Hallo allemaal! Deze week schreef ik weer twee blogs, en natuurlijk geef ik je mijn wekelijkse tip over een boek dat ík óók nog niet las.
De eerste blog is een Elly d’r Toppy, want het is weer eind van het kwartaal! Ik geef je de 4 beste non-fictieboeken die ik afgelopen kwartaal las, en de 18 ‘runners-up’.
De tweede blog is weer een Elly d‘r Recensy en gaat over Ik zie wat ik geloof van ‘nicht’ Roxane van Iperen. Zij schreef dit essay voor de Maand van de Filosofie 2026.
Elly d’r Suggesty gaat deze week over Inside The Box van David Epstein uit 2026. David kennen we nog van de bestseller ‘Range’ en The Sports Gene.
Deze en al mijn voorgaande updates vind je ook in de Substack-app of op de Substack website. Kun je Binge-lezen of -luisteren!
Veel inspiratie toegewenst !
O ja, wil je een kijkje nemen op mijn website, of samenvattingen kopen? Leuk! Ga naar ESCIA.
Wil je mijn recensies én mijn privé-beslommeringen volgen? Minibiebs, duurzaamheids- en sociale-initiatieven waar ik aan meedoe, of mijn vakanties? Volg me dan op Quodari. Dat is het Nederlandse alternatief voor Facebook, zónder reclame en mét privacy.
In Q2 van 2026 las ik weer een best wel grote stapel non-fictie boeken, klassiekers én recent gepubliceerde, 22 maar liefst! Ik schreef er recensies over én gaf ze een volstrekt subjectieve rating. Hieronder vind je de 4 beste boeken van het afgelopen kwartaal. Ik gaf ze 4 1/2 *! Zoek je nog inspiratie? Lees dan zeker deze 4 of kies iets uit de 18 ‘runners up’. Ga Lekker Lezen en Efficiënt Leren!
Uit mijn recensie: Wordt dit Managementboek van het Jaar 2026? Dat zou me niet verbazen, want het is een uitstekend geschreven, uiterst leerzaam boek wat ook nog eens heel relevant is in deze tijd. Ik heb niets dan superlatieven voor Even tussen mij en mij van Elke Wiss uit 2025. Het valt onder de noemer ‘praktische filosofie’, gaat over zelfonderzoek en is uiterst toegankelijk met veel oefeningen en leuke, herkenbare voorbeelden. In dit boek leer je je eigen denken onderzoeken, wat niet alleen goed is om (nog) kritischer te denken, maar ook je relatie met anderen verbetert omdat je meer openstaat voor andere invalshoeken. Daarbij kan onze samenleving ook wel wat kritisch denken gebruiken, zowel om polarisatie te verminderen als om innovatie aan te jagen. Niet alleen een leuk boek dus, maar ook een belangrijk boek. (Update: nee, het werd niet MBvhJ). Lees mijn recensie | Koop bij Libris
Uit mijn recensie: David Attenborough (net 100 geworden, congrats!) bracht in 2025 samen met Colin Butfield het boek Oceaan uit. Onze laatste wildernis is de subtitel, en wat uit het boek duidelijk wordt is niet alleen hoe ongerept de meeste plekken nog zijn, maar ook hoe weinig we nog weten van de oceaan, de dieren die daar leven, en de invloed op het land. En hoeveel schade we nog steeds toebrengen. Het boek bestrijkt 8 aspecten van de oceanen, en bij elk van die hoofdstukken blikt David terug op een gebeurtenis tijdens het filmen van een van zijn documentaires, vrij vaak die uit 1957. Hij vertelt over de dieren en hoe de omgeving er toen uitzag. Het verbaasde me niet om te lezen dat dit 70 jaar later behoorlijk anders is. Zijn 100-jarig perspectief op de veranderingen die wij in onze natuur aanbrengen maken die veranderingen extra schokkend. Geen wonder dat dit een vrij activistisch boek is geworden. Lees mijn recensie | Koop bij Libris
Uit mijn recensie: Niet lezen, maar leven. Dit zei Maarten ’t Hart ooit: hij had altijd 1 á 2 boeken per dag gelezen, zijn leven weggelezen in plaats van te leven. Het is één van de citaten die filosofe Stine Jensen in haar tienerjaren verzamelde. En dat verzamelen doet ze nog steeds. In Zin van de dag uit 2025 presenteert ze 75 ‘levenswijsheden’ ter inspiratie, en om ons na te laten denken over welke zinnen wijzelf in ons leven volgen. Ja, het boekje is inspirerend, maar ook leerzaam: Stine vertelt ons steeds iets over degenen die zo’n levenswijsheid verzonnen, en hoe het in haar eigen leven terugkomt. Of ze legt uit wat er precies mee wordt bedoeld en in welke context het werd gezegd. Het boekje zorgt ook voor een goed humeur, want het is prachtig uitgevoerd. Perfect om 75 dagen mee te beginnen! Lees mijn recensie | Koop bij Libris
Uit mijn recensie: Af en toe lees ik een behoorlijk oud boek, vaak een klassieker, en vraag me dan af: is het in het hier-en-nu nog relevant, het nog steeds waard om te lezen? Pareltje of oud papier? Uit 2002 stamt de klassieker De 5 frustraties van teamwork, de vertaling van The 5 Dysfunctions of a Team, van Patrick Lencioni. Ik vond het een pareltje! Het is een businessnovelle die na 25 jaar absoluut niet gedateerd overkomt. Dat komt enerzijds omdat het product van het bedrijf, Decision Tech, niet benoemd wordt, dus geen indruk achterlaat van achterhaalde technologie. Anderzijds doordat de gebreken van dit team na 25 jaar nog steeds de gebreken zijn van heel veel huidige teams. En de oplossingen daarvoor ook nu nog steeds gangbaar zijn. Een leerzaam boek dus, nog steeds! Lees mijn recensie | Koop bij Libris
(op volgorde van rating, daarbinnen op publicatiejaar)
Het leven van een boom van Peter Wohlleben (2026) – 4* (recensie)
Miljardairs betalen geen inkomstenbelasting en daar gaan we een eind aan maken van Gabriel Zucman (2026) – 4* (recensie)
Dus ik ben van Stine Jensen en Rob Wijnberg (2010) – 4* (recensie)
Chimpanseepolitiek van Frans de Waal (1982-1999) – 4* (recensie)
Ecoliberalisme van Kees Klomp (2025) – 3 1/2* (recensie)
Stemmen met je portemonnee van Geerhard Bolte (2025) – 3 1/2* (recensie)
Dieren zijn ook mensen van Teun van der Keuken (2025) – 3 1/2* (recensie)
De Stap van Merel van Vroonhoven (2021) – 3 1/2* (recensie)
Authentieke intelligentie van Elke Geraerts (2019) – 3 1/2* (recensie)
The World According To Star Wars van Cass R. Sunstein (2016) – 3 1/2* (recensie)
Haperende hersenen van Iris Sommer (2015) – 3 1/2* (recensie)
kleinGROOT van Robert Cialdini, Steve J. Martin en Noah J. Goldstein (2014) – 3 1/2* (recensie)
Persoonlijk leiderschap volgens de beste spits van Ronald Koopman (2026) – 3* (recensie)
Een vrouw als baas geeft alleen maar gezeik van Japke-d. Bouma (2025) – 3* (recensie)
Nice girls don’t speak up van Lois P. Frankl (2020) – 3* (recensie)
Nice girls don’t get what they deserve van Lois P. Frankel (2011) – 3* (recensie)
Achter de schermen van Daniëlle Foolen (2025) – 2 1/2* (recensie)
De geheime sleutel van het heelal van Lucy & Stephen Hawking (2008) – GR (recensie)
Zit er wat voor je bij?
En …. hoe staat het met mijn voornemen om minimaal 50% van vrouwelijke auteurs te lezen? Dit kwartaal 11 van de 22 boeken, geheel toevallig precies genoeg. En het goede voornemen om minimaal 50% van Nederlandstalige auteurs te lezen? 13 van de 22, dat is redelijk.
Roxane van Iperen schreef het essay Ik zie wat ik geloof voor de maand van de Filosofie 2026. Ze ziet kans om de zorgen over AI en Big Tech zo scherp neer te zetten, dat je je afvraagt of er nog wel een toekomst is voor iedereen die géén bunker in Nieuw Zeeland kan betalen. Maar in het laatste deel komt er toch een sprankje licht: het kan wél. Met meer publieke ruimten en met meer aandacht voor de geesteswetenschappen, waaronder Filosofie natuurlijk, en het cultiveren van onze menselijkheid. Want: input=output.
Het essay gaat relatief diep in op het langzaam verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid en de verhuizing van onze jeugd naar echokamers-op-steroïden. Geen nieuws, maar de compacte, scherpe beschrijving is een toegankelijke samenvatting van een breed probleem. Fijn dat ze eindigt met wat lichtpuntjes, en die hadden best wat feller mogen zijn. Graag wat vuurtorens om ons niet op de klippen te laten lopen.
… begint met het uitleggen van de titel. Eeuwenlang hadden we een gedeelde werkelijkheid, de verbonden die we sloten waren gebaseerd op een overkoepelend verhaal, zoals het geloof en, sinds de Verlichting, de rede en het streven naar vrijheid, gelijkheid. De verhalen waren gebaseerd op gedeelde waarden, die voortkwamen uit de gedeelde fysieke wereld.
Maar nu is er een gevoelde realiteit, met de eigen emotie als nieuwe God. De subjectieve ervaring wordt feit. Niet meer ‘ik geloof wat ik zie’, maar ‘ik zie wat ik geloof’. Degene die de macht heeft die gevoelde realiteit te controleren, kan nieuwe verbonden organiseren en groepen mensen een bepaalde kant opsturen.
In de afgelopen 40 jaar is de samenleving veranderd: de macht is verschoven van de staat naar privaat, en in het bijzonder de grote, mondiale spelers. We leven in een prestatiemaatschappij, alle problemen zijn eigen schuld, je bent baas over je eigen geluk, alles is maakbaar. Het gaat niet meer om collectieve vooruitgang, maar om zelfverwezelijking. Tegelijkertijd lijken we het redeneren, het diep denken, verleerd te zijn. Ook lijkt de basis van de democratie: burgers die elkaar met argumenten overtuigen, vanuit een gedeelde werkelijkheid, en zo tot ‘de waarheid’ komen, te verdwijnen. Onze cognitieve infrastructuur brokkelt af. We reageren direct op iets, overdenken niks, en kunnen niet meer ‘diep lezen’ om complexe ideeën te begrijpen. We krijgen flitsen voorgeschoteld die onze gevoelens versterken.
De chatbot helpt daarbij niet: het is een avatar van onszelf. (De ultieme echo-kamer, dat is mijn associatie.) De jeugd bespreekt álles met ChatGPT, relaties en psychische problemen, terwijl wij boomers het nog zien als een hippe versie van Wikipedia. Maar nee, de chatbot is een afspiegeling van onszelf, is niet onvoorspelbaar zoals onze partner, heeft geen grenzen of behoeften als andere mensen. Zo zoetjes aan verhuizen we naar een eindeloos gesprek met onszelf, trekken ons terug uit de samenleving, en kunnen steeds minder met anderen omgaan. Tegenspraak? Daar kunnen we niet meer mee omgaan.
Al decennialang leven we in een gerationaliseerde samenleving, waarin steeds meer gemeten wordt. Dat hoorde bij de wens voor vooruitgang: die moet meetbaar zijn. Door de globalisering is dit nu mondiaal geworden, en digitalisering heeft het makkelijker gemaakt. We meten álles, van bedrijfsprocessen tot onze eigen hartslag. Maar dat alles vindt plaats binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen. Onze wens tot controle gaat ten koste van onze vrijheid. Het is Big Tech versus de soevereine mens.
Roxane verwijst op dit punt in haar essay naar een film uit 2025: Mountainhead. Ik ken de film niet, maar hij is gebaseerd op The Fountainhead van Ayn Rand en volgt het verhaal van haar ándere boek: Atlas Shrugged. Die ken ik wél. Vier mannen gebruiken deepfakes om een menigte achter een groep onschuldige mensen te laten aangaan. Sociale media verspreiden nepnieuws wereldwijd, met lynchpartijen als gevolg. Centrale overheden kunnen de gewelduitbarstingen niet aan. De vier amuseren zich kostelijk. Ze wachten tot zijzelf de macht over kunnen nemen. De vier personages lijken (niet toevallig) op de TechBro’s in de echte wereld.
De gedeelde realiteit is verdwenen, de jeugd groeit deels op in een virtuele wereld die hun ouders niet kennen, zonder toezicht dwalen kinderen rond in een wereld die specifiek voor hen wordt aangepast, met verslavende dopamineshotjes. Ouders weten niet wat hun kinderen meemaken, en dat is nieuw, bij vorige generaties waren de jeugdervaringen vergelijkbaar tussen generaties. De virtuele wereld biedt nu seksueel en haatdragend materiaal, niet een moderne variant van De Cosby Show. De kinderen, hoe jong ook, hoeven er niet naar te zoeken, het wordt ze voorgeschoteld. De infrastructuur van de werkelijkheid is volledig verbouwd. En wáág het als overheid niet om je ermee te bemoeien!
De TechBro’s zetten hun enorme vermogen in om de overheid de mond te snoeren. Nu is beïnvloeding van de politiek door de rijken van alle tijden. Wat er nu anders is? De vermogens zijn groter dan ooit, de middelen van beïnvloeding zijn grenzeloos, de rijken hebben geen enkel belang meer bij een specifieke samenleving (hun afzetmarkt is wereldwijd, ze hebben overal huizen), en de onderdrukking is onzichtbaar, niet zichtbaar zoals de uitbuiting van mijnwerkers die tot opstand kan leiden. De uitbuiting van onze data zien we niet. Stort de wereld in? De TechBro’s hebben allemaal een boerderij en bunker in Nieuw Zeeland (hun ‘eindtijdverzekering’), op het dunbevolkte Zuider-eiland, met vruchtbare grond, schoon water en redelijk afgesloten voor ellende van elders. Zij zijn de echte soevereinen: ze hebben geld én het vermogen om zelfstandig te denken, want zij én hun kinderen zitten bewust niet achter een scherm, ze weten precies hoe schadelijk het is.
Wat kan de politiek hier aan doen? In ieder geval niet zwelgen in nostalgie, want vroeger was niet alles beter. Toch overtuigt het nativisme, ‘Nederland weer van ons’ veel kiezers, terwijl de echte problemen nu voornamelijk in de virtuele wereld te vinden zijn. Geen terugkeer maar een toekomstvisie is nodig: wat zetten we tegenover de destructieve elementen van de TechBro’s? Zijn wij, boomers, niet precies de personen die hier de leiding kunnen nemen? We kennen de analoge én de digitale wereld. Wij hebben dit aangericht.
Voor macht over mensen is niet direct geweld of dwang nodig; het gevoel bekeken te worden, dat men ziet dat je afwijkt van de groepsnormen is genoeg: zelfdisciplinering. Dat zoeken naar erkenning van de groep, het groepsgevoel, wordt gebruikt door sociale media. Maar de groepsnormen worden inmiddels door algoritmen opgelegd en geïndividualiseerd. Zichtbaarheid is belangrijk geworden, erkenning vanuit de groep door clicks en likes. Zichtbaarheid bepaalt ook je ‘waarde’, niet hoe sociaal je bent. Interactie met anderen loopt terug.
Al het meten en alle selfies leveren datapunten op die een blauwdruk van ons als persoon kunnen maken: niet alleen ons verleden is tot in de details te herleiden, ook zijn hiermee voorspellingen van je toekomst te maken. Roxane zag het idee van die blauwdruk recent in een filmpje over het ‘Urban Brain’ van Shanghai, waarin vanuit een control room iedere bewoner van de stad live wordt gemonitord. Elke overtreding wordt direct bestraft, en bewoners kunnen elkaar ook aangeven via een app.
Zichtbaarheid zonder interactie leidt op universiteiten en hogescholen tot moeite om met afwijkende ideeën om te gaan, de jongeren zijn hier niet aan gewend, ze hebben hun hele jeugd alleen maar gezien wat ze al geloofden. Ze vinden het héél eng! Ze trekken zich terug uit de fysieke samenleving, die levert teveel frictie en verwarring op.
Wat hiertegen te doen? Smartphones en sociale media verbieden is niet de oplossing. Ten eerste leg je het probleem zo bij de slachtoffers, in plaats van bij de TechBro’s die je zou moeten reguleren. Daarnaast zijn tegenwoordig de schermen gewoon nodig op school, en moet je als ouder veel tijd en kennis hebben om de vrije tijd van je kinderen schermvrij te vullen. Wat wel? Sowieso moet je als ouder het goede voorbeeld geven, en ook iets tegenover de dopamineshotjes kunnen zetten.
De toegang tot openbare ruimtes is niet meer zo makkelijk of goedkoop als vroeger. Maar ‘fysieke pleinen van zichtbaarheid’, waar je elkaar ontmoet, zijn nodig om de interactie en het kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid weer op peil te krijgen. En daar zijn wij, de boomers, verantwoordelijk voor. Wij moeten beslissen dat er meer buurthuizen, gemeentelijke zwembaden, bibliotheken, muzieklessen komen. Natuurlijk kunnen we technologie gebruiken om mensen te verzamelen, fysiek met elkaar in contact te brengen. Mamdani won in New York doordat hij via sociale media jonge vrijwilligers verzamelde die van deur tot deur gingen om zijn voorstellen uit te leggen en erop aandrongen dat de mensen gingen stemmen.
Chatbots die onze levenspartners worden, robots en AI die onze banen inpikken, is dat onze toekomst? Overleven we die toekomst? Nou, technologie heeft de méns nodig om te overleven, niet andersom, stelt Roxane. AI leeft van de rijkdom van de menselijke kennis en creativiteit. Een bevolking die verslaafd en voorspelbaar is, kan dat niet leveren. We moeten dus niet de technologie onderdrukken, maar juist in onze menselijkheid investeren. Zorgen dat de jeugd zich niet in bitcoinhandel verdiept, maar in kunst, cultuur, geschiedenis, filosofie.
De mens en alles wat haar menselijk maakt, is de bron van AI, niet andersom. Bovendien ontbreekt alle kennis van vóór, zeg, 1990. En ook de tradities, lokale gebruiken, miljoenen (niet gedigitaliseerde) archieven. AI wordt nu gevoed met een flinterdunne laag recente, Westerse kennis. En AI loopt tegen het einde van haar verse bronnen aan, de opbrengst wordt kwalitatief steeds minder. Ook is de input steeds vaker AI gegenereerd, synthetisch. AI traint zichzelf op eigen materiaal, technologische incest die steeds meer onzin zal opleveren.
De macht over BigTech zit in het hernemen van onze menselijkheid.
Ik leerde een aantal essentiële zaken van dit essay. Ten eerste dat we verleren andere visies en complexe ideeën toe te laten. Niet omdat we niet willen, maar omdat we het niet meer kunnen, door gebrek aan interactie. Ten tweede dat het tegengaan van de opmars van AI waarschijnlijk een heilloze weg is, en dat AI ook wat goeds brengt, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. En ten derde, voor mij echt wel een eye-opener, dat we veel meer aandacht moeten geven aan wat de input is voor AI, wat het van ons leert. Met name dat laatste deel is filosofisch ingestoken, waardoor ik ook begrijp waarom het hoort bij de Maand van de Filosofie. Dat had wat mij betreft wel wat meer uitgewerkt mogen worden.
Daarnaast vond ik in het betoog ook een aantal voorbeelden en argumenten die ik nog niet kende, en bedacht ik dat ik zéker de film Mountainhead moet kijken. Ook ga ik nog eens wat langer nadenken over het smartphone- en sociale media-verbod. Dat is met name bedoeld om de depressies bij de jeugd te verminderen (even kort door de bocht, zie Generatie Angststoornis) maar de impact op hun cognitieve vaardigheden komt wat minder aan de orde, lijkt me. Het idee dat je alleen nog maar met je eigen avatar communiceert is een krachtig beeld. Het gebrek aan openbare ruimten om elkaar te ontmoeten, herken ik. Veel sportverenigingen en zwembaden zijn weg, buurthuizen en hangplekken idem dito. Er is gewoon minder mogelijkheid om fysiek én goedkoop nieuwe mensen te ontmoeten. Dat de scholen smartphonevrij worden gemaakt, zal de interactie wellicht wat verbeteren en het openstaan voor nieuwe ideeën opkrikken.
Roxane gebruikt goede voorbeelden om haar betoog kracht bij te zetten, en ze zegt terecht dat wij boomers ons niet kunnen voorstellen hoe de kinderen van nu hun omgeving ervaren, omdat het zo anders is dan in onze tijd. Verder pakt het essay een aantal bekende zaken bij de kop, die ze met haar felle, cynische taalgebruik scherp neerzet. Het is een essay, dus puur wetenschappelijk bewijs wordt er niet altijd bij genoemd, maar de zorgen die ze analyseert, leven al langer in de maatschappij.
Móet je dit essay gelezen hebben? Nou nee, maar het is een goede samenvatting van alle zorgen rond AI en BigTech, met een aantal fijne haakjes om over na te denken. En met misschien nét een andere visie dan de jouwe?
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 ½ *
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
of uit een minibieb!
bij de kringloop;
bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Inside The Box van David Epstein uit 2026. Ik las eerder David’s bestseller Range, waarin hij aantoont dat generalisten succesvoller zijn dan specialisten. In het algemeen dan. Heel goed! Nu is er een nieuw boek uit, wat gaat over het nut van beperkingen. Flaptekst: We live in a world that gives us seemingly infinite choices and values freedom above all else. We have an unprecedented number of options regarding what to do, who to be, and how to spend our time. All that choice is wonderful; it is also overwhelming. The irony is that total freedom can be paralyzing, and unlimited resources don’t necessarily lead to the biggest breakthroughs. In fact, overvaluing complete freedom can be disastrous for everything from starting a company to harnessing creativity to finding personal satisfaction. David Epstein argues that all of us—individuals, businesses, institutions, even societies—can benefit from narrowing our options. He dives into the science and practice of constraints, exploring exactly when and how guardrails can be beneficial, whether we’re working with limited resources or using self-imposed boundaries to tap unexpected wells of focus and innovation. Original, galvanizing, and deeply researched, Inside the Box tells absorbing stories of people and organizations that embraced constraints to transform themselves, and the world—as well as a few that struggled from a lack of limits. Epstein celebrates the surprising potential of hard deadlines, boring goals, and unexpected obstacles. He reveals how boundaries create breakthroughs, and how setting the right constraints can help you become the most creative, productive, and satisfied version of yourself.
11 eerdere boek-suggesties die nog op mijn TBR staan:
Musk Modus van ‘neef’ Hans van der Loo en Patrick Davidson uit 2026.
When the Forest Breathes van Suzanne Simard uit 2026.
Migratie: soorten aan de wandel van Roy Erkens, Jannes van Everdingen en Jelle Reumer uit 2026.
Ecocivilization van Jeremy Lent uit 2026.
Fopfeminisme van Lisa Loeb uit 2026.
Situated van Angela Duckworth, komt uit in september 2026.
Alleen als jij het ook doet van Helga van Leur en Reint Jan Renes uit 2026.
Why We Talk Funny van Valerie Fridland uit 2026
Kanteltijd van Jan Rotmans uit 2026.
De kracht van alleen zijn van Robert J. Coplan uit 2025.
De machtscode van Marietje Schaake uit 2026
Dat was het weer. Fijne week!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.