Het beleid voor woningverduurzaming is breed in kaart gebracht en richt zich op de verduurzaming van koop- en huurwoningen, en omvat zowel maatregelen binnen het individuele spoor als binnen de gebiedsgerichte aanpak. In de reconstructie zijn alleen instrumenten meegenomen waarvan het initiële beleidsdoel expliciet gericht was op woningverduurzaming.
Bevindingen
De figuur laat zien dat in totaal 24 financiële instrumenten zijn geïdentificeerd, waarvan 14 subsidieregelingen (groen), 6 fiscale regelingen (geel) en 4 financieringsinstrumenten (blauw). Daarnaast identificeerden we 8 juridische instrumenten (lichtpaars), 3 communicatieregelingen (goud) en 5 innovatieregelingen (donkerpaars).
Kijkend naar de samenstelling concluderen we in dit onderzoek dat:
- De omvang van de financiële regelingen bedroeg in 2025 ten minste 2,4 miljard euro;
- Sinds 2013 zijn de uitgaven voor woningverduurzaming zeer sterk toegenomen;
- De meeste financiële instrumenten zijn gericht op het beperken van de energievraag;
- De financiële regelingen differentiëren naar doelgroep (zoals eigenaar-bewoners en VvE’s);
- De energiebelasting geeft een brede prikkel tot woningverduurzaming voor alle doelgroepen;
- Het beleid is voor een groot deel gebaseerd op vrijwilligheid.
Kijkend naar de fasering concluderen we in dit onderzoek dat:
- Sinds 2019 krijgen gemeenten een steeds grotere rol toebedeeld;
- Sinds 2022 is er steeds meer beleid voor warmtenetten;
- Het aantal subsidies is toegenomen en het aantal fiscale instrumenten stabiel is gebleven;
- Het Warmtefonds (opvolger van het NEF) verstrekt sinds 2013 financiering;
- Veel beleid kan direct worden gelinkt aan beleidsakkoorden en programma’s.
Samengenomen laten de resultaten zien dat het Nederlandse beleid voor woningverduurzaming in de periode 2013 tot en met 2025 is uitgegroeid tot een breed en divers instrumentarium, waarin verschillende soorten instrumenten zowel gelijktijdig als over de tijd zijn ingezet. In 2025 omvat het beleid zowel instrumenten met een relatief groot budget (zoals de ISDE en de salderingsregeling) als instrumenten met een relatief klein budget (zoals de SPOR en de SVOH). Daarnaast bleek tijdens de uitvoering van dit onderzoek dat het niet eenvoudig was om op instrumentniveau vast te stellen welke doelgroepen gebruik konden maken van de financiële instrumenten, mede omdat deze doelgroepafbakening in de tijd kan veranderen en het in sommige gevallen ook per verduurzamingsmaatregel verschilt.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.