreken. Een route opnieuw lopen. Een campagne hervatten. Bewuster tijd maken voor iets waarvan ik allang weet dat het mij goeddoet.
Mijn tweede brein gaat daarom niet alleen over het verleden. Het helpt mij ook richting te geven aan de toekomst.
Niet door geluk te voorspellen of te optimaliseren, maar door zichtbaar te maken waar het eerder ontstond.
De belangrijkste vraag bij een tweede brein is voor mij dan ook niet hoeveel informatie het kan bewaren. De vraag is veel persoonlijker:
Helpt dit systeem mij om meer aandacht te geven aan het leven dat ik werkelijk wil leiden?

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.