RSS Amplifier

Jona van Loenen · Aug 16, 2026

Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig?

0
Sign in to vote or save

Jona van Loenen · Jona van Loenen

De afgelopen drie weken heb ik vakantie gehad. Dat wil zeggen: écht vrij genomen.

Ik besef dat dit klinkt als de meest nietszeggende openingszin die een mens kan opschrijven. Voor mij is dit echter een zin die ik bijna tien jaar niet heb uitgesproken.

Vanaf mijn twintigste heb ik nooit langer dan een week achter elkaar vrij genomen. Er was altijd wel iets: een deadline, een project, een kans die je nu eenmaal niet kunt laten lopen als je twintig bent en denkt (met de nadruk op: ‘denkt’) dat het leven een wedstrijd is die je aan het winnen bent.

De laatste week van mijn vakantie was ik in Milaan. Dat is de stad waar ik gestudeerd, en dus lang gewoond heb, en voelt als een tweede thuis. Ik kwam op zondag aan. Een Italiaanse vriend zou (voor de wet) trouwen, en gaf een besloten feest. Eenmaal aangekomen, als een herinnering die diep was weggestopt, zou ik het me weer realiseren. Dit is hoe Italianen de dingen vieren: te veel eten, te veel lieve mensen, te veel geluiden, en niemand, maar dan ook niemand, die kijkt op zijn telefoon.

De dag na het feest was ik uitgenodigd voor een uitgebreide lunch, samen met zijn familie. Ik was bewust geplaatst naast zijn opa. Een Italiaanse man van een jaar of 78. Onwijs slim, sprak prachtig Engels, had verhalen waar je stil van werd. Dat was niet zonder reden: hij was (vroeger) professor aan de universiteit.

Er was alleen iets geks aan de hand. Waar de rest van de familie nog nagloeide van de bruiloft, merkte ik dat deze opa dat geluk niet helemaal deelde. Er was iets. Een onrust. Een frustratie die af en toe naar buiten kwam in een net iets te serieuze opmerking. Een opmerking die verraadde dat hij ontzettend veel wist, maar tegelijkertijd verraadde dat al dat weten hem niet echt gelukkig had gemaakt.

Ik was niet de enige die het voelde. Je merkte het aan de tafel. Je merkte het aan de manier waarop alle gesprekken heel even hun lucht verloren, alsof we allemaal onze adem inhielden, wanneer de professor sprak.

Rond de tafel rende een klein meisje. Zes jaar, het nichtje, de dochter van de broer van mijn kameraad. Op een gegeven moment lagen we dubbel om de herinnering aan de dansmoves van de vorige avond. Ze lachte vooral mij uit, en terecht: ik kan niet dansen, maar ik vind het net iets te leuk om het níet te doen.

Precies op dat moment gooide de professor een zwaar politiek onderwerp op tafel. Hij analyseerde de Italiaanse politiek, met Giorgia Meloni voorop, in twee minuten van binnen en van buiten. Het was briljant. Het klopte. En toen hij klaar was, zou iedereen zwijgend voor zich uitkijken. Iedereen, behalve die dochter. Iedereen, behalve dat meisje van zes.

Dat meisje deed iets wat ik sindsdien niet meer kan vergeten.

Ze liep naar de professor toe. Ze legde haar arm op het been van haar eigen opa. En toen zou ze, met de directheid die alleen kinderen zich kunnen veroorloven, de volgende vraag stellen:

‘Opa. Als je zo slim bent, hoe kan het dan dat je niet gelukkig bent?’

De hele tafel werd stil. Je kon een speld horen vallen. De opa zou stilzwijgend voor zich uitkijken. Toen schoof hij zijn stoel naar achter, stond op, en liep weg.

Als je zo slim bent, hoe kan het dan dat je niet gelukkig bent?

Het is een vraag die ik niet meer kan loslaten. Het is de vraag waar dit stuk over gaat.

Deze vraag kwam extra hard binnen omdat ik een paar weken eerder, voor mijn vakantie, het stuk Why Can’t I Enjoy Things Anymore van John Kim las.

Kim beschrijft hierin hoe hij wekenlang had uitgekeken naar een videogame. Eindelijk gekocht, eindelijk tijd, eindelijk spelen. Alleen na een half uur zette hij hem uit.

Waarom? Niet omdat het spel slecht was, maar omdat hij er niet ín kwam. Zijn handen lagen op de controller, schrijft hij, maar zijn hoofd was ergens anders: bij een werkdeadline, bij een document dat nog getekend moest worden, bij het schema van morgen. Waar hij vroeger nog intens kon genieten van spelen, was hij dit vermogen totaal verloren. En zo zat hij daar, in een donkere woonkamer, controller in zijn schoot, met één vraag: wat is er in hemelsnaam met mij gebeurd?

Toen ik dat las, schrok ik. Ik herkende mezelf volledig. Naarmate ik ouder word, word ik steeds slechter in oprecht genieten. De dingen die mij tien jaar geleden intens gelukkig maakten, doen me steeds minder. Sterker nog: ik word er eerder onrustig van.

Kim geeft op zijn eigen vraag, met pijnlijke precisie, een antwoord.

Hij ontdekte dat alle dingen waar hij nog wél van kan genieten één ding gemeen hebben: ze leveren iets op, ze ‘produceren’. Een code die live gaat. Een video die gepubliceerd wordt. Een project dat af is. Het werk dat is afgerond.

Omgekeerd hebben alle dingen waar hij niet meer van kan genieten, ook één ding gemeen.

Het is ‘consumeren’, en daar is geen resultaat te zien aan het einde. Een game levert geen output. Een film genereert geen resultaat. Fictie lezen produceert niets.

Ergens onderweg, schrijft Kim, heeft hij zonder het te merken zijn eigen brein geherprogrammeerd. Hij heeft het getraind om alleen nog voldoening te voelen wanneer er iets wordt geproduceerd, waardoor consumptie als verspilling gaat voelen. Elk uur in een game voelde als een uur dat gestolen was van iets dat er wél toe deed.

Ik moest het twee keer lezen, om mijn telefoon vervolgens weg te leggen. Want dit is exact wat er met mij is gebeurd.

Ik heb, net als Kim, van mijn hoofd een fabriek gemaakt. Alleen een fabriek kent geen vrije dagen. Hooguit een adempauze, zodat er daarna op volle kracht kan worden geproduceerd.

Toen ik dit las, moest ik denken aan een uitspraak van Naval Ravikant, een Amerikaanse techondernemer.

De uitspraak van hem waar ik aan moest denken, was deze:

De enige echte test van intelligentie is of je uit het leven haalt wat je wilt.’

Naval slaagt er hiermee in om het beeld 180 graden te draaien. Als je zo intelligent bent maar je wordt er doodongelukkig van: hoe intelligent ben je dan eigenlijk?

Of zoals het meisje van zes zou vragen:

Als je zo slim bent, hoe kan het dan dat je niet gelukkig bent?’

Het is 15:30 uur. Iedereen is klaar met eten. De tafel wordt afgeruimd door de obers. En op dat moment komt de professor vanuit het terras terug het restaurant in gelopen, en gaat weer op de stoel zitten waar hij twintig minuten geleden nog zat.

Ineens, in het snikhete Milaan, aan een tafel met allemaal mensen die mijn taal niet spreken, zie ik het duidelijk voor me. Aan deze tafel, waar we heerlijk hebben gegeten, waren beide uiterste aanwezig van dit verhaal.

Aan de ene kant van de tafel zat de professor. 78 jaar. De eindbestemming van alles: alles gelezen, alles begrepen, alles geanalyseerd.

Een man die achter elke façade kan kijken; maar die ergens onderweg zijn vermogen is kwijtgeraakt om gewoon aan een tafel te zitten en te lachen, te genieten.

En de uitbetaling zat daar aan tafel: briljant, gerespecteerd, alleen niet in staat om te delen in het geluk van zijn eigen familielid, op het feest van zijn leven. Op het enige moment wat er echt toe deed.

Aan de andere kant van de tafel: een meisje van zes. Geen kennis, geen cv, geen mening over de Italiaanse politiek. Objectief gezien het domste wezen aan tafel. Maar zij was de enige die deed waar iedereen voor gekomen was: rondrennen, lachen, dansen, naäpen. Zij was de enige aan tafel die uit het leven haalde wat ze wilde. En volgens de enige test die telt, was zij daarmee de intelligentste persoon in dat restaurant.

Nu ik dit schrijf ben ik, helaas, weer bijna thuis.

Het vliegtuig vertrok gister om 15:15 uur vanuit Milaan, we hadden vertraging, en rond 17:00 uur kwam ik aan op Schiphol.

Ik zit nu in de trein terug naar Rotterdam. Het is de hogesnelheidslijn: binnen een halfuurtje sta je van Schiphol op Rotterdam Centraal. Ik heb deze rit honderden keren genomen, maar vandaag voelt het anders. Terwijl deze trein op topsnelheid rijdt, is het zo dat bij mij alles lijkt te vertragen.

Buiten schieten de weilanden voorbij en binnen, voor het eerst in drie weken, misschien voor het eerst in tien jaar, staat de fabriek stil zonder dat het als stilstand voelt.

Ik denk aan John Kim in zijn donkere woonkamer, met de controller op zijn schoot, en de frustratie in zijn handen. Ik denk aan Naval. Ik denk aan de professor die opstond van tafel. En ik denk vooral aan de vraag van dat meisje, die de hele trein met me mee lijkt te reizen: als je zo slim bent, hoe kan het dan dat je niet gelukkig bent?

Dan realiseer ik me iets.

De momenten dat ik deze vakantie gelukkig was, waren precies de momenten waarop ik nergens mee bezig was.

Niet met wat ik moest doen, niet met wat ik moest leren, niet met wat ik moest ondernemen.

Ik zat urenlang op een terras in Leuven met mijn vader, en spraken over vroeger en het leven. Ik had de tijd van mijn leven in Parijs, met iemand die ik een dag eerder nog niet kende. Ik danste met Italiaanse tantes, ooms, neven en nichtjes. Mijn kameraad haalde mij aan in zijn speech, op een manier die ik nooit meer zal vergeten. Ik dineerde met een familie waar ik als niet-familielid me meteen thuis voelde. En de laatste dagen in Milaan spendeerde ik met iemand die, en ik weet dat ze dit leest, ondanks dat alles totaal anders is, nog altijd dezelfde werking op mij heeft dat ik alles vergeet.

Dat is geluk, besef ik me nu.

Geluk is niets anders dan de afwezigheid van verlangen.

En zo ben ik de afgelopen weken met pensioen van mezelf geweest.

Het is 18:00 uur. Ik ben er bijna. De trein vermindert vaart. Rotterdam komt in beeld. Ik zie de skyline. De skyline die ik duizend keer heb gezien, maar nog steeds iets met me doet.

Bij het zien van deze gebouwen, besef ik me alleen ineens iets. Ik ben één ding vergeten.

Toen ik die maandag afscheid nam van de familie, zouden zowel de opa en het nichtje dezelfde vraag aan me stellen.

Ci sarai anche l’anno prossimo?’, vroeg het nichtje.

Will you be here again next year?’, vroeg de opa.

Daar kwam het samen. Het gelukkigste en het slimste wezen aan tafel wilden precies hetzelfde weten. Zeventig jaar ertussen, precies dezelfde vraag.

Ik heb ze, het nichtje en de opa, hetzelfde antwoord gegeven. Volgend jaar is namelijk de echte bruiloft, dus ik zal er zijn.

Ik hoop dat het nichtje dan naar haar opa geluisterd heeft, en slimmer is geworden.

Ik hoop alleen ook dat de opa naar het nichtje heeft gekeken, en gelukkig geworden is.

Ik kan in ieder geval niet wachten om ze weer te zien, en volgend jaar terug te keren.

Maar nu eerst even een jaartje aan de slag.

👉 Mijn gloednieuwe boek ‘De babyboomerbiljoenen’ is nu verkrijgbaar. Benieuwd? Je kan ‘m hier bestellen, en dan ontvang je een door mij GESIGNEERD exemplaar.

👉 Ik ga met mijn voorstelling het theater in: Rotterdam (uitverkocht), Den Haag, Deventer, Venray en Amsterdam. Wil je er bij zijn? Tickets zijn nu hier verkrijgbaar.

No posts

Read the original on jonavanloenen.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.