Hallo lieve lezers 👋,
Ik schrijf deze brief in het midden van de bloedhitte aan het begin van de zomer van 2026. Er is namelijk iets dat me niet loslaat en ik heb nu eindelijk een poging ondernomen om het neer te schrijven. Ja, in die verschroeiende hitte dus (of had ik dat al vermeld?). Fijn dat jullie hier zijn. Voor hen die hier helemaal nieuw zijn, welkom bij Groeiplek!
Begin juni verloren we bij Voelbaar een offerte. De vraag die ons werd gesteld ging over mensen: over hiërarchische functies, posities en rollen in beweging en hoe die naast elkaar kunnen evolueren binnen een organisatie in volle ontwikkeling. Ons voorstel vertrok vanuit een experiment: inzichten verzamelen met een aantal pilotteams, feedback ophalen en enkel uitrollen wat écht werkt, wat in de organisatie gedragen wordt door ervaring.
Het oordeel van de klant luidde: te traag. De organisatie, die meer dan 150 medewerkers telt, moest tegen november volledig zijn gekanteld.
Bijna gelijktijdig met dit teleurstellende nieuws, publiceerde Microsoft een blogpost over Scout, een always-on autopilot die je mail, berichten en agenda continu scant en er volledig autonoom mee omgaat. Je geeft je doelen en voorkeuren door en Scout doet de rest: meetings plannen, voorbereidingen doorsturen, deadlines detecteren en zelfs risico’s, zoals uitgestelde beslissingen, spotten. Microsoft omschrijft het zelf zo: “It creates a more durable way to keep work in motion so it continues even when your attention is elsewhere.”
Ik stel me daar dan een hele reeks nieuwsgierige vragen bij: praktische vragen (hoe werkt dat, hoeveel kost het?), meer fundamentele vragen (hoeveel verbruikt het, wat doet Microsoft met mijn data?), maar de meest ongemakkelijke vraag van allemaal is zeker deze: wie wordt hier nu eigenlijk beter van? En waar gaat onze aandacht dan naartoe als ze elsewhere is?
Exact dat ongemakkelijke gevoel gaf Fredo De Smet, co-founder bij Voelbaar, een naam. Hij noemt het “De Grote Spagaat”. Het is geen poging om de tijd waarin we leven te vatten, maar wel de houding die deze tijd van ons vraagt: de stretch of balanceeroefening tussen wat er vandaag is én wat er op ons afkomt. Op de foto hieronder toon ik hoe dat gaat, zo’n spagaat. Ik lach erbij, maar het doet ook een beetje pijn.
De komst van AI zet veel bestaande spanningen op scherp. De spanning tussen het enthousiasme over wat de technologie kan versus de impact van diezelfde technologie op mensen en samenleving. De druk op efficiëntie en productiviteit versus de realiteit van menselijke complexiteit. Of meer concreet: nieuwe rollen verdelen in een organisatie zonder stil te staan bij wat iemand kan, wil, ambieert of waar iemand nieuwsgierig naar is. Die menselijke complexiteit was er altijd al. Alleen kan AI dat nu eenvoudig gladstrijken. Een collega als de always-on superagent Scout, die nooit klaagt en meteen alles doet wat je hem of haar opdraagt. Dat wil iedereen toch?
Wie de menselijke complexiteit serieus neemt, wordt op de werkvloer snel als een obstakel weggezet. Te zacht. Te traag. Weinig daadkracht. Dat is wat er gebeurt als efficiëntie de enige maatstaf wordt. Of hoe Sam Altman, CEO van OpenAI (ooit gestart als non-profitorganisatie), de toekomst verbeeldt: “We see a future where intelligence is a utility, like electricity or water, and people buy it from us on a meter.”
Als intelligentie en dus efficiëntie in overvloed zijn, wat wordt dan schaars? Er is namelijk altijd iets schaars. En wat schaars is, krijgt waarde.
Voor dat fenomeen bestaat een term: de Jevons-paradox, genoemd naar de Britse econoom William Stanley Jevons. Die boog zich in 1865 over het Britse steenkoolverbruik. James Watt had net een stoommachine uitgevonden die veel minder steenkool nodig had om (drie)dubbel zoveel energie te produceren. De vraag naar steenkool explodeerde, hoewel er minder van nodig was. De lagere kost van steenkool zette de deur open voor meer toepassingen, en niet voor minder verbruik.
Datzelfde patroon herhaalt zich telkens opnieuw. De wasmachine gaf vrouwen in de jaren ‘60 niet meer vrije tijd; ze verhoogde de standaarden voor properheid en hygiëne. E-mail verminderde de communicatie niet; het vergrootte de frequentie van onze contacten en onze netwerken. Meer online connecties op sociale media creëren meer behoefte aan echte verbinding en gesprekken.
Laat ons die gedachtegang nu eens doortrekken voor AI: doorgedreven automatisatie van menselijke intelligentie zou dus een verhoogde vraag kunnen creëren naar wat uniek menselijk is. Unieke menselijke vaardigheden als een schaars goed, dus.
Alex Imas, econoom aan de Universiteit van Chicago, denkt alvast van wel. Hoe meer we wat uniek menselijk is automatiseren, hoe meer we echte menselijke ervaring en authenticiteit gaan waarderen. Hij voorspelt een groei van wat hij ‘de relationele sector’ noemt: werk dat draait om mensen die andere mensen begrijpen.
Dat herken ik in mijn eigen praktijk als organisatieontwikkelaar: ik gebruik AI om feedback uit een organisatie te analyseren, maar de analyse zelf is nooit het echte werk. Het werk begint daarna: die inzichten samen met de mensen die de feedback gaven doorgronden, menselijke complexiteit verklaren, betekenis geven, richting vinden.
Een hausse van de relationele sector mag dan, althans voor mij en mijn collega’s, uitstekend nieuws zijn; er zit ook een donkere kant aan dit techno-optimistische verhaal. Want zijn het niet juist die bijzondere relationele vaardigheden van mensen die we op het spel zetten? Een organisatie trager laten experimenteren met nieuwe rollen is volgens mij veel waardevoller dan kaders en richtlijnen van bovenaf implementeren. Die traagheid is geen zwakte. Het is waar het leren plaatsvindt, waar mensen elkaar vinden en waar vertrouwen groeit. AI biedt zich aan als de collega die nooit in de weerstand gaat en alles proper voor je gladstrijkt. Zo kan deze technologie een wereld creëren waarin echte menselijke interacties worden uitgeschakeld. Maar het is net dat menselijke bindweefsel dat ons evolutionair vooruit heeft geholpen. Het is net het wrijven, het zoeken en elkaar terugvinden die ons evolutionair vooruit hebben geholpen. Die vaardigheden ontstaan niet vanzelf. Ze vragen om geduld, aandacht en ontmoeting met anderen.
Dit is geen pleidooi voor traagheid. Het is een pleidooi voor een klein verzet tegen een AI-wereld waarin we diep verlangen naar menselijkheid en authenticiteit, maar simpelweg niet meer weten hoe dat moet of wat het is. Dit is een oprechte vraag om aandacht te hebben voor wat complex is en complex mag blijven. De organisaties die dat durven bouwen iets dat standhoudt. Ook in het AI-tijdperk.
Vind je dat meer mensen dit zouden moeten lezen? Deel deze Substack!
Coda: waar sta jij in de spagaat?
AI zet op scherp hoe we met verandering omgaan. Sommigen willen vooral doen, snel schakelen en resultaten zien. Anderen willen eerst begrijpen, analyseren, nadenken voordat ze bewegen. Beiden zijn strategisch relevant. Beiden tonen wat een organisatie kan vasthouden én wat ze kan transformeren.
In het kwadrant hieronder herken je vier manieren waarop mensen op verandering reageren. Elk heeft een constructieve kant en een donkere kant.
Een doener met een transformatief idee maar zonder verbinding? Geen impact.
Een denker die niemand meeneemt? Ook geen impact.
Een doener die bestaande processen automatiseert, terwijl de economie nieuwe vragen stelt? Ook geen impact.
De uitdaging is niet om sneller te gaan of mooiere metaforen te zoeken. De uitdaging is om iedereen met elkaar in contact te brengen. Ook zij die twijfelen. Ook zij die vertragen.
Waar zit jij in dit kwadrant?
En wie heb je nodig om vooruit te geraken?
Wil je met je team of organisatie naar een duurzamere, mensgerichtere AI-organisatie bewegen? Boek een Voelbaar-werksessie. Klik hier voor meer informatie.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.