Afgelopen vakantie heb ik, voor het eerst in een lange tijd, weer écht gelezen.
Niet het gescan van krantenkoppen tussen twee afspraken door, maar het ouderwetse werk, met een boek dat je niet loslaat. En zo las ik afgelopen vakantie: ‘De negen levens van Yeşilgöz’.
Het is een fascinerend verhaal over een meisje dat als kind van mensenrechtenactivisten naar Nederland vluchtte om dertig jaar later het gezicht van het strengste asielbeleid ooit te worden.
De partijleider die als eerste moderne VVD’er de deur naar Wilders openzette, hem na de val van Schoof in de ban deed, en die nu, een paar gedaantes verder, als vicepremier op Defensie zit in het kabinet van de man die haar bij de verkiezingen versloeg.
Ik moet toegeven: het is indrukwekkend. Negen levens in nog geen tien jaar. Ze blijft fier overeind staan. Geen kat doet het haar na.
Alleen nu komt het.
Ergens halverwege dat boek, aan een zwembad zonder push berichten, overviel mij het gevoel dat ik eigenlijk al jaren heb, maar nooit goed kon benoemen. Dit boek gaat helemaal niet over Yeşilgöz, zou ik ineens denken. Iedereen leidt inmiddels negen levens in Den Haag.
Frans Timmermans daalde als een verlosser af uit Brussel, zou premier worden, en was twee jaar later alweer afgetreden op de verkiezingsavond.
Pieter Omtzigt richtte in zijn eentje een partij op, haalde de zetels, en zag diezelfde partij twee jaar later op exact nul eindigen: van hoop van de natie naar voetnoot in maanden.
Wilders won historisch, gaf het premierschap weg, blies zijn eigen kabinet op en voerde vervolgens campagne tegen de puinhopen waar hij zelf bovenop had gezeten.
De Nederlandse politiek is een reïncarnatiecarrousel geworden: iedereen wordt continu iemand anders, en niemand maakt ooit iets af.
Het gekke is: wij kijken er, als burger, massaal naar. Aan aandacht geen gebrek.
De afgelopen verkiezingsavond was een media-evenement van Songfestivalachtige proporties. De val van het kabinet-Schoof werd live geduid door meer commentatoren dan er ministers in dat kabinet zaten. Nederland kijkt naar Den Haag mensen naar Goede Tijden kijken: dagelijks kijken, benieuwd wat er in de volgende aflevering zal gebeuren, maar zonder de illusie dat het ergens heen zal gaan.
Daar, aan het zwembad, met dat boek op mijn borst, viel het kwartje. Nooit was er zoveel politiek, maar nooit deed politiek zo weinig. Dat is dan ook de vraag waar ik in dit stuk een antwoord op probeer te vinden.
Hoe kan een land dat van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat met Den Haag bezig is, politiek zo volstrekt machteloos is geworden?
Wat is er toch in hemelsnaam aan de hand?
Het tijdperk van de hyperpolitiek
Ik was, voor dit stuk, op zoek naar een term om deze politieke situatie onder woorden te brengen. De Vlaamse historicus Anton Jäger bleek er echter al de perfecte naam voor te hebben. Hij noemt dit: ‘hyperpolitiek’.
Zijn analyse is even simpel als vernietigend. Na de ideologisch verhitte twintigste eeuw kenden we in de jaren negentig en nul de post-politiek: het tijdperk van Rutte-de-manager, waarin politiek werd gereduceerd tot boekhouden en iedereen zich vooral met zichzelf bemoeide. Die tijd is alleen, aldus Jäger, voorbij.
Politiek is terug: overal, altijd, bij iedereen. Op verjaardagen, in appgroepen, op sportclubs, in de trein. Maar het is politiek in een nieuwe, koortsachtige vorm: intens maar vluchtig, luidruchtig maar vrijblijvend. Alle opwinding van politiek, zonder de organisatie. Alle emotie, zonder het lidmaatschap. Alle woede, zonder de daadkracht. Dat noemt Jäger: hyperpolitiek.
Hyperpolitiek is politiek met ADHD. Een permanente collectieve opwinding zonder een focus of concentratie. We stuiteren van rel naar rel, van dossier naar dossier, van verontwaardiging naar verontwaardiging.
Elke keer is de opwinding totaal, en elke keer is die drie dagen later weer weg, verdrongen door de volgende. Het is de politieke variant van doomscrollen: eindeloos veel prikkels, nul resultaat.
Kijk naar de Nederlandse cijfers en je ziet een bevestiging van deze diagnose: de kiezer is hyperactiever dan ooit. De PVV won in 2023 spectaculair 37 zetels, verloor er in 2025 elf, en zakt in de peilingen verder weg. BBB veroverde in 2023 als komeet de complete Eerste Kamer en was twee jaar later gereduceerd tot bijwagen. D66 halveerde, en verdrievoudigde vervolgens weer.
De Nederlandse kiezer zapt tegenwoordig sneller van partij dan van televisiezender. Maar terwijl de stemmen alle kanten op vliegen, loopt het aantal leden van politieke partijen al decennialang terug.
We zijn daarmee een land van achttien miljoen politieke commentatoren en nauwelijks nog politieke deelnemers. Iedereen schreeuwt vanaf de tribune; maar het veld is leeg.
Dat is het probleem van hyperpolitiek, stelt Jäger.
Hyperpolitiek produceert aandacht, maar geen besluiten. Ze beloont wie de opwinding aanjaagt en straft wie het geduld heeft om iets af te maken. Wonen, stikstof, migratie: het zijn stuk voor stuk dossiers die tien jaar saaie, consequente, ondankbare arbeid vergen. En dat is precies het soort arbeid waar in een hyperpolitiek klimaat geen enkele beloning meer op staat.
Tot politiek verslaafd gemaakt
Nu kan ik zeggen: eigen schuld, dikke bult, de kiezer krijgt de politiek die hij verdient. Maar dat is te makkelijk. Want deze verslaving is ons niet overkomen. Wij zijn, om een beladen maar treffende formulering te lenen, tot ‘politiek verslaafd gemaakt’.
Kijk om je heen. De commerciëlen, de kranten, de socials: allemaal hebben ze ontdekt dat politieke opwinding de goedkoopste dopamine is van Nederland. Een rel kost niets om te produceren en zal altijd scoren. En dus krijgen wij elke dag onze shot debatdopamine toegediend, netjes getitreerd door mensen die er financieel belang bij hebben dat er hierna nog een portie genomen wordt.
Het perverse is dat de politiek zelf de grootste dealer is geworden. Kamerleden schrijven hun interrupties tegenwoordig vooraf op maat van het fragment dat hun voorlichter twintig minuten later online zet. De motie van wantrouwen, ooit een zwaar wapen van het parlement, wordt inmiddels ingediend met de achteloosheid waarmee je een rondje geeft: pure motie-inflatie, bedoeld voor de socials, niet voor de geschiedenisboeken. En zo is het parlement een contentfabriek geworden, die toevallig ook nog wetten maakt, als er tijd over is.
Alleen dit is het gevaar: elke verslaving, dus ook deze, eindigt in uitputting. Het vertrouwen in de politiek staat op een historisch dieptepunt; van het kabinet-Jetten was kort na aantreden nog geen kwart van de kiezers tevreden.
Dat is geen ontevredenheid meer, dat is een kater. We consumeren meer politiek dan ooit, en houden er minder aan over dan ooit. De dosis moet steeds hoger, het effect wordt steeds lager. Precies zoals de wetenschap dat van verslavingen voorspelt.
De opkomst van de ‘pre-fab’ politiek
Hoe het zover gekomen is, beschreef NRC-journalist Tom-Jan Meeus haarscherp in zijn essay Duidelijkheid. Volgens hem is politiek steeds vaker reclame geworden.
Vroeger werkte het zo: een partij had een ideologie, een mensbeeld, een verhaal over hoe de wereld beter kon, en probeerde daar vervolgens kiezers van te overtuigen. Vermoeiend, ouderwets, maar het had één groot voordeel: de partij wist waarvoor ze bestond.
Tegenwoordig werkt het precies andersom. Partijen peilen eerst wat de kiezer wil horen, en bouwen dáár hun programma omheen.
Het is daarmee letterlijk ‘politiek bedrijven’ geworden.
Unilever doet marktonderzoek om te ontdekken welk koekje de consument het lekkerst vindt, en produceert dat koekje. De politiek onderzoekt wat het electoraat voor zoete koek slikt, en bakt vervolgens precies dát.
Het probleem met deze onderbuikpolitiek is alleen hetzelfde als met junkfood. Wie de kiezer jarenlang alleen zijn favoriete hapjes voert, kweekt een electoraat dat moddervet is van de valse beloftes en woedend wordt bij het eerste gezonde gerecht.
Tom-Jan Meeus, en deze term is zo mooi dat ik ‘m graag zelf had willen verzinnen, zegt dat we hiermee in een nieuwe tijd terecht zijn gekomen. De tijd van ‘prefab-politiek’.
Zoals een prefab-woning kant-en-klaar uit de fabriek komt en alleen nog op de kavel gehesen hoeft te worden, zo wordt de prefab-quote alleen nog even bij Eva of in Buitenhof neergezet. De journalist vraagt, de politicus plaatst zijn module, de kijker herkent het bouwpakket, en iedereen gaat zonder nieuwe kennis weer naar huis.
Het probleem is alleen dat deze onderbuik- en prefab-politiek elkaar versterken. De peiling bepaalt de boodschap, de fabriek bouwt de boodschap, het fragment verspreidt de boodschap, en de opwinding over het fragment zorgt ervoor dat de volgende peiling wordt gevoed.
Dit is de catch-22 van de Nederlandse politiek, het prisoner’s dilemma waarin we collectief gevangenzitten.
Als álle partijen zouden stoppen met peilingpaniek, prefab-frames en fragmentenpolitiek, zou iedereen beter af zijn. Maar de eerste partij die er in haar eentje mee stopt, wordt afgestraft en electoraal begraven. En dus is het zo dat niemand ermee stopt.
We zitten daarmee muurvast.
Niet omdat er kwade genieën aan de knoppen zitten, maar omdat het systeem elke individuele poging tot beterschap onmiddellijk bestraft.
Ik las de laatste bladzijde van De negen levens van Yeşilgöz, klapte het boek dicht en staarde naar het water.
Het gevoel dat ik had was geen woede. Het was iets veel ergers. Het was rouw.
Kijk, de problemen die wij in dit land hebben zijn oplosbaar. Allemaal. Er is geen natuurwet die zegt dat Nederland geen huizen kan bouwen. Het stikstofprobleem kunnen we, er bestaat immers zoiets als scheikunde, oplossen. En ook migratie kunnen we aan.
Onze problemen zijn nooit te groot voor ons geweest. Nee, onze politiek is te klein geworden voor onze problemen. Dat is het échte probleem.
We moeten dan ook een ding doen. We zijn tot politiek verslaafd gemaakt, dus we moeten afkicken. En afkicken zal moeten zoals elke verslaafde afkickt: met de erkenning dat het probleem niet buiten onszelf ligt. Oftewel: met erkennen dat wij het probleem zijn.
Wij zíjn de onderbuikpolitiek en aandachtseconomie geworden. Elke klik op de zoveelste rel, elke gedeelde afgang: dat zijn wij, die de dealer draaiende houden, om vervolgens over de kwaliteit van de drugs te klagen. Want dat is precies wat een verslaving zo vernederend maakt: de dealer kan niets zonder de klant.
Alleen daar zit, hoe gek het klinkt, de hoop. Een verslaving is geen natuurwet. Het is een gewoonte, en gewoontes zijn afleerbaar. Het prisoner’s dilemma waarin onze partijen vastzitten is namelijk niet door henzelf bedacht: het is door ons gebouwd.
Wíj zijn de strafmaat. De partij die nuance biedt en daarvoor wordt afgestraft, wordt afgestraft door ons. Dat betekent dat wij, en alleen wij, de beloning kunnen verleggen. Geen enkele politicus stopt met het produceren van fragmenten zolang wij fragmenten belonen met onze aandacht. Maar geen enkele politicus zal er ook mee doorgaan als er geen zetel meer door gewonnen wordt.
De vakantie is voorbij. Ik heb het boek dichtgeslagen. Het is tijd om weer lekker te gaan werken. Alleen ik denk dat we ons iets moeten realiseren, nu, als land.
Een kat heeft negen levens. Alleen Nederland heeft er maar één.
Dat is geen reden tot wanhoop, dat is de reden om te beginnen. Negen levens klinkt als rijkdom, maar het is armoede: negen keer opnieuw beginnen is namelijk nul keer afmaken. Nederland heeft geen negen levens nodig: het heeft er één nodig, waarin het iets afmaakt. En dat leven begint op de dag dat wij ophouden te kijken, en beginnen mee te doen.
Het is daarom tijd om datgene wat ik, aan het zwembad deed, als samenleving uit te voeren.
Het is tijd om het boek dicht te slaan.
Het is tijd om de laatste bladzijde om te draaien.
Het is tijd voor het schrijven van ons eigen verhaal.
👉 Mijn gloednieuwe boek ‘De babyboomerbiljoenen’ is nu verkrijgbaar. Benieuwd? Je kan ‘m hier bestellen, en dan ontvang je een door mij GESIGNEERD exemplaar.
👉 Ik ga met mijn voorstelling het theater in: Rotterdam en Den Haag zijn UITVERKOCHT.
👉 Wil jij er bij zijn in Deventer, Venray en Amsterdam? Tickets zijn nu hier verkrijgbaar.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.