Enfin, de vlucht die ik dit weekend maak, is natuurlijk niet mijn forever allerlaatste vlucht ooit naar Boekarest, maar deze zondag maak ik wel de voorlopig laatste reis naar deze miljoenenstad. Na drie jaar heen en weer vliegen. Drie jaar. Dus ja, de titel is overdreven, maar: overdreven titels zijn clickbait titels! Daarbij: dramatische titels zouden het goed doen in Boekarest - veelvuldig verblijven in een ander land verandert je, frate. De pathos waar mijn geliefde het vaak over had en heeft - en waar ik me de eerste anderhalf jaar groen en geel aan heb geërgerd - is in me gevaren. Groteskheid is deel van mij geworden, absurditeit is normaal, mijn humor is donkerder geworden, ik ben geduldiger geworden, een wachtend mens dat zich niet meer aan het wachten ergert, een flexibeler mens ook. Een eenzamer mens, soms, een zoekend mens, een door vele hoepels springend mens en een wijzer mens: dit ga ik nooit meer nog een keer doen. Gelukkig hoeft dat ook niet.
Het grote reizen is straks voorbij. En de dingen zoals ‘dor’ zijn dan ook eindelijk gedaan:
door Lorin Braticevici
Ja, probeer maar eens taal te vinden voor alles wat er zich in je voltrekt wanneer een afstand niet zomaar een fietsritje is, maar iets waar je agenda’s en geld en omvliegen en heel intense planningen en allerlei andere onzin voor nodig hebt. Ik moet zeggen: ik had die taal niet. Of de gehele emotionele capaciteit. Of: misschien was ik wel een vrij emotionele mowgli als het ging om gevoelsmatig snappen wat ik mentaal en met mijn lichaam drie jaar lang allemaal aan het ondernemen ben geweest. Want ik reisde niet alleen tussen Boekarest en Utrecht. Nee. Nee joh! Er waren ook nog werkreizen naar Praag, Hamburg, Aarhus, Kyiv, nog eens Kyiv, Krems, Berlijn, Antwerpen, Brussel, Gent, en allerlei andere plekken. Yolo. Gecombineerd met een agenda van nog een ander druk iemand (AKA mijn partner, AKA waarom ik haar zo leuk vond en zij mij, AKA waarom je soms bloedchagrijnig van elkaar wordt), hadden we eigenlijk al snel moeten concluderen dat we sneller klaar zouden zijn met al dit gegoochel als we een vierde dimensie hadden gebouwd, waarin we elkaar konden ontmoeten, dan dat we dit circus verder lieten trekken. Dat deden we niet, want we waren geen Christopher Nolan of Carlo Ravelli en we waren stronteigenwijs. En stronteigenwijs is een zeer goede eigenschap. Tot op zekere hoogte. Je eigenwijsheid kan ook een deel van je ondergang betekenen, dus pas op hoeveel je er elke keer van in de mix gooit.
ik meen het, het is nooit saai in Boekarest
Of, korter gezegd, zoals mijn vader onlangs zei: ‘wat jullie hebben gedaan zou ik niet volhouden, ik zou er gewoon de energie niet voor op kunnen brengen.’ Die energie waar hij het over had, en die ik dacht te hebben, is denk ik te linken aan de tomeloos gestoorde kunstenaarsenergie die ik in me heb; die energie waarmee je altijd net achttien stappen te ver gaat, maar dan al te ver bent gegaan en je dan pas realiseert dat je te ver bent gegaan, maar dan ben je dus al te ver gegaan en dan ben je opeens op. En moe. En leeg. Niet dat ik deze lange afstandsrelatie zag als een kunstproject, maar ik heb het denk ik op een te rationele manier soms wel benaderd als een project. Zo van: deze tikken we even af, samen!
Kunstprojecten zien er over het algemeen best wel vaak zo uit:
En dit is best wel hoe kunstenaars soms werken:
Het is alleen zo, dat kunstprojecten stoppen als het kunstwerk af is. En van deze relatie wilde ik helemaal niet dat die af zou zijn. En ik kwam, tussendoor, eigenlijk tot het besef, dat ik misschien niet zo goed weet hoe ik dan zeg maar de long tail van de zaak moet doen. Dus ik was opeens op een best wel onbekend pad beland voor mijn gevoel (met dus ook aardig wat collateral damage along the way, sorry geliefde, anderen en iedereen). Maar ja, ik dacht ook (kunstenaar die ik ben): the more you fuck around, the more you find out. Dus ik pakte door en leerde vanalles.
Een interessante les: ergens in die afgelopen drie jaar kwamen mijn partner en ik tot de ontdekking dat er in het Roemeens geen woord voor ‘overleggen’ bestaat. Voor een toch best wel Hollands ingestelde meid als ik, die ergens toch dat overleggen en polderen in zich draagt (al lukt dat niet altijd en trek ik te graag plannen alleen, wat dan ook weer onhandig is en zeker op afstand, harharhar), was dat een redelijke verrassing, maar direct daarna eigenlijk ook weer niet. Het is namelijk niet heel verbazingwekkend dat dit woord in het Roemeens niet bestaat. In Boekarest (ik was niet veelvuldig buiten deze stad, dus over de rest van het land kan ik weinig opmerken) gebeuren dingen gewoon. Echt waar. Het gaat ongeveer zo: als je op een beslismoment afstevent, en je als Nederlander al in totale paniek aan het raken bent over DAT ER NOG STEEDS GEEN BESLISSING IS GENOMEN HALLO GAAN WE NOG WAT DOEN OF EEN KNOOP DOORHAKKEN WAT IS DIT dan hakt de knoop zich op de een of andere manier gewoon vanzelf door. Het is alsof je op een rare muur afrent, en dan opeens door een gat in het tijd-ruimte-continuüm schiet en dan - floep! - aan de andere kant belandt. Alles is er, jij bent heel, je ademt, de boel doet het nog.
Ik heb - zoals ook tijdens reizen in Oekraïne, zowel voor en tijdens de volledige invasie - veel geleerd over de Nederlandse paniek en irritante controledrang waar ik me steeds meer aan erger. Er is een soort angst dat aan de andere kant van het gat opeens niks meer zal zijn, en er is de vreemde drang om die angst te willen controleren; niet zozeer dat moment zelf, die botsing met die muur, denk ik, maar meer de anticipatie van het moment dat stress veroorzaakt. De hele aanloop.
Niet alles is controleerbaar, leerde ik de afgelopen jaren. Niet dat ik dat altijd leuk vond, niet dat ik na de zoveelste verrassing of onduidelijkheid of wazige procedure soms helemaal klaar was met alles - natuurlijk! Maar als de dingen minder controleerbaar zijn, krijg je er ook iets anders voor terug: spontaniteit. En een groter vertrouwen (soms) dat dingen lopen zoals ze lopen. En daar valt ook wat voor te zeggen. Er wordt over sommige plekken wel gezegd dat je ‘s ochtends niet altijd weet hoe je dag eindigt, en dat is soms zo. En dat is ontzettend leuk. Ik wil niet overdrijven, maar: je voelt soms net wat vaker dat je leeft.
Alleen maar rozengeur en zonneschijn is het natuurlijk ook niet. Er is ook gewoon nog de ingebakken Roemeense catastrofe-instelling: dat is weer een hele andere manier van situaties benaderen. Alles wat goed gaat, zal sowieso naar de haaien gaan, wordt geregeld gedacht. Een beetje als de slogan ‘in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst,’ maar dan erger. ‘Als je lacht op vrijdag, zal je huilen op zondag.’ Daar heb ik aan moeten wennen.
Er zijn al best veel beren in Roemenië (zonder grappen: als je gaat wandelen in de bergen, neem je een berenfluitje mee just in case, en als je dan in je bergdorphotel in bed ligt, krijg je vrijwel altijd een waarschuwings-SMS waarin vermeldt wordt dat in een straat ergens in de buurt een beer rondloopt en je niet naar buiten moet gaan) maar Roemenen weten ook goed beren voor zichzelf op de weg te leggen. En ze kunnen ook goed zeuren over dingen, dat is voor een extreem oplossingsgerichte Nederlander als ik verwarrend. Maar na een tijd went het, het lijkt meer een verbindingsmodus te zijn, dan echt een klaagmodus waar je iets mee moet. Meer een soort van gefluister in de wind.
Roemenië wordt a Latin Island in a Slavic Sea genoemd. Er wordt een Romaanse taal gesproken, geen slavische, al zitten er wel Slavische woorden (zo’n 20%) in de taal. Het schrift is niet cyrillisch, maar latijn - met hier en daar diakritische tekens die je eerst niet uit elkaar kan houden, laat staan soepel uitspreken zonder dat het lijkt of er een golfbal klem zit in je mond. Roemenië verschilt dan ook nogal van buurland Oekraïne, een land dat ik voor mijn bezoeken aan Boekarest al kende. Niet alles is anders: de gastvrijheid, eten, sommige rituelen zijn hetzelfde, maar het is soms meer een soort mediterraanse of Zuid-Amerikaanse sfeer (bestraf mij, o Roemenen, als ik ernaast zit). Ze worden ook wel de latino’s met het winterseizoen genoemd. Het is niet voor niets dat Spaanstalige (mucho drama!) telenovela’s zo populair waren bij de oudjes - al kan dat ook komen door de val van het communisme en de boom in andersoortige televisieseries. Roemenië is wel een telenovela land, met veel eigen series waarin hevig gebaard, uitbundig gelachen en luid gesproken wordt. Dat gebeurt ook in de overvolle bus 104 als je op weg bent van Piata Iancului naar Piata Unirii en een vrouw luid aan het bellen is. Ik houd er wel van. Veel mensen die ik leerde kennen, spreken overigens veel verschillende talen, het taalgevoel is enorm en denk ik ook echt heel grappig - al is grappen begrijpen in het Roemeens echt nog te hoog gegrepen voor mij. Mijn partner zegt vaak dat ze grappiger is in het Roemeens - het is niet altijd makkelijk om dan een andere taal samen te spreken, dan je eigen taal.
Ik schrijf nu allemaal quasi jolige dingen op, maar er zijn ook minder jolige dingen aan een lange afstandsrelatie. Ten eerste, een simpele inkopper: het vliegen, 1) niet goed voor het milieu, 2) niet goed voor je algehele gesteldheid - ik haat vliegen steeds meer, mijn meestbezochte website van het afgelopen jaar is www.turbli.com.
Ten tweede: je wordt constant opgesplitst tussen tijden en plaatsen. Letterlijk en figuurlijk. Je mist feestjes, verjaardagen, belangrijke momenten (van elkaar, maar ook van vrienden en familie), verhalen, gebeurtenissen, emotionele updates, grappige tijden en meer. Dat doet enorm pijn, letterlijk fysiek pijn. Met die pijn moet je leren omgaan. Je bent er fysiek en dan ben je er weer niet fysiek, je zit steeds in een soort start-pauze-stop-pauze-start-modus. Je kan je elkaars vrienden minder vaak ontmoeten, je leert mensen veel langzamer kennen, je kan er niet altijd zijn omdat je moet werken en afspraken hebt, je maakt agendafouten, je laat werkkansen gaan die je graag had willen pakken maar tegelijkertijd wil je ook samen zijn dus kies je daarvoor, je spreekt de taal onevenredig. Mijn partner spreekt bijvoorbeeld vloeiend Nederlands en kent meer woorden in het Nederlands dan ik - en ik kan nu een beetje Roemeens. Ik begrijp wel wat, maar heb geen lessen genomen, want waar haalde ik in hemelsnaam tussen alles door ook nog de tijd vandaan om lessen te nemen?
Dan: ‘uit het oog, uit het hart’ is heel real. Dat geldt niet voor mij en haar - al is fysiek bij elkaar uit de buurt zijn voor langere periodes, zeker als je soms allebei best anxious bent, omdat je nog wat vorige-relatie-trauma’s in je lijf hebt zitten, echt geen chill idee. Nee, met deze ‘uit het oog, uit het hart’ bedoel ik iets anders. De mensen uit mijn eigen kring, mijn thuisland, hebben geen idee over Boekarest of Roemenië of de uitdrukkingen of de taal of de gebaren, de gezichtsuitdrukkingen, de gezegden. Ze weten niets van de soorten eten en de leefrituelen. Ik had de ogen van mijn vrienden en familie soms in mijn zak willen doen op weg door dat andere land, zodat ze konden zien waar ik was, wat ik deed, hoe mensen spreken en bewegen, welke muziek er uit auto’s schalt, wat er gedronken wordt in cafés en ga zo maar door. Want je dat van een afstand voorstellen, is zo makkelijk niet, zeker voor Nederlanders.
In Roemenië is er een veel grotere expat-cultuur en een levendige stroom van constante migratie en remigratie, waarbij veel meer mensen zijn weggetrokken uit het land, en vele vriendschappen door heel Europa verspreid liggen. Mensen zijn het meer gewend om vrienden of partners op afstand te hebben. Dat is geen Nederlands iets, omdat we hier (sorry) socio-economisch nu eenmaal andere omstandigheden hebben, en dus veel vaker in Nederland blijven wonen.
Sidenote: in een relatie waarbij je uit dezelfde cultuur en hetzelfde land komt, zijn er dus veel minder hobbels waar je overheen moet. (ja, oké: mensen komen uit andere milieus en andere families en regio’s, maar soit) En er zijn ook veel minder hobbels die genomen moeten worden door jouw omringende kring, om te snappen waar jouw partner ongeveer vandaan komt, hoe de dingen zijn en ongeveer gaan. Je kent en weet zo ongemerkt al heel veel van elkaar. Er is een soort vaste bodem die je amper bespreekt. Niet zo uitgebreid, niet zo diep, als wanneer je intercultureel aan elkaar verbonden raakt. Dan halsstarrig vasthouden aan wat je zelf weet en doet en aan regels en normen hebt, dat moet je dan soms een beetje leren laten gaan. En dat is niet zo makkelijk, als je in de omgeving van de interculturele relatie zit, en niet in de relatie zelf.
Mijn vrienden en familie hadden al een plek: hun eigen leefruimtes en steden, straten, cultuur, routes, waarden, normen, favoriete plekken en identiteit. Een code die ik met hen deel, die we makkelijk van elkaar begrijpen. Een code die anders is dan de Roemeense, waar heel veel dingen anders gaan, je implicieter bent, gastvrijheid anders is, nabijheid anders werkt, verplichtingen ook, ‘eigen ruimte’ ook, en ga zo maar door. De codes verschillen enorm.
Culturele verschillen zijn echt, ook al wilde mijn geliefde daar eerst niet aan - ik herhaal: we zijn allebei koppig. Maar, halleluja, culturele verschillen zijn echt en ze zitten mokerdiep vastgeklonken in wie we zijn, hoe we praten, hoe we denken, hoe we vragen, willen, kunnen, durven, verwachten en geven. Europa is een continent, roepen we de hele tijd, maar vrijwel niets in Europa lijkt op elkaar.
Denk bijvoorbeeld aan het concept tijd - geloof me, niet voor iedereen is tijd ook daadwerkelijk tijd, voor velen is tijd een concept. In het Roemeens bestaat er het woord immediat. Als ik vroeg: wanneer gaan we? Dan kreeg ik als antwoord: immediat. Als ik vroeg: wanneer komt diegene hier voor het eten, opnieuw: immediat. In eerste instantie dacht ik bij dit woord aan het engelse ‘immediately’. Nou, dat is het niet. Immediat kan tussen 15 minuten en twee uur betekenen. Een soort iets tussen ‘zo’, ‘straks’ en ‘later’.
Dan over nabijheid en openheid.
Nederlandse vriendenkringen zijn over het algemeen en best wel vaak gewoon al ‘vol’, zeker als je al boven de 35 bent. Vol. Basta. Niet dat de deur in je gezicht dichtklapt, of mensen je er per se niet bij willen hebben, maar gewoon: de planning zit vol. De week. Het leven. De dagen. De afspraken. En, om kringen heen is er vaak geen opstapje om op te gaan staan om de kring binnen te komen. Ik bedoel dit niet lullig of aanvallend, maar ik heb het door deze relatie opeens zien gebeuren, dat ene ding waar ik veel buitenlandse mensen de afgelopen jaren over hoorde praten, wanneer ze het hadden over Nederland en Nederlanders: er is plek, maar kort of beperkt (ik ben er soms zelf ook schuldig aan, sorry Bakr, ik moet je bellen, want we moeten eten!). Voor nieuwe echte verbindingen is weinig ruimte meer. Of tijd, of - et cetera.
Als je gewend bent dat het opstapje er wel is, en dat er wel wat tijd en ruimte is - zoals in Roemenië, waar er, in mijn ervaring, meer fluïditeit is en een ander soort benaderbaarheid van groepen of vrienden of vrienden van vrienden of kennissen - dan kom je in Nederland van een best wel koude kermis thuis. En als je daar dan als Nederlandse partner opeens naast staat, is dat best raar? En best gênant? Zeker als je Oekraïens bloed hebt en je de meer verwelkomende vormen kent en je toch niets kan doen? In je eigen land sta je dan opeens met lege handen: ik kan niet mijn hele cultuur omvormen, omdat zij toevallig uit het buitenland komt.
Zo kom je best vaak opeens in een tussenvorm terecht. Een ongedefinieerde tussenruimte, een totaal lege vlakte tussen twee landen. Een strook, die mijn therapeute me op papier liet tekenen, tussen het vrij rustige Utrecht, en het altijd in beweging zijnde, je alle kanten op beukende Boekarest. Een lege vlakte waarvan ze zei dat we die dan samen moesten vormgeven met verschillende elementen van ons beide. Probeer dat maar eens te doen en niet krankzinnig te worden. Je moet alle lagen van jezelf op die strook kieperen, kijken wat je wil bewaren en wat niet. Een soort ‘help-mijn-man-is-klusser-extravaganza-aflevering’ met John Williams die ook geen idee heeft waar hij moet beginnen. Dit is een immens ingewikkelde opdracht. Schrijf jezelf maar eens uit op een leeg papier.
Er zijn niet echt heldere scenario’s hoe je dit handig moet doen met afstand, tijd, tijdsverschil (zelfs al is het maar een uur), eigen dingen en evenementen en etentjes en borrels en lezingen en dansvoorstellingen en films en concerten waarbij je vervolgens niet thuiskomt bij de ander, want die ligt 2046 kilometer verderop in haar eigen bed.
Er zijn wel tips. Het internet staat er vol mee, kwam ik laatst achter. Dingen als: bel elke dag op dezelfde tijd. Bel zeker 5 minuten, SMS niet te veel, FaceTime elkaar, praat, communiceer, blijf communiceren, communiceer! Veel van wat ik de afgelopen maanden lees, heb ik niet altijd gedaan. Consistentie op afstand is zoeken en heel hard werken, zeker als je niet een heel consistent leven hebt - 9 tot 5, zelfde tijd thuis, weekend vrij, zo zijn de levens van mij en mijn partner niet. Het voelde daardoor geregeld alsof we achterstevoren leefden, bouwden, deden en zochten. Pas de afgelopen maanden begrijp ik geloof ik waar we mee bezig waren en wat er eigenlijk nodig was.
Dingen die ik nu weet: probeer je niet al te zelfstandig op te stellen, en niet te doen of je alles wel alleen aankan; maak geen ingewikkelde doktersafspraken alleen; zorg dat niet alles een planning wordt; voel je niet onder druk gezet dat de tijd die je samen hebt extreem leuk moet zijn, want daar wordt alles extreem kut van; bel elkaar ‘s nachts als je niet kan slapen door een rare nachtmerrie; spiral niet op je alleen voelen; wees eerlijk als je het kut vindt om dingen te missen; bel elke dag minimaal 5 minuten; vertel verhalen; deel rare foto’s; als je samen bent is soms gewoon bankhangen ook oké; wees niet terughoudend om te bellen als de ander een etentje of feestje heeft; heb de ballen om dan even weg te lopen en op te nemen als de ander belt; kijk samen films op afstand; ga ook nog op vakantie; maak rituelen, er zijn er genoeg te bedenken; zorg dat je naar een volgende keer kan aftellen; zeg elkaar altijd goedenacht; app in de ochtend; spaar energie en tijd voor elkaar; weet hoe je ruzies op een gezonde manier bijlegt, ook op afstand (dit was een challenge); geef je niet over aan overthinking, it will kill you; wees open; wees zacht; zeg het als het missen teveel pijn doet; zeg het als je bang bent; zeg het als de laatste dagen tot weerzien te lang duren en je kwaad bent; heb lol (dichtbij en ver weg); bel elkaar als er iets fucking kuts gebeurt; je gaat je alleen voelen, vaak; je gaat alleen zijn leuk vinden; je gaat alleen zijn kut vinden; tijd warpt en tijd vervaagt en tijd wobbelt en tijd springt.
Pro-tip: vraag jezelf af of je emotioneel stevig genoeg in je schoenen staat om dit te doen, en wees eerlijk of je jezelf daarbij niet (maar dan ook echt niet) aan het overschatten bent. Liefde geeft energie, maar emotioneel wiebelig zijn (wat, wie ik?) is geen pre, want er komen veel meer (ga ik dit woord zeggen? ja) triggers (whop, daar issie) bovendrijven dan je ooit had durven dromen. Long distance is een trigger machine. En als je samen wat triggers hebt te verwerken, dan zit je soms in een trigger-XL-moshpit. Dat is niet aan te raden, kan ik je vertellen. Je komt erdoorheen, maar de weg ernaartoe is soms echt niet leuk.
Was het iets voor mij, drie jaar op en neer reizen met nogal wat emotional bagage in mijn tas? Nee. Nee, nee. Nee. Heb ik het idee dat ik op de muur ben afgestevend en nu via een kwantummechanisch vierde-dimensie-tijd-ruimte gat aan de andere kant terecht ben gekomen en nog heel ben? Ik geloof het wel ja.
Zondag vertrekt mijn laatste vlucht naar Boekarest, en dan gaan we op een lange vakantie, een waar we al drie jaar over praten. En dan komt ze ‘naar huis’, naar Nederland. Naar een (hopelijk) veel minder ingewikkelde dimensie.
Liefs,
Lisa
p.s. shout-out naar m’n long distance bestie Camiel, ik snap de dingen nu veel beter. xoxo
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.