‘Vermaak je je?’
Op het dieptepunt van mijn race door Europa, uren verdwaald op een bospad in Montenegro dat met de minuut minder pad werd en meer brandnetel, trilde mijn telefoon. Een berichtje van een andere deelnemer, die mijn nauwelijks bewegende stipje vanuit zijn eigen zadel in de gaten hield1. Of ik me vermaakte. Misschien bedoelde hij het niet eens kwaad, maar de vraag landde als een oorlogsverklaring.
Iedereen loopt er weleens één tegen het lijf: een vampier. Getergde mensen zijn het, doorgaans van mening dat hun omgeving hen niet op waarde schat. Juist door dat eigen ongeluk verdragen ze niets zo slecht als het geluk van een ander. Hun afgunst kunnen ze onmogelijk beheersen, dus zuigen ze bloed. Nadat ze iedereen om zich heen hebben leeggezogen, rest hun de zolderkamer als laatste loopgraaf. Vandaar dat ze zich in groten getale verzamelen op sociale media.
Maar soms tref je er één in het wild, en daar zal hij niet rusten voor jij je van je lelijkste kant hebt laten zien. Niets liever wil hij dan dat je naast hem komt liggen, in zijn moeras, alwaar hij tevreden kan vaststellen dat jij geen haar beter bent dan hij. Met geluk blijft het bij vreemden; wie zich slecht verweert, moet ze ook onder kennissen dulden, soms zelfs onder vrienden.
Er is maar één manier om vampieren buiten je leven te houden, en dat is een roestvaste weigering het spel mee te spelen. Je aandacht is schaars. Besteed je een paar seconden aan de vampier, dan volgen er minuten, en daarna uren die je nooit meer terug zult zien. Elke reactie is een slok bloed, hoe doordacht of eloquent ook, en het monster dat je zo voedt begint prompt een nieuwe discussie. Rechtsomkeert dus, want het tegenovergestelde is ook waar: elke seconde die je in een ongecompliceerde vriendschap stopt, betaalt zich terug in liefde.
Het probleem is dat de mens precies andersom in elkaar zit. De glimlach van een vreemde en het compliment van een vriendin zijn tegen de avond vergeten. Juist het rottige blijft plakken, soms dagenlang. De drang je te verdedigen wint het dikwijls van de vraag of iets je kostbare tijd waard is. De enige remedie is een onmiddellijke, compromisloze intolerantie zodra je een vampier herkent. Jij gaat geen seconde van mijn aandacht krijgen.
Een paar dagen later zag ik dat mijn Graaf Dracula plotseling urenlang was stilgevallen. Zou ik een berichtje sturen? Geen denken aan. Vergeet knoflooktenen en de houten staak: een vampier sterft alleen aan complete veronachtzaming.
Vers van de pers
Ja, we moeten het klimaat redden. Maar het is ook echt tijd voor airco (gratis link). Ik schreef een groot stuk voor De Correspondent over het belang van de airco, en waarom de bezwaren ertegen begrijpelijk maar oplosbaar zijn. Vandaag wordt het 33 graden, dus een uitstekend moment.
13.000 dode kinderen per dag, en ik kocht een massagepistool. Dat moest anders. Hoe Ahmed Aboutaleb me ertoe bracht de rest van mijn leven 10 procent van mijn inkomen weg te geven aan effectieve goede doelen. Van een leven lang geven kun je geen spijt krijgen.
Leestips
Waarom zijn zoveel moderne gebouwen zo lelijk? Ben Southwood ontkrachtte acht mythes over architectuur. Nee, de lelijke gebouwen van vroeger zijn niet allemaal gesloopt. Nee, ornamenten werden niet onbetaalbaar door duurdere arbeid; ze rolden in de negentiende eeuw gewoon uit de fabriek. En nee, smaak is niet louter subjectief: 60 tot 90 procent van de ondervraagden verkiest traditionele architectuur boven modernisme. Als leek op het gebied van bouwkunde vond ik dit stuk boeiend en goed onderbouwd.
Elke ziekte is een beleidsfout. Saloni Dattani, een van de slimste mensen met wie ik ooit heb mogen samenwerken, schreef een lang artikel over hoeveel medische vooruitgang we laten liggen. Het eerste malariavaccin was al in de jaren negentig ontwikkeld, maar bereikte pas een kwart eeuw later kinderen omdat niemand de tests wilde financieren; ondertussen stierven er jaarlijks een half miljoen kinderen aan malaria. Technologie is zelden het grootste obstakel; doorbraken worden vaker gefrustreerd door een tekort aan geld en aan mensen die eraan werken. Dat sluit aan op de boodschap van mijn boek: waar de knapste koppen in ons land zich op storten is een van de belangrijkste vraagstukken van onze tijd.
Uit mijn kladblok
Mijn manosphere-dilemma: dit jaar schreef ik veel over mannelijke rolmodellen (bijvoorbeeld hier, hier, en hier). Maar er is iets in het publieke debat wat me dwarszit. In alle keurige kranten lees je cultuurkritiek op de manosphere, en ondertussen maakt haast niemand iets waar die jongens zelf naar willen kijken. Ik wil me meer op die jongens richten dan op mensen die de manosphere toch al niks vonden. Maar hoe? Met stukken voor De Correspondent bereik ik ze amper, en ik zie mezelf niet zo gauw TikTok-filmpjes maken. Misschien YouTube?
Grafiek van de week
Dat was ‘m weer, ik wens je een hele fijne donderdag!
PS. Als je deze nieuwsbrief de moeite waard vindt: een like of abonnement is lief.
PPS. Met mijn fietstocht wilde ik tien mensen overtuigen een Trial Pledge van Giving What We Can te nemen: 5, 3 of 1 procent van je inkomen doneren aan effectieve goede doelen, voor minimaal zes maanden. Het werden er 46, van wie vijf meteen 10 procent voor de rest van hun leven. Nu wil ik naar de vijftig. Heb je hier eerder over getwijfeld? Laat dit dan het teken van het universum zijn. Hier kun je meedoen.
Dit wist ik door eerdere ongevraagde berichten over mijn route.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.