RSS Amplifier

ARC's Substack NL · Aug 16, 2026

Reportage "Zingend de orkaan tegemoet"

0
Sign in to vote or save

ARC · ARC's Substack NL

Op het ene eiland raggen halfdronken toeristen op speedboten over het koraalrif. Op het andere leiden de inwoners een eenvoudig leven met de getijden. Op allebei is de dreiging van de klimaatcatastrofe voelbaar. En dan moet de Super El Niño nog komen.

Tekst en beeld Mounir Samuel
De Groene Amsterdammer, 13 augustus 2026 (jaargang 150, nr 33)

Toeristen staan in een natuurlijk aquarium in de zee rond San Andrés. Ooit had het eiland het derde grootste koraalrif ter wereld. Nu is alles dood.

We zijn gezegend,’ zegt Soylina stralend. De receptioniste van het simpele gastverblijf weet waar ze het over heeft. Toen orkaan Iota over het eiland raasde, werkte ze voor de lokale overheid en was ze belast met de evacuaties. Het was de ergste storm in de geschiedenis van ons eiland, maar God is voorzienig,’ zegt de zwarte vrouw met een accent dat opvallend veel overeenkomst heeft met dat van de Jamaicanen. Soylina is Raizal en behoort tot de oorspronkelijke bewoners, die eeuwen geleden als tot slaaf gemaakten naar het eiland zijn gebracht.

Ik ben op Isla Providencia, ook wel bekend onder de vroegere puriteinse naam Providence Island. Het piepkleine, bergachtige eilandje in de Caribische Zee is met de loversbridge’ verbonden met het autovrije eilandje Santa Catalina. Op zon negentig kilometer afstand ligt het veel bekendere eiland San Andrés. Daar waar dat eiland, dat zeventien keer zo klein is als Curaçao, met 80.000 vaste inwoners en een miljoen toeristen per jaar geteisterd wordt door overbevolking, vervuiling en totale uitputting, is Providencia een waar paradijs. Groene bergen. Prachtige ongerepte stranden. De vijfduizend inwoners leven een simpel leven met de getijden. Hier geen hotels, winkels, ronkende motoren, schreeuwerige jetskis of vervuilende speedboten. De spaarzame restaurants op het eiland bestaan uit houten kotten waar in de middag vis wordt geserveerd.

San Andrés en Providencia liggen zon achthonderd kilometer van de Colombiaanse kust, maar zijn door een complexe en rijke geschiedenis onderdeel van Colombia. Dit tot ongenoegen van het nabijgelegen Nicaragua, dat over het eigenaarschap van de eilanden zelfs een rechtszaak aanspande in het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, maar deze in 2012 jammerlijk verloor. Wel kreeg het land toestemming om meer en dichter bij de archipel te vissen en dat terwijl deze eilanden een belangrijk maritiem reservaat vormen en de visstand al ernstig onder druk staat.

Het waren de Spanjaarden die de eilanden in de zestiende eeuw ontdekten. Maar omdat de conquistadores op zoek waren naar goud, lieten ze de eilandjes in de Cariben al snel links liggen. In navolging van een droom van een protestantse heilstaat zetten Britse puriteinen in 1629 de Providence Island Company op en stichtten een eerste nederzetting op Providencia, New Westminster genoemd.

Het puritanisme is een maatschappelijk geëngageerde vorm van het protestantisme, waarbij men constant streeft naar geestelijke groei en persoonlijke verbetering. Doel is om zo onbaatzuchtig mogelijk te leven en een zo zuiver mogelijk mens te worden. Dit weerhield de Puriteinen er echter niet van om mensen tot slaaf te maken en op de plantages te werk te stellen. Op het vruchtbare eiland werden tabak en katoen verbouwd.

Verwikkeld in een verbeten strijd met de Engelsen, besloten de Spanjaarden in 1641 de eilanden toch maar weer in te nemen. De Raizal, hielden echter vast aan de Engelse creoolse taal en het protestantse ethos. Het leidde tot een unieke cultuur, die letterlijk én figuurlijk mijlenver van de Spaanstalige en overwegend katholieke Colombiaanse cultuur afstaat. En dan kwamen daar vanaf eind negentiende eeuw ook nog groepen Libanese moslims bij. Op San Andres is dan ook een grote moskee te vinden.

Vaar niet alleen! Deel dit verhaal.

Share

***

Het zijn de Raizal die me, zodra ze ontdekken dat ik Engels spreek én protestant ben, me trots hun geschiedenis vertellen. Zoals James, een jongeman met dikke braids en helderblauwe ogen. Veel Raizal dragen ook het bloed van hun voormalige slaveneigenaren in zich.

Samen met zijn broers en neef heeft James een klein strandtentje op Rocky Cay, een kleurig houten hok gebouwd in de stijl van de vroegere huizen op het eiland. Het mini-eilandje dat slechts enkele minuten van de drukke kust van San Andrés ligt, is niet veel meer dan een versteend stuk koraalrif dat net boven de zee uitsteekt. James en zijn familie hebben er ter verkoeling palmbomen op geplant, die ze vervolgens hebben beschilderd. Drommen Colombiaanse toeristen varen af en aan om er biertjes te drinken en selfies te maken.

Trots geeft hij mij een rondleiding op het eilandje dat nog geen dertig meter groot is. ‘Ya man, we proberen ons land te beschermen en het weer het paradijs te maken dat het eens was’, hij wijst op een kleine afzetting waarachter plantjes en palmscheuten in nette rijtjes zijn geplant. Hij heeft er duidelijk zorg en aandacht ingestoken. Tussen het groen rennen kippen en kuikentjes rond, die door zijn moeder worden gebruikt om in haar keuken in hun kleien huis op het hoofdeiland de lekkerste chicken stew te maken die ik ooit gegeten heb. Ontspannen reggae en gekleurde picknicktafels doen de rest.

Even verderop zie ik een volgebouwde kust, vol lelijke hotels en betonnen appartementenblokken. Spaanstalige reggaeton knalt luid over het water. Speedboten en jetski’s varen af en aan. De dieseldampen maken de zee vettig. Het koraal dat het eilandje omringt is morsdood, evenals de zeesterren die als versteend op de bodem liggen. Geen van de hotels of appartementen is van de Raizal. ‘We zijn ons land verloren. Ons volk trekt weg. Ze herkennen hun eiland niet meer. That’s why we got to protect it, fight for it, restore this broken paradise and make it our own again.’

Nu komt ook de neef van James bij ons staan die zich voorstelt als George. Ook hij heeft een blauwachtige gloed in verder donkere ogen. ‘Ken je het verhaal van Papa Livingston?’ vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. George ogen worden groot. ‘Hij was een groot man. De bevrijder van de eilanden!’

Terwijl James weer naar nieuwe Colombiaanse klanten gaat, vertelt George het verhaal van Phillip Beekman Livingston Jr. (1814–ca. 1892). Als telg van een Britse plantage-eigenaar op Providencia, werd hij door zijn moeder Mary Archbold, op 1 augustus 1834 vanuit Jamaica naar zijn geboorte-eiland en het nabijgelegen San Andrés gestuurd om daar de nieuwe wet af te kondigen die slavernij binnen het Britse Rijk verbood. Hoewel de eilanden ondertussen onderdeel van Gran Colombia waren geworden – waar slavernij pas in 1852 officieel werd afgeschaft – wist ‘Papa Livingston’ de tot slaafgemaakten hun vrijheid te geven.

Vervolgens leidde hij een beweging die gelijke rechten en herverdeling van land onder de pas vrijgemaakte Afro-Caribische bevolking van de archipel tot doel had. Livingston zette een school op en leerde de Raizal lezen en schrijven, waarbij de Bijbel als lesboek werd gebruikt. Daarnaast slaagde hij erin om het land onder hen te veredelen. In 1844 stichtte Livingston de eerste Baptistengemeente op San Andrés. Deze groeide uit tot de beroemde First Baptist Church, die voor de Raizal nog altijd de spil vormt van hun religieuze, culturele en sociale leven.

Mede vanwege de sobere protestantse waarden en het gelijke grondbezit, kenden San Andrés en Providencia lang geen enkele vorm van criminaliteit. Zo valt het op dat de huizen geen tralies voor de deuren hebben en vaak niet over stalen poorten beschikken. Een unicum in het Caribisch gebied. ‘Criminaliteit, cocaïne, we kenden het niet’, zegt George peinzend. ‘Tot zij kwamen.’ Hij knikt richting een groepje Colombiaanse twintigers, die bedekt onder de tatoeages elkaar een bal toespelen.

Vissers op San Andrés rusten in de schaduw voor ze de zee opgaan. Omdat vrijwel de hele kust is volgebouwd, is er nauwelijks vrij kustgebied voor hen over.

Toch kennen deze eilanden een roofzuchtige geschiedenis. Zo was Providencia naast een puriteinse kolonie ook een toevluchtsoord voor piraten, waaronder de befaamde Captain Morgan (ja, die van de gelijknamige rum). Vanuit de groene bergen van Santa Catalina bestookte hij de Spaanse armada zelfs met kanonnen. De kogels liggen er nog, her en der verspreid over het eiland. Tegenwoordig is San Andrés een ander soort vrijstaat. Het eiland is gevrijwaard van btw. Het levert een hoop koopjesjagers en outlettoeristen op.

Deze unieke reportage die deze week verscheen in de Groene Amsterdammer is gratis voor betaalde abonnees. Het maken van dergelijke verhalen vereist enorme investeringen in tijd, geld en aandacht. Help mij om zulke verhalen te blijven maken en ondertussen hard door te werken aan een concrete blauwdruk voor een moderne ARC, of Actie Respons Comité. Ahoy en welkom aan boord!

Read the original on mounirsamuel.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.