Deze week 5 nieuwe ruling, waaronder vier advance pricing agreements en een overge ruling. De overige ruling betreft de toepassing van artikel 15b Vpb op investeringen in money market funds.
Samenvatting: Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
Samenvatting: Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 15 juni 2026 tot en met 31 december 2030.
Samenvatting: Er is verzocht om zekerheid vooraf over het voldoende doen blijken dat het niet voldoen aan de temporele voorwaarde van de liquidatieverliesregeling niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld.
Samenvatting: Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
Samenvatting: Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. De investeringen in MMF’s die voldoen aan EU-verordening 2017/1131 kwalificeren als een met een overeenkomst van geldlening vergelijkbare overeenkomst. In het kader van artikel 15b, tweede lid jo artikel 15b, zesde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb worden de resultaten behaald met deze MMF’s voor de toepassing van artikel 15b van de Wet Vpb aangemerkt als renten ter zake van een geldlening. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
Mocht u mijn werk op prijs stellen en (geldelijke) waardering willen uiten, dan zou u een donatie kunnen doen via deze link, of via onderstaande qr-code.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.