Het Coalitieakkoord 2026-2030 van D66, VVD en CDA verbetert het overheidssaldo op de korte termijn, maar vooral op de lange termijn loopt de overheidsschuld op. De doorsnee koopkracht daalt beperkt.
Op verzoek van de formatietafel is het Centraal Planbureau (CPB), in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gestart met het doorrekenen van het coalitieakkoord. Op 20 februari 2026 worden de resultaten gepubliceerd.
De leefomgevingsplannen van de politieke partijen leiden tot grote verschillen op de thema’s klimaat en energie, en stikstof en natuur. Waar sommige partijen grote stappen willen zetten richting de klimaat- en stikstofdoelen, raken ze bij andere partijen uit zicht.
Een nieuwe aflevering van Studio Leefomgeving, deze keer over de publicatie van Keuzes voor de Leefomgeving met onderzoekers Dick van Dam en Timo Maas.
Het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving op het vlak van wonen, klimaat, energie, natuur en landbouw stagneert. Dit zijn urgente leefomgevingsopgaven voor het nieuwe kabinet.
In de uitwerking van plannen van het nieuwe kabinet is beperkt aandacht voor de lange termijn. Deze gaat voornamelijk uit naar prioriteiten hier en nu zoals de bestrijding van armoede en het behoud van koopkracht.
Nu het nieuwe kabinet gevormd is, doet het PBL in een reflectie op het Hoofdlijnenakkoord aanbevelingen aan de coalitiepartijen op drie brede gebieden: klimaat, energie en grondstoffen; Regio: wonen, bereikbaarheid en ruimtelijke ordening; en Landbouw en natuur.
Bijna alle partijen vinden het aanpakken van armoede belangrijk, net als het tegengaan van broeikasgassen en het vergroten van de bereikbaarheid. Verder zijn er vele verschillen in de verkiezingsprogramma’s die de onderzoekers van de planbureaus CPB en PBL onderzochten.
De leefomgevingsambities van VVD, D66, GroenLinks-PvdA, ChristenUnie en Volt zoals verwoord in de verkiezingsprogramma’s voor de komende verkiezingen liggen op het eerste gezicht dichtbij elkaar.