Afgelopen week schreef ik het al in een ‘note’ op Substack, met een foto erbij, dus misschien had je het al gezien: er is dinsdag een veulen geboren. Ik was in de tuin aan het werk toen ik gehinnik hoorde. Vanaf de top van de heuvel zag ik Nausica op de grond liggen en Haku (spreek uit ‘Gakoe’) ernaast staan en tussen hen in lag het veulen, nog gehuld in de placenta.
Hengst en vader Haku was er met zijn hoef tegenaan aan het trappen, wat ik interpreteerde als een voorzichtige poging het diertje ‘wakker’ te maken, alsof hij wilde zeggen ‘opstaan knul, het leven gaat beginnen, en de wolven komen eraan, die ruiken dit op kilometers afstand, dus schiet een beetje op’.
Het vorige veulen, een jaar geleden, was op de dag van de geboorte al overleden, en doordat ik daar denk ik een klein trauma aan heb overgehouden, schoot ik in de stress door het idee dat het met dit veulen ook niet goed ging, dat het niet lukte om op te staan en dat Haku het daarom trapjes gaf. Ik probeerde mijn geliefde te bereiken, maar ze nam niet op, dus ik stuurde haar – kortaf en gehaast – berichten als ‘kom naar veld’ en ‘veulen’.
Haku bleef het veulentje trappen en dat ging toch niet zo voorzichtig als ik eerst dacht. Een keer landde zijn hoef met een doffe klap vol op het hoofd van het arme diertje, precies tussen de ogen, en daarmee werd de grens tussen liefkozen en mishandelen toch wel dermate overschreden dat ik de drang niet kon onderdrukken om in te grijpen in de natuurlijke loop der dingen. Zwaaien met mijn pet voor het gezicht van een paard is een beproefde manier om zo’n dier op afstand te krijgen, dus dat deed ik bij Haku, met wat vermanende woorden erbij, zoals ‘normaal doen!’ en ‘dat doe je toch niet?’
Met Haku op afstand heb ik de placenta, die het pasgeboren veulen een beetje aan een Vietnamese springroll deed denken, van het diertje afgestroopt, in de hoop dat het dan meteen zou opstaan en zou gaan drinken en vrolijk dartelend aan het leven zou beginnen.
Moeder Nausica stond op en sleepte de nageboorte als een jurk achter zich aan. Mijn allerliefste Cris belde terug, ze zat achter (voor?) de computer te werken, en ik zei wederom kortaf en gespannen dingen als ‘neem een cabezada mee’, een halster in goed Nederlands, en ‘ik ben op het veld bij de elektriciteitsmast’.
Ze had geen idee waar ik het over had, ze had mijn eerdere berichten niet gezien, en de beschrijving van waar ik me bevond was ook niet duidelijk, er staan meerdere elektriciteitsmasten op het veld, niet van die grote zoals je nu misschien voor je ziet, maar betonnen palen van een meter of vijf hoog; in Spanje lopen elektriciteitskabels boven de grond. Nadat ik alles nog eens helder had uitgelegd was ze snel ter plaatse, met halsters en touwen.
Het was niet makkelijk om Haku af te voeren, hij was nerveus en wilde graag bij zijn kroost in de buurt blijven. Bij de eerste poging ontsnapte hij, het touw glipte me door de vingers. Daarna hebben we hem in de moestuin gezet, dat was dichterbij en een deel daarvan is gras, maar dat was geen succes. Voordat we hem van onze groente konden scheiden met een touw, stond hij aan de Galicische kolen en jonge laurierbomen te knabbelen. Ik heb hem snel weer aangelijnd en we hebben hem samen op het veld voor het huis weten te krijgen, achter de schrikdraad.
Het duurde lang en het was bijzonder om in het veld te zitten en de vele moedige maar mislukte pogingen van dichtbij mee te maken, en uiteindelijk slaagde het veulentje erin om op vier sprieten van benen te gaan staan.
Het vorige veulen, een jaar geleden, heeft die fase nooit bereikt, althans we hebben het niet gezien. Het dier lag al uitgeput op de grond toen we het vonden. Misschien had dat veulen ook wel een paar trappen van ‘vader van het jaar’ Haku gekregen, dat weten we niet.
Na een minuut wankel te hebben gestaan ging ook dit nieuwe veulen op de grond liggen en het had er alle schijn van dat het op sterven na dood was. Misschien was die trap van Haku op het hoofd toch fataal geweest?
Blijkbaar was het vermoeiend om te staan en moest er meteen een babyslaapje gedaan worden, want na een minuut of tien in deze houding te hebben gelegen krabbelde het paardenkind weer op en ging het pogingen wagen om te drinken. Tussen de voorpoten, te ver naar achter, tegen de buik aan, dan met het voorhoofd tegen de tepels: het lukte maar niet om moeders spenen te vinden en ik had de neiging om uit het gras op te staan om de mond van het veulen zelf aan de tepel te zetten. Anderzijds wilden we ook niet te snel ingrijpen in deze precaire momenten.
Het veulen ging weer zitten, staan, zitten, staan het drinken leek te lukken, of toch niet, of wel? We lagen eigenlijk te ver weg om het te kunnen zien, en al met al lagen we zo toch wel een uur in het gras op een lentedag naar een pasgeboren veulen en een onlangs bevallen merrie te kijken, de eerste momenten van moeder en kind, en dat doen we ook niet dagelijks en het was prachtig, op de heuvel tussen de bloeiende bomen op je buik in het gras observen of het het veulentje lukt om de eerste moedermelk te drinken, met een spinnende kat op mijn rug, zingende roodborstjes en merels en vinken in de bomen, en dan uiteindelijk, ja, duidelijk hoorbaar, het geklok en gesmak van een gulzig biest drinkend paardenveulen.
We hebben Haku nog twee dagen apart gehouden, die geile hengst. Hij rende nerveus heen en weer in het andere veld. De eerste avond hebben we hem even losgelaten, het was al bijna donker, achteraf een slecht idee maar als je niks probeert dan leer je ook niks, en ter bescherming van een veulen tegen roofdieren in de nacht is een extra paar ogen en hoeven geen overbodige luxe. Eerst hinnikte hij verbaasd naast het veulentje, hij rook eraan, maar hij beet het ook in de nek en tilde het van de grond, en al snel bleek hij meer zin te hebben om de merrie opnieuw te dekken dan in het vertroetelen van z’n jong, en dat ging er niet zacht aan toe, de dierenliefde is een gewelddadig schouwspel, en het veulen werd bijna vertrapt, dus hebben we Haku weer apart gezet. Toen bleek dat de stroom niet op de schrikdraad had gestaan en dat de hengst het hek deels had gesloopt, dus dat moest ik in het donker repareren, en toen was ik weer die gestresste man die door de gang stormde om het gereedschap te zoeken, het hek te repareren en de stroom erop te zetten voordat de hengst weer zou ontsnappen. Wel gelukt allemaal, gelukkig.
Ik heb me uiteraard verontschuldigd voor mijn gestresste communicatie en gedrag naar mijn geliefde, en zij begreep het allemaal wel, maar het is wel iets om met de therapeut aan te werken, die stress, en aan het lange liggen in het gras heb ik slechts één tekenbeet overhouden, dus dat viel ook mee.
De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan om te zien hoe het met het veulentje ging en alles leek goed, al lag hij (een mannetje!) wel veel te slapen maar er werd ook gulzig melk gedronken. De varkens waren zéér geïnteresseerd en zijn opvallend veel aan de zijde van de merrie en het veulen te vinden, alsof ze met hun moederinstinct Nausica en het nog naamloze veulen willen bijstaan (ideeën voor namen mogen in de comments).
Donderdagmiddag hebben we Haku en Nausica herenigd. Na ze eerst een tijdje in de gaten te hebben gehouden, hebben we geconcludeerd dat het goed was. Het veulen is nu vier dagen oud en maakt het goed.
Vind je het leuk om deze nieuwsbrief te lezen en wil je onze regeneratieve amateurboerderij in Galicië ondersteunen, dan kun je hier een kleine bijdrage overmaken. Lid worden van de nieuwsbrief kan via de knop hieronder. Dank voor het lezen!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.