RSS Amplifier

Brieven van C.S. Lewis · Jul 30, 2026

'Een vreselijke man'. Dit schreef C.S. Lewis over theologen in zijn brieven

0
Sign in to vote or save

Brieven van C.S. Lewis · Brieven van C.S. Lewis

Welkom bij Brieven van C.S. Lewis. Elke maand delen we wijsheid uit de geschreven brieven van Lewis.

Zijn hele leven correspondeerde hij met vrienden, ouders, kinderen, collega’s en aan studenten over thema’s die weer verrassend actueel zijn.

Deze maand een brief over hoe C.S. Lewis keek naar theologen, een brief aan zijn broer Warren Hamilton Lewis.

The Kilns. 18 februari 1940.

My dear W,

(…) Barfield is hier een avond bij mij geweest. (…) Hij is heel erg neerslachtig, hij met zijn grotere vermogen dan jij of ik om de ellende van de wereld in het algemeen te voelen. Het leidde tot heel wat discussie over de vraag in hoeverre men, als mens en als christen, voortdurend zou moeten beseffen hoe het is om bijvoorbeeld op dit moment aan de Mannerheimlinie te zitten. Ik stelde dat de huidige snelheid van communicatie enz. ons sympathisch vermogen belast op een manier waar het helemaal niet voor gemaakt is. De natuurlijke gang van zaken is dat je je bekommert om die en die stakkers in je eigen dorp. Dit kan niet de manier waarop je met de moderne situatie omgaat waarin het dagblad iedere morgen je aandacht vraagt voor de Chinezen, Russen, Finnen, Polen en Turken. Ik ken natuurlijk het meer voor de hand liggende antwoord, dat er niemand mee geholpen is als jij je ellendig voelt, maar daar gaat het niet om. Want als de misère je eigen buren betreft, dan vinden we het een kwalijke zaak als je daar niets bij voelt, ook als dat gevoel die buren niet helpt. Ik vrees dat de waarheid in dezen, en in bijna alles waar ik momenteel aan denk, is dat de wereld zoals die nu wordt en deels al geworden is, eenvoudig te veel is voor mensen van het oude, rechtop-en-neer type zoals jij en ik. Ik begrijp niets van de economie, of de politiek, of de rest van de hele rotzooi.

Zelfs de theologie – want dat is een heel bedroevende ontdekking die ik in de afgelopen twee trimesters deed toen ik meer en meer over het christelijke element in Oxford te weten kwam. Had jij soms ook – zoals ik – het mooie idee dat als je onder christenen was, dáár tenminste viel te ontsnappen (als achter een muur die dekking geeft tegen een scherpe wind) aan de afschuwelijke woestheid en grimmigheid van het moderne denken? Vergeet het maar. Ik raakte daar verzeild met het idee dat ik iemand was die de oude, strenge leer overeind houdt tegen quasi-christelijk modern geleuter, maar wat bleek: mijn “strengheid” is voor hen “geleuter”. Ze hebben allemaal ene Karl Barth gelezen, een vreselijke man die de exacte tegenhanger van Karl Marx lijkt. “Onder het oordeel” is hun favoriete term. Ze praten allemaal als Covenanters of oudtestamentische profeten. Aan menselijke rede of aan het geweten hechten ze niet de minste waarde; ze houden net zo dapper als Calvijn vol dat er geen reden is waarom Gods handelen een rechtvaardige (laat staan barmhartige) indruk op ons zou maken; en de leer dat al onze gerechtigheid als een bezoedeld kleed is verdedigen ze met een heftigheid en oprechtheid die een klap in je gezicht is. Soms heeft het wel verfrissende resultaten: zoals in een recensie in Theology waar Canon Raven (in Ely zaten jij en Dyson en ik onder zijn gehoor) te horen krijgt dat het “hoog tijd wordt dat dit soort mensen begrijpt dat een theologische leerstoel in Cambridge geen recht verleent om het Woord van God te bekritiseren” – zo’n uitbrander is in geen honderd jaar gegeven! Maar over het geheel is de uitwerking vernietigend. Van twee dingen ben ik nu overtuigd. (1) Een echte, vurige christelijke opleving, met stalen dogma’s, strakke tucht en keiharde ascese, lijkt veel beter mogelijk dan ik dacht. (2) Als die er komt, zullen mensen als wij er lang niet zo gelukkig mee zijn als we hadden verwacht. “Waarom hebben ze naar de dag des Heren verlangd? Die dag is duisternis, geen licht.” Ik betwijfel niet dat de jongelui grotendeels gelijk hebben: dit is het echte werk. We hadden moeten weten dat als het echt gaat gebeuren, wij overeind zullen springen (denk aan Chesterton: “Roep nooit goden aan als je niet echt wilt dat ze verschijnen. Daar worden ze heel kribbig van.”) Maar je mag in een privébrief wel even treuren om de goede oude tijd – de oude wereld waarin Politiek stond voor Invoerrechten en oorlog met de Zoeloes, en religie zelfs stond voor (mooi woord) Vroomheid.

(…) Vertelde ik jou al dat iemand die preek van mij voor St Mary’s wil opnemen in een verzameling (hou je vast) Beroemde Preken? Ik voel me verdeeld tussen voldoening en de vrees dat ik slechts voor gek zal staan door in hetzelfde boek als Beda, Latimer, Donne, Taylor enz. te verschijnen. Laten we hopen dat er tussen hen en mij een paar goeie 19e-eeuwse klungels komen! Maar ik word oneerbiedig.

Yours | S.P.B.

Bron: C. S. Lewis, Collected Letters, Volume II: Books, Broadcasts and War 1931-1949, edited by Walter Hooper (London: HarperCollins, 2004), p. 730.

C.S. Lewis and his brother Warnie's lifelong bond and collaborative legacy
C.S. Lewis met zijn broer Warnie.

De broer van C.S. Lewis heette Warren Hamilton Lewis, maar werd bijna altijd Warnie of Majoor Warren Lewis genoemd. Hij werd geboren op 16 juni 1895 en was drie jaar ouder dan C.S. Lewis (die thuis 'Jack' werd genoemd). Warnie was een Brits legerofficier en historicus die bekendstond om zijn boeken over de Franse zeventiende-eeuwse geschiedenis.

Read the original on brievenvanlewis.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.