De werkweek piept en kraakt, roep ik al een tijdje tijdens lezingen. Zoekend naar antwoorden op de uitdagingen van deze tijd, ben ik dit weekend in de cijfers gedoken. Gekke hobby, ik weet het. Maar om iets zinnigs te zeggen over de toekomst van werk, wil ik vandaag goed begrijpen. Ik zie drie thema’s die elkaar raken en versterken. Ik ben benieuwd welke jij herkent.
We hebben het beter hebben dan ooit, maar we voelen ons niet beter dan ooit. Dat hoor ik experts (historici en economen) met regelmaat zeggen, bijvoorbeeld hier bij Radio 1 naar aanleiding van Prinsjesdag. Deze paradox heeft al een tijdje mijn interesse. Zo las ik Comfort Crisis van Michael Easter en daar schreef ik eerder een stukje over. Ik vind dit in het licht van werk extra interessant, omdat de generaties voor ons hard moesten werken voor een betere toekomst. We hebben het nu een stuk beter, maar we lijken chronisch ontevreden. Het doel is niet bereikt, maar opgeschoven.
Deze ratrace kent alleen maar verliezers, omdat het altijd gekker en groter moet. Doodvermoeiend en een herhaalrecept voor ontevredenheid. Van vaccinaties tot drinkbaar water uit de kraan: we zijn zo verwend en gewend, dat we ons niet meer verwonderen over de gigantische luxe waarin we leven. Datzelfde mechanisme zie ik bij werk. Als we massages op de werkvloer, vierdaagse-werkweken, remote werken vanaf Bali en verzorgde lunch de bare minimum vinden, gaat er iets mis. We beroven onszelf van duurzaam werkgeluk door altijd meer te willen.
Maar liefst 1,7 miljoen mensen hebben last van burn-out klachten. Je zou kunnen spreken van een epidemie. Dat aantal neemt ieder jaar toe. Voor de cijfers over burn-outs en stress gebruik ik altijd die van TNO en CBS, omdat dit in Nederland het grootste onderzoek is (50.000 respondenten) en ik beide instituten betrouwbaar acht. Het nadeel van een enquete is dat de vraagstelling de uitkomst beïnvloedt en het gaat om zelfrapportage. Dus 1,7 miljoen Nederlanders geven zelf aan last te hebben van burn-out klachten. Daarbij is ‘burn-out’ een rekbaar begrip, wat het nog verder verwatert. Wat wel goed werkt, is dat ze al jaren op rij dezelfde methode gebruiken, waardoor je trends kunt zien. En dan zien we dat steeds meer mensen mentaal in de knoop komen te zitten op hun werk. Vooral onder jongeren (18 t/m 34 jaar) nemen ze cijfers in een rap tempo toe. Het punt staat: een grote groep mensen loopt met het schuim op de bek rond in de kantoortuin. Dat kost ons bakken aan werkgeluk, productiviteit en geld.
Dit grote woord gebruik ik om een breed gedeeld gevoel van onvrede onder kenniswerkers te benoemen. De cijfers lopen namelijk uiteen. David Graeber kwam in 2013 met de term bullshit-jobs op de proppen in dit stuk voor STRIKE! magazine. Dat was een onderbuikgevoel, waar hij voor het eerst woorden aan gaf. Zijn stuk ging viraal en werd in 12 talen vertaald. Pas daarna (in 2015) volgde een onderzoek (door YouGov) naar de vraag of mensen hun baan nuttig vonden. Daar rolde de bekende 37% uit, die gretig is overgenomen. Robert Dur (econoom) deed recenter onderzoek en kwam - met een andere vraag - op een ander getal: 8%. Deze bijdrage van Spraakmakers op Radio 1 met Rutger Bregman en Robert Dur geeft een genuanceerd beeld. Maar er is zeker wat aan de hand. Graeber raakte een snaar. Boeken als Morele Ambitie (Rutger Bregman) en De Bermuda Driehoek van Talent (Simon van Teutem) gingen als warme broodjes over de toonbank. Kenniswerkers worstelen met hun toegevoegde waarde en bestaansrecht.
Deze onderwerpen versterken elkaar. We optimaliseren ons kapot, op zoek naar meer werkgeluk, welvaart en productiviteit. Ondertussen lopen we overprikkeld op onze tenen en weten we niet waar we het voor doen of wat het toevoegt.
Herken je dit? Of delen hiervan? En welk deel spreekt je dan het meeste aan? Ik wil de thermometer in deze grote groep lezers steken om mijn aannames en gedachten te testen. Wil je me helpen door deze poll in te vullen of te reageren? Bedankt <3!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.