Prefer to read this in English? The translated version is available here →
Jaren geleden tijdens een natte, gure winterwandeling langs de kust, werden mijn koude wangen gezandstraald door de opwaaiende korrels. Het voelde scherp en hard en schurend — zand kan dat zijn. Thuis klopte ik mijn winterkleding en schoenen uit in de gang. Daar lag het beetje meegereisde zand, zacht en korrelig, verdwaald. Een bergje zand, of duinen, of strand…
Wanneer houdt iets op met zijn wat het was?
Of is de vraag eigenlijk: wanneer begint het met zijn?
In het geval van zand blijf ik dat lastig vinden… Een korrel, een bergje, een duin, een strand. Het gaat over locatie, maar ook over volume en over oorsprong. Misschien blijft zand strand zolang de korrels herinneren waar ze vandaan komen… Of ligt de identiteit van de korrels besloten in de perceptie van de persoon die ze ervaart?
Ik weet het nog steeds niet. Maar wat ik wel weet is dat ik het duinzand toen niet wilde laten verdwijnen in de stofzuiger. Dus verzamelde ik het met stoffer en blik en liet het buiten verder waaien. Hard en scherp, op zoek naar die zilte kust. Of een plekje ergens tussen de straattegels in de stad… Of een nietsvermoedend oog: het strand verandert in irritant. Huilen als beschermingsreflex, hoewel tranen ook prima passen bij het idee van een dwalende zandkorrel op zoek naar de zee. Een strandzandkorrel, die belandt in een oog, vindt daar in ieder geval een moment van zoutheid.
De afgelopen drie jaar heb ik heel weinig gezien van onze kust. Dat terwijl ik zo dichtbij woon. Maar soms is zelfs dichtbij te ver weg. Onbereikbaar in één richting. De duinwind en de geluiden van zomerplezier aan de kust vonden mij wel. Ik miste. En de zomer — het leven dat doorging — liet mij weten wat ik miste.
Drie jaar lang waaide mijn gevoel heen en weer: tussen dat missen en verlangen. Tussen herinneren en dagdromen. Tussen rouw en dankbaarheid. Ik voelde zelfs een beetje jaloezie, maar dan toch weer gunnen. En de laatste weken kwam daar iets nieuws bij: plannen.
Het weerbericht voorspelde een hittegolf, dagenlang, ik bereidde me voor (ook dagenlang). Een simpel plan, stapje voor stapje, met stop-en-check momenten. Gewoon kijken of het gaat.
En het ging. Het fietsen naar de duinen, het wandelen naar het duinmeer, het zwemmen. Heerlijk, en verfrissend. Water dat als een verkoelende, vloeibare tweede huid mijn lichaam omsloot. Eerst kippenvel, dan rust. Ik was vergeten hoe het voelde, hoe het óók kan voelen — de zomer, gewichtloos zijn en drijven. Mijn zoute tranen mengden zich met dat zoete water. En daar kwam geen irriterende zandkorrel in mijn oog aan te pas. Wat ik voelde was dankbaarheid, ontlading en ook een beetje rouw.
Hagedissen (thuis in het donker, met gesloten gordijnen) voelt anders sinds die eerste keer zwemmen. De zomerochtenden, tussen de mensen, vogels en insecten, kleuren de rest van dag. Een hele dag aan het strand doorbrengen blijkt niet nodig. Omdat er geen tijd bestaat in die momenten van zand, zoet en zout water. Vijf minuten dobberen is genoeg.
De hele week leef ik in een huis vol zand. Niet één klein bergje, maar korrels overal.
Overal.
Omdat ik mijn energie heel zorgvuldig moet verdelen, zeker in de hitte: zwemmen én stofzuigen op één dag, dat is nog geen optie. Stofzuigen in kleine stapjes, dat heeft met zand geen zin. Ik probeer het wel, maar iedere beweging veroorzaakt opnieuw een kleine zandstorm.
Zand kent geen rust, het verspreidt zich voortdurend en vindt moeiteloos alle hoekjes van mijn huis. Ieder bezoek aan de duinen brengt meer zand met zich mee. Het kleeft aan mijn huid, verstopt zich in de vouwen van mijn kleding, plakt aan mijn handdoek. Ik schud mijn tas uit, nog een keer.
Het zand knispert onder mijn voeten als ik loop door mijn huis, iedere beweging een korrelig besef: dit zand komt uit de duinen, ik was daar, ik heb gezwommen.
Zand, zand, zand. Overal. Ik laat het gewoon liggen.
’s Avonds soezend in mijn bed, half onder de dekens — het is dan ook warm, maar ik kan niet slapen zonder een beetje bedekt te zijn — vraag ik me af: wanneer lag ik er voor het laatst zo bij? In een huis vol zand, rozig, met de herinnering aan dat koele water nog zacht stromend door mijn lijf.
Het voelt als kindertijd, pubertijd misschien. Maar het is hoe dan ook een deinende, zoet-zoute herinnering. Warm, veilig en zorgeloos.
De hittegolf voorbij, besluit ik het zand op te ruimen. Met mijn handen beweeg ik over alle oppervlaktes, op zoek, op de tast, naar achtergebleven korrels. Drie jaar geleden voelde het alsof mijn leven wegglipte door mijn vingers als los zand. Maar zand laat zich niet dwingen in één vorm. Althans niet voor lang. En dus gebruik ik de stofzuiger, voor iedere centimeter van mijn huis. Tot het er niet meer knispert en schuurt. Tijdelijk, want de eerstvolgende warme dag wil ik weer zwemmen met alle zanderige gevolgen van dien.
⁂
✶ Serie:
Nieuw geluk(t) - kleine momenten van herontdekt plezier op een manier die past bij het nu.
✦ Afbeeldingen afkomstig uit de persoonlijke precious matters-collectie, nu onderdeel van dit groeiende archief. Kleine momenten, met zorg verzameld, een leven lang: fragmenten van een zacht universum in wording.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.