Omdat ik op kampeervakantie in Duitsland was heb ik de afgelopen tijd weinig films gezien. Ik was in de natuur, mijn dagen bestonden uit wandelen, zwemmen, lezen, eten, heen en weer lopen naar het sanitairgebouw. ‘s Nachts lag ik in een tentje naar de stromende beek naast ons te luisteren, in een wereld ver weg van Obsession van Curry Barker.
Het was een goede plek om de hittegolf door te komen, het specifieke dal waarin wij kampeerden was misschien wel de minst warme plek van heel Europa, maar ook bij ons kwam uiteindelijk het onweer, en zo spoelden mijn vriendin en ik na een wandeling aan in Baiersbronn. En dat lijkt in de zomer misschien het zoveelste uitgestorven wintersportdorpje, geboortegrond van verschillende professionele skischansspringers en een terrorist van de Rote Armee Fraktion, maar wie goed kijkt ziet ook hier de allure van showbizz.
Om te schuilen voor de regen besloten mijn vriendin en ik wat te eten in het dorp. Niet in een van de acht sterrenrestaurants die ze daar blijkbaar hebben (ja acht ja, ik vind dat veel, meer dan bijvoorbeeld in heel Argentinië) maar in een doodgewoon eetcafé. Wat mij als debuterende vakantieganger in Duitsland onder andere is opgevallen zijn de porties, ze zijn niet zuinig daar. Ik bestelde bijvoorbeeld käsespätzle en even later werd er een pan op tafel gezet die groter was dan mijn hoofd. In een poging dat te illustreren vroeg ik mijn vriendin een foto te maken, met daarbij mijn hoofd for scale
Omdat mijn vriendin een even grote pan had gekregen, liepen we na het eten een rondje door het dorp om de spijsvertering op gang te brengen. Het regenen was gestopt, er hingen nog flarden nevels rond de bergen, en toen stond daar naast een verlaten speeltuintje plotseling een bioscoop. Een heel kleine, een soort gele telefooncel met daarop het woord Kinderkino geschreven, met onderaan de deur: Kleinstes Kino im Schwarzwald.
Allereerst: wát een claim. Alsof het Schwarzwald volstaat met kleine bioscoopjes, maar deze toch echt de kroon spant. Terwijl het tegenovergestelde denk ik het geval is, het is een natuurgebied, er zijn amper bioscopen, dus dan ben je ook al gauw de kleinste, met een willekeurige zaal van Cinecenter was je er misschien ook al geweest. En tegelijkertijd die bescheidenheid: hoezo alleen het Schwarzwald? Zijn er daarbuiten nog veel kleinere bioscopen? Hoeveel kleiner kan een bioscoop nog worden?
Maar ik wilde natuurlijk vooral zien wat er zoal werd vertoond in deze opmerkelijke bioscoop, en tot mijn vreugde ging de deur gewoon open. Binnen in de cel stond een houten bankje, gordijnen rondom verduisterden de ruimte, en er hing een oranje kast aan de muur met daarin een touchscreen met het filmaanbod.
In de Kinderkino maakte zich een lichte teleurstelling van mij meester. Wat waren dit voor films? Bijbelverhalen? Psalmen? Even had ik misschien toch gehoopt dat dit een bioscoopje was van een cultureel bewuste gemeente die had bedacht de cinema naar de speelplaats te brengen, maar het was dus gewoon eigendom van het Evangelisches Gemeindehaus ernaast. Een weinig aansprekend gebouw, met op de zijkant een groot citaat geschreven: “Ich bin der Weg, die Wahrheit, das Leben.” Van wie dat citaat is? Niemand minder dan Jezus Christus.
Het was dus geen bioscoop! Het was gewoon een soort bekeringsautomaat die de spelende kinderen nog wat Bijbelkennis zou moeten bijbrengen, een evangelische douchecabine waarin zij al hun zonden van zich af konden spoelen. Je stopt een kind erin, en een paar minuten later stapt er een christen naar buiten.
Voor de vorm heb ik toch Die Arche Noah aangezet, om iets te voelen van de experience van de kleinste bioscoop van het Schwarzwald, maar het deed me weinig meer. De animaties waren houterig, hadden weinig persoonlijkheid, en deze versie van het verhaal voegde volgens mij weinig toe aan het origineel, het boek was beter. De rest van het programma zou natuurlijk fantastisch kunnen zijn, misschien had ik ook gewoon een van de films voor erwachsenen aan moeten zetten, maar ik heb het bij de Ark gelaten. Het enige wat me aansprak was dat het in het verhaal op een gegeven moment ging regenen. Toen dacht ik: ah, hier regende het net ook.
Die nacht in de tent vroeg ik me nog af of niet alle bioscopen bekeringsautomaten zijn, voor allerlei religies en overtuigingen, zij het allemaal iets omslachtiger en heimelijker. Was dit niet gewoon het hele idee teruggebracht tot de essentie: een vierkante meter, een scherm, een zitplaats, en indoctrinatie? Maar al met al voelde de kleinste bioscoop van het Schwarzwald vooral als verwaarloosd potentieel. Toch is er een geruststellende gedachte: wellicht zijn er buiten het Schwarzwald nog veel kleinere bioscoopjes, met veel interessantere programmerinkjes.
Bedankt voor het lezen! Vond je het leuk, vergeet dan niet te abonneren, of deel deze nieuwsbrief met iemand waarvan je denkt dat die het leuk zou kunnen vinden. Volgende maand wordt de reguliere programmering hervat. Tot dan!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.