RSS Amplifier

ARC's Substack NL · Jul 24, 2026

Wie zijn de helden?

0
Sign in to vote or save

ARC · ARC's Substack NL

Vandaag begint de World Pride in Amsterdam. Nooit eerder wordt de pride zo groot, internationaal en uitgebreid gevierd in de hoofdstad. Zelden vindt het ook op zo’n spannend moment plaats. Na decennia van emancipatie en ontwikkeling neemt de acceptatie van lhbtiqa+-personen zienderogen af. Juist ook in eigen land. Terwijl de stad haar roze bril opzet, zal in de rest van het land flink worden gemord en geklaagd. ‘Moet dat nou?’ ‘Laat iedereen vooral doen wat die wil, maar val mij er niet mee lastig.’

Nederland scoort al jaar en dag helemaal niet goed op de ILGA-Europe Rainbow Map (de 13e plaats). Ons land lijdt aan de wet van de remmende voorsprong. Sinds het zogeheten ‘homohuwelijk’ (ergo: opengesteld huwelijk voor personen van gelijk geslacht) is doorgevoerd, presenteert Nederland zich maar wat graag als de kampioen van de ruimdenkendheid en progressie. Ondertussen is ons land geen van beiden. Het openstellen van het huwelijk was een beginpunt, maar bleek al snel een eindpunt. ‘Nou, jullie mogen trouwen, dus niet langer zeiken,’ leek het adagio [Lees hierover ook: ‘Dictatuur achter de dijken’].

En hoewel Nederland nu inderdaad voor het eerst een openlijk homoseksuele premier heeft in zijn politieke geschiedenis, is ook daar niet veel mee gezegd. Homoseksuele mannen blijken uit onderzoek van het CBS de rijkste groep in Nederland. Er wordt hun – mede door een verbod op draagmoederschap – in ons land namelijk nauwelijks tot geen kans op kinderen geboden, wat flink scheelt in de uitgaven. Tel daarbij op dat zij als twee mannen veel meer loon voor hetzelfde werk verdienen en de optelsom is gemaakt. Hoe anders is de positie van non-binaire personen, die nauwelijks tot geen juridische erkenning hebben, en transgender vrouwen, die ernstige vormen van discriminatie, achterstelling en geweld meemaken.

Over deze groepen wil de Tweede Kamer niet eens spreken. Al drie Kamers op een rij is er met meerderheid een motie aangenomen die het spreken over de zogeheten ‘transgenderwet’ té omstreden maakt. Er kan dus überhaupt niet over hun positie en rechten worden gedebatteerd. Een politiek dieptepunt, dat zich slechts één keer eerder voordeed, te weten eind jaren dertig over ‘de Joodse kwestie’. Daarmee is feitelijk alles gezegd.

Vaar niet alleen! Deel dit verhaal.

Share

Ondertussen dreigt Nederland niet alleen internationale sier te maken door lhbtiqa+-personen als diplomatiek paradepaardje te gebruiken (pinkwashing, of ‘rozewassen’ heet dat). Ook in de hoofdstad zelf dreigt heel wat regenboogkapitalisme, met vieze bedrijven en banken als Booking.com en de Rabobank als hoofdsponsors. De World Pride biedt in potentie de kans om Nederland een spiegel voor te houden van hoe het land ook kan zijn, hoe we als samenleving ook samen zouden kunnen leven en hoe een werkelijke regenboognatie eruitziet. Wat dreigt, is echter het bekende jaarlijkse ‘aapjeskijken’ tijdens de Canal Parade, waarbij stomdronken heteroseksuele ‘provincialen’ zich met roze boa’s om kirrend en smalend vergapen aan al die ‘gekkies’ op een boot. Al verandert zelfs dat sentiment.

Het lijkt anno 2026 wel alsof we allemaal door een grijze wasstraat worden gereden. Niet alleen worden roze helden uit de geschiedenis niet geëerd. Ook persoonlijke vrijheid en eigen expressie worden geweerd. Wat rest is een land waar een premier homo kan zijn omdat hij zich vooral niet ‘nichterig’ gedraagt, vrouwonvriendelijke en seksistische grapjes over de kroonprinses maakt en vooral lekker ‘normaal’ doet.

De meeste seksuele oriëntaties, geslachten en genderidentiteiten (SOGGI) in (Noordwest-)Europa hebben pas sinds kort een naam en bekendheid. Denk daarbij aan identiteiten als ‘transgender’ of ‘panseksualiteit’. De indeling ‘heteroseksualiteit’ en ‘homoseksualiteit’ werd in 1869 door de Hongaars-Oostenrijkse journalist en schrijver Karl Maria Kertbeny geïntroduceerd, die hierover twee pamfletten publiceerde. In navolging van andere wetenschappers uit zijn tijd, zoals Sigmund Freud, had hij een fascinatie voor seksualiteit. Hij probeerde deze op (pseudo)wetenschappelijke wijze in te delen en te ontleden.

Het woord ‘homoseksualiteit’ kwam als zodanig dus bijvoorbeeld nergens in de grondtekst van de Bijbel voor, maar is er later ‘ingetaald’, zoals dat heet. Wel werd er in de Bijbel op enkele plekken geschreven over mannen die seks hebben met mannen en vrouwen die seks hebben met vrouwen, al hadden die spaarzame teksten betrekking op pedoseksualiteit, (groeps)verkrachting en (gedwongen) tempelprostitutie. Hoewel de Bijbel bomvol ‘heteroseksuele’ zonden staat (echt, een soap is er niets bij), werd van ‘homoseksualiteit’ een gruwel in Gods ogen gemaakt. Maar die nuance werd niet gemaakt toen de kolonisator aan zijn ‘christelijke’ beschavingsoffensief in de door hem gekoloniseerde, geëxploiteerde en geplunderde gebieden begon.

Het befaamde schilderij The Destruction of Sodom and Gomorrah van de Engelse schilder John Martijn, uit 1852. Halverwege de negentiende eeuw kwam er veel aandacht voor wat ‘sodomie’ werd genoemd. niet veel later kwam Karl Maria Kertbeny met zijn dichotomie van ‘hetero-’ en ‘homoseksualiteit’.

Het was de Europese, witte, heteroseksuele, cisgender man die in zijn determinisme en benoemingsdrift van ‘de ander’ zo nodig alles moest indelen, typeren, determineren, classificeren en daarmee ook politiseren, problematiseren en zelfs criminaliseren. Vroeger was de mens gewoon, inclusief diens seksualiteit en genderexpressie, zonder dat daar een naam of noemer aan werd gegeven. Dit maakte seksuele beleving en genderexpressie veel flexibeler en fluïde; mensen hadden immers niet een vastomlijnde identiteit voor het leven. In veel landen kwam hier pas verandering in toen de koloniserende machthebbers hun ‘antisodomiewetten’ introduceerden en daarmee homoseksualiteit tot een misdrijf maakten.

Hoewel de termen en aanduidingen voor lhbtiqa+-personen door de tijd (blijven) veranderen en de verschillende seksuele oriëntaties en genderidentiteiten steeds specifieker worden opgesplitst en gedefinieerd, zijn seksuele diversiteit en genderexpressie even oud als de mens zelf. In de klassieke oudheid werd de liefde tussen mannen of vrouwen onderling openlijk gevierd. Het woord ‘lesbisch’ is letterlijk afgeleid van het Griekse eiland Lesbos, waar de dichteres Sappho leefde, die over de vrouwenliefde dichtte. Witte historici hebben dit later als iets zondigs en hedonistisch bestempeld. Ook beperkten ze zich in hun lustige beschrijvingen van deze ‘goddeloze’ praktijken uitsluitend tot de seksuele driften. Dat er ook sprake kon zijn van oprechte liefde, was voor hen vanzelfsprekend ondenkbaar.

Is het mogelijk om iemand van vóór het jaar 1869 met terugwerkende kracht toch als homoseksueel te bestempelen? De persoon in kwestie zou zichzelf immers nooit zo hebben geïdentificeerd. De term bestond nog niet. Daarbij voelen ook nu nog veel personen uit Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen zich helemaal niet prettig bij labels als ‘homoseksueel’, ‘lesbisch’ of ‘transgender’. In veel culturen zijn de ideeën over seksuele beleving en genderidentiteit veel minder vastomlijnd en eendimensionaal dan in Noordwest-Europa en Noord-Amerika. Door sociale media, popcultuur, groeiende media-aandacht en activistische druk van buitenaf komt hier wel verandering in.

Dat neemt niet weg dat veel personen in de geschiedenis naar onze huidige maatstaven lhbtiqa+-personen kunnen worden genoemd. Of in ieder geval zeker niet als cisgender en/of heteroseksueel mogen worden bestempeld. Wie de geschiedenisboeken erop naslaat, krijgt wel die indruk. Dit versterkt het idee dat al dat ‘queer gedoe’ iets nieuws is en ‘het allemaal wel heel snel’ gaat. Ondertussen vinden de meeste lhbtiqa+-personen zichzelf nooit in de geschiedenis terug. Hun kleurrijke regenboogbestaan is letterlijk grijsgewassen.

Grijswassen – het fenomeen waarbij de seksuele oriëntatie of genderidentiteit van een historisch persoon uit de geschiedenis wordt ontkend of weggelaten en diens verdiensten en prestaties door de heteroseksuele, cisgender geschiedschrijver worden toegeëigend. Ook te gebruiken voor andere kunstvormen en/of fictieve verhalen waarbij de rol van lhbtiqa+-personen door heteroseksuele, cisgender personen wordt vertolkt.

Er is in de geschiedenis een hoop grijsgewassen. Dat Mahatma Gandhi (1869–1948) liefdesbrieven schreef aan zijn witte Zuid-Afrikaanse (onder)buurman – en zich bovendien racistisch uitliet over zwarte Zuid-Afrikanen – zal voor velen een schok zijn. Evenals het idee dat de meeste liefdesgedichten van de grote Perzische dichter Rumi (1207–1273) aan God en de liefde voor hetzelfde gender zijn opgedragen. Napoleon dan (1769–1821). De rabiaat antihomoseksuele veldheer die met zo veel antihomowetgeving kwam, zou het naar verluidt zelf maar wat graag met mannen hebben gedaan (en daar flink wat zelfhaat aan hebben overgehouden). Zijn complex beperkte zich dus niet tot zijn korte postuur. Van wie de mannenliefde in ieder geval zeker was, is Alexander de Grote (356–323 v.Chr.). Op een festival kuste hij publiekelijk zijn jonge Perzische liefde Bagoas. Maar hoewel de Grieken en Macedoniërs tot op de dag van vandaag bekvechten over de vraag of hij nu Griek of Macedoniër was, wil niemand zich die zoen toe-eigenen. Ook een leuk feit: Alexander de Grote liet zich in de befaamde Luxortempel in Egypte afbeelden als farao Alexander met een grote erectie, waar toeristen tot op de dag van vandaag overheen strijken in de hoop dat zijn libido en vitaliteit de tand des tijds hebben doorstaan. Zijn erectie is hierdoor zwart geworden (over zwart fetisjisme gesproken!).

Het lijstje namen houdt al snel op. Wie naar historische lhbtiqa+-personen zoekt, komt vrijwel direct in de twintigste eeuw terecht, en dan met name bij enkele befaamde witte, homoseksuele, cisgender mannen. Daar komt bij dat zeker in het geval van ‘vrouwen’ enige vorm van masculien gedrag en/of romantische interesse in hetzelfde gender door historici stelselmatig als noodzakelijke overleving wordt afgedaan. De vraag waarom dan niet veel meer onderdrukte en statusloze vrouwen zichzelf een mannenrol aanmaten, wordt door de heren historici dan weer niet beantwoord.

Een goed voorbeeld van een dergelijke ‘vrouw’ is de Franse verzetsheld Jeanne d’Arc (1412–1431), die ver voordat RuPaul’s Drag Race een ding werd aan drag deed. Vrouwenkleding was nu eenmaal niet zo handig tijdens een veldslag, zo oordeelden de historici. Maar Jeanne moest over wel meer dan een broek beschikken om het respect van tienduizenden chauvinistische mannen te kunnen afdwingen en hen aan te mogen voeren.

Of wat te denken van de ‘vrouwelijke’ paus Johanna, die zich volgens legendes tussen 855 en 857 als de mannelijke paus Johannes zou hebben voorgedaan? Wie zegt dat ‘zij’ niet werkelijk een ‘hij’ was? Celibatair was deze paus in ieder geval niet. De ‘kerkvader’ viel door de mand toen die tijdens een processie beviel. Haastig werd de paus uit de annalen van de Rooms-Katholieke Kerk gewist. Naar verluidt wordt sindsdien bij de uitverkiezing van iedere volgende paus subtiel in de ballen geknepen om zeker te weten dat de uitverkoren paus een man betreft. Daar bestaat zelfs een speciale stoel met een opening voor, waarna zou worden gezegd: ‘Testiculos habet et bene pendentes’ (‘Hij heeft testikels en ze hangen goed’). Gelukkig weten de vlijtige lezers van mijn boek en ondertussen standaardwerk Je mag ook niets meer zeggen dat het o zo heilige scrotum helemaal niets over de mannelijkheid van de paus zegt (of van welk persoon ook). Ik zal maar een exemplaar van dit boek naar het Vaticaan sturen.

Farao Hasjepsoet afgebeeld als mannelijke farao, met de kenmerkende baard en strakke borst.

Persoonlijk vind ik het interessantste voorbeeld in de geschiedenis de legendarische farao Hatsjepsoet, die naast Ramses II als de succesvolste en machtigste farao van het oude Egypte wordt aangemerkt. Tweeëntwintig jaar lang regeerde de farao Egypte, won de grootste veldslagen en bouwde de indrukwekkendste monumenten. Al die tijd liet die zich als man mét baard afbeelden (en in honderden beelden uithakken).

Waarom? En hoe kwam deze farao daarmee weg? Blijkbaar werd Hatsjepsoets mannelijkheid breed geaccepteerd, en dat terwijl haar naam letterlijk ‘eerste onder de vrouwen’ betekende. Over diens geboortegeslacht bestond dus bij niemand twijfel. Historici doen ook dit af als noodzaak. Niets is minder waar. Van alle rijken in de klassieke oudheid was het Egyptische het meest egalitair. Vrouwen mochten werken, hadden dezelfde inspraak in de rechtbank als mannen en gingen naar school (met schooluniform en al). Hatsjepsoet kende dus meer vrouwelijke farao’s en vrouwelijke regenten. Maar die gingen niet als man door het leven.

Hatsjepsoet afgebeeld in vrouwelijke vorm, zonder baard en met zachte vrouwelijke gelaatstrekken en welving van diens borsten.

In Europa waren lhbtiqa+-personen eeuwenlang te bedreigd om openlijk hun seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit bekend te maken. Wanneer ze dat wel deden, werd deze net zolang ontkend en weggemoffeld tot die identiteit alsnog verloren ging. Hetzelfde overkwam historische personen uit andere delen van de wereld. Niet alleen is dit een grove en ernstige vorm van bewuste geschiedvervalsing, ook moet de emancipatie hierdoor telkens weer van vooraf aan beginnen. Lhbtiqa+-personen leven niet in een historisch vacuüm in de tijd. Hun bestaan bouwt voort op al die roze helden die hun voorgingen en die de wereld hun kunde, kennis, kracht en kleurigheid gaven.

Het is hoog tijd om de roze helden uit het verleden eerherstel te geven. Door de ontkenning en het weglaten van lhbtiqa+-personen ontstaat de indruk dat zij telkens weer een nieuw fenomeen zijn. Dit legitimeert het idee dat de diversiteit aan seksuele oriëntaties of genderidentiteiten ‘onnatuurlijk’ is en niet eigen aan de mens. Ook rechtvaardigt het uitsluiting, discriminatie en onbegrip (het is immers allemaal ‘zo nieuw’ en ‘ze willen zo veel’). Ten slotte creëert het een gevoel van isolatie en eenzaamheid en belemmert het de gezonde identiteitsvorming en trots onder (jonge) lhbtiqa+-personen dat ook zij door de eeuwen heen de pagina’s van de geschiedenis van kleur hebben voorzien.

Roze is een veelgebruikte kleur voor en door lhbtiqa+-personen. Maar waarvan? Hoe slecht we de geschiedenis kennen, blijkt wel uit het feit dat weinigen de herkomst van juist die kleur kunnen verklaren. De oorsprong ligt in de Tweede Wereldoorlog. De nazi’s vervolgden naast Joden, Roma en Sinti ook lhbtiqa+-personen, vooral homoseksuele mannen. Zoals de Joden een davidster moesten dragen, zo kregen deze mannen een omgekeerde roze driehoek opgespeld. Er zijn gevallen bekend van personen die een embleem met een halve davidster en een halve driehoek moesten dragen. Zij waren geregistreerd als Joods en lhbtiqa+.

In totaal zijn er gedurende de Tweede Wereldoorlog naar schatting 50.000 tot 60.000 lhbtiqa+-personen op grond van hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit gearresteerd, opgesloten, in tuchthuizen geplaatst, gemarteld, verkracht en/of in concentratiekampen vermoord. Het gaat hierbij met name om personen uit Duitsland en Oostenrijk.

In werkelijkheid ligt dit aantal veel hoger, omdat onder de ruim zes miljoen vermoorde Joden de meeste personen hun SOGGI verborgen. Met de opkomst van de emancipatiebeweging in de jaren zestig en het groeiende bewustzijn over de gruweldaden in de Tweede Wereldoorlog werd de roze driehoek een geuzenteken voor lhbtiqa+-personen.

Vandaag de dag wordt de omgekeerde driehoek steeds minder gebruikt, maar de kleur roze is nog altijd populair. Ook in de taal, waarin ‘roze’ in het algemeen synoniem staat voor lhbtiqa+. Denk aan de Roze Filmdagen, Roze Zaterdag, het Roze Huis of het hardnekkige fenomeen van regenboogkapitalisme: ‘rozewassen’ dus.

De geschiedenis van de lhbtiqa+-emancipatie is een brute geschiedenis waarin personen telkens gedwongen waren te vechten voor hun bestaansrecht. Zo komt Pride onder andere voort uit de Stonewall-opstand op 28 juni 1969 in Greenwich Village in New York. Deze brak uit na jaren van extreem politiegeweld, invallen in bars en vervolging van homoseksuele en transgender personen.

Dat de bar Stonewall Inn door de Metropolitan Police op brute wijze werd ontruimd, was de laatste druppel. Dit historische moment werd later aangemerkt als het begin van een internationale lhbtiqa+-emancipatiebeweging die al snel in meer landen navolging zou vinden.

In werkelijkheid waren er veel meer gebeurtenissen en ontwikkelingen die tot een wereldwijde Pride-beweging leidden, maar feit is dat witte homoseksuele mannen de geschiedenisboeken ingingen als de grote helden van Stonewall en de hoofdrol kregen in films die later over deze gebeurtenis werden gemaakt.

Maar de protesten werden grotendeels geleid door zwarte trans vrouwen en trans vrouwen van kleur. Zij hebben daar nooit erkenning voor gekregen. Ondertussen wordt Pride door de overheid aangegrepen om roze punten te scoren, terwijl diezelfde overheid zich openlijk aan institutioneel racisme schuldig maakt. En zo is de roze driehoek weer pijnlijk rond.

Het kleurrijke boek Tussen feest en protest: Het verhaal van de Amsterdamse Pride van Michiel Klaassen en Menno Sedee is wellicht wel de mooiste ode aan de Amsterdamse pride en haar unieke geschiedenis tot nu toe. Het brengt de pride tot leven, eert de kleinste initiatieven en de grootste prestaties en slaat geen thema of insteek over. Zo geeft het boek ook aandacht aan de rol van religie op de pride en staat het uitgebreid stil bij de Pride Kerkdienst in de Oude Kerk in Amsterdam, die ik op 23 juli 2023 verzorgde. Deze preek is online nog steeds terug te kijken en raakte niet alleen de auteurs, maar hopelijk ook jou – of je nu queer bent, of niet eens weet wat dat betekent.

Dit artikel is deels een bewerking van fragmenten uit Je mag ook niets meer zeggen: een nieuwe taal voor een nieuwe tijd (Uitgeverij Nieuw Amsterdam). In dik boek duik ik in de verzwegen en vergeten geschiedenis. Ik ontrafel de alsmaar uitdijende regenboogsoep van seksuele oriëntaties en genderidentiteiten, introduceert nieuwe woorden als nifje naast neefje en nichtje, en benoemt zonder schroom iedere roze olifant in de kamer. Je mag ook niets meer zeggen is een scherp, leerzaam, toegankelijk en vaak verrassend grappig boek dat niet alleen allerlei gesprekstof oplevert, maar gelijk ook leert in welke taal die gesprekken te voeren.

Ahoy!

Het zijn stormachtige tijden. De golven die op ons afkomen worden hoger. Juist daarom hebben we een nieuwe ARC - een Action Response Committee - nodig: een plek waar we ons als burgers samen kunnen voorbereiden op wat komt.

Deze nieuwsbrief is daarvan een eerste verkenning: een poging om jullie te vinden en een online, en hopelijk later ook offline, community te bouwen. Dit najaar ga ik ook aan de slag met een nieuw boek dat naast een mentale en geestelijke toevlucht voor de lezer ook in een concreet stappenplan en handleiding voor groepen moet voorzien.

Er is alleen een probleem: het water staat mij financieel aan de lippen. Voor mijn onderzoeken, reizen en schrijfwerk word ik niet betaald. Wil je helpen deze ARC te bouwen? Overweeg dan een betaald abonnement. Daarmee blijft deze plek toegankelijk voor wie het niet zo breed heeft. Er staat ook een cadeautje tegenover. Als betaalde abonnee krijg je naast de wekelijkse verhalen ook toegang tot exclusieve reportages die ik maak voor
De Groene Amsterdammer.

Vele schouders maken samen licht werk. Ik heb nog heel wat hout nodig om planken van te zagen.

Voor 85 cent per week help je mij deze ARC te bouwen.

Klik hier en kom aan boord

En kun je het niet missen? Geen zorgen. Deze ark is er niet alleen voor zij die het zich kunnen veroorloven, anders wordt het wel heel eentonig aan boordt.

No posts

Read the original on mounirsamuel.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.