Een paar jaar terug deed ik mee met een schrijversklasje. We moesten een verhaal schrijven. Dat was denk ik de opdracht. Niet specifieker dan dat. Dus schreef ik dit verhaal: ‘Dans met mij’.
Mr. Creatovsky
Of het de zwierige donkerrode jurk is, de gitzwarte haren die in een lange vlecht over haar linkerschouder hangen of haar vederlichte tred waardoor het lijkt of ze een beetje zweeft, hij kan in ieder geval zijn ogen niet van haar afhouden. Op deze zwoele zomeravond staat hij op zijn balkon op de tweede etage in de winkelstraat te genieten van een glas mooie rode wijn. Hij heeft zijn stropdas wat losgetrokken en het bovenste knoopje van zijn overhemd open. Het weekend is begonnen, het werk voorbij. Nu heeft hij eindelijk de tijd om tot rust te komen. Bij het terras van het restaurant aan de overkant van de straat geeft een bigband een liveoptreden. Omdat het, eigenlijk veel te vroeg voor de tijd van het jaar, een warme zomeravond is geworden, kunnen veel mensen blijkbaar de verleiding niet weerstaan om de avond op de terrassen door te brengen. Er zijn maar weinig vrije tafeltjes te vinden. Op avonden als deze is het altijd gezellig. Daarbij hebben ze bij dit restaurant goede smaak, en dan gaat het niet alleen om eten. Ze weten vaak ook goede live-bandjes te regelen.
Terwijl de warme klanken van de koperblazers de wat broeierige avond laten dansen, wordt er geproost met bier en wijn. De voeten onder de tafels kunnen niet stil blijven staan en tikken zachtjes mee met het zuidelijke ritme. De leadzanger van de bigband, een man op leeftijd met grijzende dreadlocks en een ietwat rauwe, donkere stem, zingt een stemmig liedje over dansende mensen, verliefde stelletjes, gebroken harten en de eeuwige zonneschijn.
En dan is zij daar. Ze komt vanuit het niets de straat binnengelopen. Vanaf zijn balkon kan hij ongestoord observeren, het beneden langslopende publiek is zich niet bewust van zijn blikken. Met zijn glas wijn in de hand leunt hij wat verder voorover, steunend op zijn rechtervoet terwijl zijn linkervoet achter hem rust op de punt van zijn schoen. Het lijkt alsof ze danst op de liedjes van de band, zich niet bewust van de mensen die haar volgen in al haar bewegingen. Bij sommige tafeltjes zie je mensen bijna nekkramp krijgen omdat ze zich helemaal omdraaien om te zien wat de anderen zien.
Ze blijft rustig dansend onder zijn balkon staan. De ritmes lijken één met haar te zijn en zij is één met de ritmes. Hij neemt nog maar een slokje van zijn wijntje, genietend van al het moois van vanavond. Hij merkt dat ook zijn eigen voeten niet stil zijn blijven staan, maar rustig meetikken met de liedjes die door de straat klinken. In gedachten staat hij in de straat bij de dansende vrouw met haar vederlichte tred. Haar rode jurk zwiert vertraagd met haar bewegingen mee. Ze hebben elkaars handen vastgepakt terwijl ze door de straat dansen. Ze draaien, zwieren, stappen en golven mee met de warme koperklanken. Dan draait ze zich weer helemaal in zijn armen, het volgende moment lijkt ze te ontsnappen aan de korte maar intense omhelzing. Zonder dat hij het beseft, zwiert hij over zijn eigen balkon.
Als hij zijn ogen weer opendoet, neemt hij de laatste slok wijn uit zijn glas. Hij leunt weer op het hekje van zijn balkon en zoekt onbewust de danseres. Ze is gestopt met dansen en staat stil in het midden van de straat, terwijl mensen langs haar lopen, op de terrassen vrolijk wordt gebabbeld en gedronken en de band allang het volgende liedje heeft ingezet. Ietwat verschrikt merkt hij dat hun blikken elkaar treffen. Ze geeft hem een klein knikje, terwijl hij zich even geen houding weet te geven. Dan gaat ze langzaam weer op in de muziek. Een tweede blik in zijn richting lijkt een uitnodiging om mee te dansen. Hij fronst terug, een woordloze vraag of dat nu echt de bedoeling is. Ze glimlacht kort.
Ach, hij heeft het zich vast ingebeeld. Je weet wel, wishful thinking. Hij wil het gewoon zien, hij wil het meemaken, hij wil dat dit echt is. Maar natuurlijk is dit niet echt. En zelfs al zou het echt zijn, dan is het op zijn minst vreemd. Of ongemakkelijk. Hij draait zich om en loopt naar binnen om zijn glas wijn bij te vullen. Teruggekomen op zijn balkonnetje leunt hij over de reling en kijkt over de massa uit. Tot zijn verbazing staat ze daar nog steeds. Het leven is doorgegaan, de mensen blijven doorlopen door de straat, maar zij staat daar nog steeds. Met een blik naar het balkon gericht. Als hun ogen elkaar weer ontmoeten, fronst ze glimlachend. Een beetje schalks doet ze een knikje omhoog, met haar kin een beetje vooruit. En dan een knikje opzij, zo van 'kom nu maar'.
Zijn opnieuw vers gevulde glas wijn laat hij achter op het balkon en hij haast zich naar beneden. Van bovenaf leek de straat minder vol. Ergens midden in de straat moet ze zijn. Haar donkerrode jurk steekt af terwijl ze danst, zich niets aantrekkend van alle blikken die haar bewust en onbewust volgen. Als hij dichterbij komt, danst ze zijn richting op, haar linkerhand uitgestoken. De band start ondertussen een ander liedje, het tempo trager. Zodra hij haar hand vastpakt, draait ze in zijn armen en samen dansen ze. De wereld wordt klein, er is geen aandacht voor de kijkende mensen, niet voor de gasten op de terrassen. Ze dansen, zwieren en soms is het alsof ze samen zweven. Hij houdt zijn ogen goed op haar gericht om haar in alles te volgen, op haar te reageren en haar op te vangen. Haar donkere ogen schitteren terwijl ze de schemer inkijkt. Ze lijkt in een wereld te dansen waar hij nog niet is gearriveerd.
Een aantal gasten van het terras staat op en begint mee te dansen. Langzaam maar zeker vult de straat zich met dansende paren en de bigband speelt met nog wat extra energie. In het midden van die dansende mensenmassa valt zij nog steeds op: de vrouw in de donkerrode jurk en haar gitzwarte haren die in een vlecht samengebonden over haar linkerschouder hangen. Aan haar hand danst een man mee. Zijn ogen blijven op deze, voor hem nog steeds onbekende vrouw gericht, hopend dat de avond nog lang zal duren.
Als de band een paar liedjes heeft gespeeld, gaan ze over op een late avond lome en tragere muziek. Het is niet geschikt om echt op te dansen, maar het nodigt meer uit om wat te schuifelen. Hij staat recht voor deze onbekende vrouw. Met beide handen houden ze elkaar vast. Ze kijkt hem met haar donkere ogen recht aan. Een traan lijkt op te wellen in haar ogen. Ze glimlacht nu wat meer verlegen dan toen ze hem naar beneden wenkte. 'Dag bijzonder mooie vrouw, ik ben Benjamin. Het is aangenaam om je te ontmoeten,' fluistert hij naar haar. 'Dag Benjamin, aangenaam. Ik ben Marina. Dank je dat je me deze dans hebt gegund. Mijn tijd is helaas op en ik moet weer gaan.' Ze drukt haar lippen kort op de zijne, draait zich om en glipt direct de mensenmassa in terwijl Benjamin verbouwereerd blijft staan, zijn hartslag nog hoger dan deze al was van de dans. Hij probeert haar te volgen en haast zich de richting uit waar Marina naartoe is gelopen, maar hij ziet niets meer. Hij haast zich naar zijn appartement en tuurt vanaf zijn balkonnetje over de mensen die voorbijlopen in de hoop de vrouw in rood ergens te herkennen. Hij pakt zijn glas wijn weer en blijft lang turen over de mensen in de hoop haar toch weer te zien.
Als hij die avond eindelijk op bed ligt, tuurt hij naar het plafond, zijn handen gekruist onder zijn hoofd. De slaap komt niet. Zachtjes fluistert hij de naam van zijn onverwachte danspartner uit: 'Marina'. En terwijl hij haar naam uitspreekt, komt er een gedachte in hem op. Hij wil weten wie Marina is, hij wil weten waar ze vandaan komt. Hij wil een nieuwe dans dansen. En hij wil een herkansing voor de onverwachte kus. 'Marina', fluistert hij weer en sluit zijn ogen. Hij probeert haar ogen weer voor zich te halen, de energieke dans, de zwierige rode jurk, haar vederlichte tred, de omhelzing, de korte kus en het moment dat ze verdween in de mensenmassa. 'Marina, ik zal je vinden', fluistert Benjamin terwijl de slaap vat op hem krijgt.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.