Wat het verhoor van burgemeester Mikkers wel en niet ter tafel bracht.
Op maandagmiddag 1 juni 2026 zat Jack Mikkers in de Enquêtezaal van de Tweede Kamer aan de Lange Houtstraat in Den Haag. De burgemeester van Den Bosch (sinds 2017) werd onder ede gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Corona, in de tweede zittingsweek van een verhoorprogramma dat in totaal negen weken zal duren.1 Hij was opgeroepen omdat hij in het voorjaar van 2020 voorzitter was van de Veiligheidsregio Brabant-Noord en lid van het Veiligheidsberaad. Hij kondigde samen met zijn collega’s John Jorritsma uit Eindhoven en Theo Weterings uit Tilburg op 10 maart 2020 de eerste ingrijpende coronamaatregelen in Nederland aan.
Mikkers vertelde drieënhalf uur lang. Over flip-overs vol patiëntnummers in een GGD-kantoor in Hart van Brabant op vrijdagochtend 6 maart Hij en Weterings zagen dat het bron- en contactonderzoek de hoeveelheid besmettingen niet meer kon bijhouden. Over de presentatie van “flatten the curve” door de virologen Jaap van Dissel en Jan Kluytmans twee dagen later in een hotel in Uden. Over zijn rit naar Den Haag op maandag 9 maart, waar hij in drie opeenvolgende overleggen (het BAO, het ICCb, het MCCB) de boodschap kwam brengen dat in Brabant “stringente maatregelen” nodig waren. Over het telefoontje van premier Rutte aan Jorritsma de volgende dag, dat hem “menselijk” overkwam. Over de persconferentie van 10 maart waarin de drie burgemeesters evenementen van meer dan duizend personen verboden, het betaalde voetbal stopzetten en de term sociale onthouding introduceerden.2
Het was, in zijn woorden, een moment dat hij “nooit meer zou meemaken”. Hij en zijn twee collega’s hadden elkaar na het besluit even aangekeken, vertelde hij. “Echt met z’n drieën, dus zonder de adviseurs”, en voelde dat de last zwaar was. Ze zouden het samen gaan doen.3 In het verhoor werd op een gegeven moment aan hen gerefereerd als “de drie koningen”. De geuzennaam ontleende hij van een journalistieke reconstructie in Omroep Brabant uit juni 2020.4
Wat Mikkers niet vertelde, en wat hem ook niet werd gevraagd, was wat er twee weken na die historische 10e maart met zijn rol als bestuurder gebeurde.
Op 23 maart 2020 vergaderde de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing voor de zoveelste keer dat voorjaar. De volgende dag, 24 maart, tekende minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid een aanwijzing aan alle voorzitters van de veiligheidsregio’s. De brief is formeel droog en ondubbelzinnig. Op basis van artikel 7 van de Wet publieke gezondheid kreeg de voorzitter veiligheidsregio een opdracht: “U dient uw bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid als bedoeld in artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s […] in te zetten opdat zo spoedig mogelijk na deze aanwijzing de volgende maatregelen worden getroffen.” Daarop volgde een lijst van zeven concrete maatregelen: verbod op vergunningsplichtige evenementen tot 1 juni; verbod op samenkomsten met uitzonderingen voor maximaal 30 of 100 personen; sluiting van casino’s, contactberoepen, kappers, nagelsalons; sluiting van winkels en openbaar vervoer waar de anderhalve meter niet kon worden gerespecteerd; sluiting van parken en stranden; en een verbod op groepsvorming.5
De voorzitter van de veiligheidsregio, Mikkers dus voor Brabant-Noord, kreeg geen beleidsruimte. Hij kreeg een opdracht. De technische uitvoering nam hij ter hand via een noodverordening. De inhoud van de maatregelen werd centraal bepaald.
Eén dag later, op 25 maart 2020, stuurde minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken een brief naar alle burgemeesters van Nederland. Onder de gemeenschappelijke aanhef “Geachte burgemeester” stond de mededeling die de juridische rol van de burgemeester voor de duur van de coronacrisis formeel veranderde: “Besluiten ter voorkoming van de verdere verspreiding van het Coronavirus worden in de huidige situatie niet langer door de burgemeester genomen, maar door de voorzitter van de veiligheidsregio op grond van artikel 39 Wet veiligheidsregio’s. De voorzitter van de veiligheidsregio voert derhalve de regie.” De burgemeester bleef alleen bevoegd voor onderwerpen “zuiver van lokaal belang” die “buiten het bereik van de crisisaanpak met betrekking tot het Coronavirus vallen”.6
De 342 Nederlandse burgemeesters waren daarmee, voor wat betreft het dominante beleidsdossier van het komende jaar, juridisch buiten spel gezet. De voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s, onder wie Mikkers, werden de schakel tussen de centrale aanwijzingen en de lokale uitvoering. Wat tussen 6 en 10 maart 2020 in Brabant nog autonome initiatief was, werd vanaf 24-25 maart 2020 verplichte uitvoering.
Mikkers vertelde de commissie ergens halverwege de middag dat hij het Veiligheidsberaad, het overleg van de 25 voorzitters Veiligheidsregio waar Hubert Bruls in die periode voorzitter van was, in de loop van 2020 een “kikker in een langzaam kokend water” was geworden. Het begon met afstemming over de uitvoerbaarheid van maatregelen. Echter werd het Veiligheidsberaad gaandeweg een “klankbord van de samenleving voor het kabinet”. Een rol, voegde hij toe, “die we naar mijn mening niet hadden moeten invullen”.7 Het was een opvallend zelfkritisch moment in een voornamelijk defensief verhoor.
Hoe diep die zelfkritiek strekte, werd niet getoetst. Want dat de Veiligheidsregio’s en het Veiligheidsberaad in die “klankbord”-rol terechtkwamen, was geen organische ontwikkeling. Het was blijkens de officiële documentatie van de Tweede Kamer zelf de bedoelde structuur.
Het document “Corona Crisisstructuur”, in 2023 door de Tweede Kamer gepubliceerd, somt veertien gremia op die in de coronaperiode actief waren.8 In de eerste fase, van 26 februari tot 24 juni 2020, was de feitelijke besluitvorming belegd bij de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb), met de minister-president als voorzitter, vaste leden uit AZ en J&V, en de NCTV als secretaris. Het ambtelijke voorportaal was de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb), eveneens onder voorzitterschap van de NCTV. De voorzitter van het Veiligheidsberaad nam als adviseur deel aan de MCCb “op uitnodiging”. Bruls, als voorzitter Veiligheidsberaad, mocht meepraten. Hij mocht niet mee-beslissen.
In juni 2020 werd de nationale crisisstructuur vervangen door een programmastructuur. De MCCb maakte halverwege 2020 plaats voor de Ministeriële Commissie Covid-19 (MCC-19). Het ambtelijke voorportaal werd de Ambtelijke Commissie Covid-19 (ACC-19), met als vaste voorzitter de secretaris-generaal van Justitie en Veiligheid: Dick Schoof9. Schoof, eerder hoofd van de NCTV (2013-2018) en van de AIVD (2018-2020), was uitgerekend op 1 maart 2020 (de dag waarop de eerste Brabantse besmetting werd vastgesteld) aangetreden als hoogste ambtenaar op J&V.10 De Veiligheidsregio’s waren wederom als adviseur bij de ACC-19 vertegenwoordigd.
Met andere woorden: de burgemeesters van de 342 gemeenten zaten nergens aan de bestuurlijke tafel. De voorzitters van de 25 Veiligheidsregio’s, georganiseerd in het Veiligheidsberaad, zaten er slechts als adviseur. De besluiten werden voorbereid door een ambtelijke commissie onder voorzitterschap van Schoof en genomen door een ministeriële commissie onder voorzitterschap van Mark Rutte. Daarna gingen de besluiten als aanwijzingen naar de voorzitters Veiligheidsregio, die ze in noodverordeningen vastlegden. De handhaving lag bij de gemeenten.
Mikkers’ “kikker in warm water” was, structureel gezien, geen langzame ontwikkeling. Het was hoe het van meet af aan en schoksgewijs was ingericht.
Voor de volledigheid: er was een gremium dat wel burgemeesters bijeenbracht. De Interbestuurlijke Klankbordgroep COVID-19, voorgezeten door Jan van Zanen (voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en sinds 1 juli 2020 burgemeester van Den Haag) kwam tweewekelijks digitaal via Microsoft Teams bijeen. Aan tafel zaten ongeveer veertig burgemeesters, wethouders en bestuurders uit gemeenten, provincies en waterschappen, samen met de directeur-generaal Samenleving en COVID-19, de secretaris-generaal van BZK en die van J&V. Dick Schoof, dus.11
Deze Klankbordgroep komt niet voor in de officiële documentatie van de Nederlandse coronacrisisstructuur. In het Tweede-Kamer-document van veertien gremia wordt zij niet genoemd. Zij was een VNG-coördinatieforum, geen besluitvormingsgremium. Een omschrijving uit een interne e-mail van 7 januari 2021 maakt het functioneel kader expliciet: “Tijdens het overleg worden thema’s besproken die zowel voor gemeenten als Rijksoverheid van bestuurlijk belang zijn […]. Geregeld worden voor te bespreken thema’s mensen van de ministeries uitgenodigd.”12 Bespreken, niet beslissen.
De formele invloed van gemeenten op de inhoud van de coronaregels liep niet via deze Klankbordgroep, maar via gezamenlijke schriftelijke reacties van de VNG, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, de Wethoudersvereniging en het Veiligheidsberaad op concept-wetgeving. Dit gold met name voor de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19, de Twm.13 En precies daar wordt het pas echt interessant.
In het voorjaar van 2020, terwijl Mikkers in Brabant noodverordeningen uitvaardigde, werd op het ministerie van VWS gewerkt aan een wet die het stelsel van noodverordeningen moest vervangen. Het idee was simpel: noodverordeningen zijn juridisch geen geschikt instrument voor langdurige grondrechtenbeperkingen. Er moest een formele wet komen.
De consultatieversie van die wet werd nooit publiek gemaakt. Dat is op zichzelf ongebruikelijk. Pas het aangepaste wetsvoorstel, na advies van de Raad van State op 17 juni 2020, werd op 13 juli 2020 publiek ingediend bij de Tweede Kamer.14 De Raad van State had op de consultatieversie zware kritiek: de werkingsduur van één jaar was te lang, de parlementaire controle te beperkt, de centrale rol van de minister van VWS te ver doorgevoerd.15
Drie weken voor het Raad-van-State-advies, op de avond van 25 mei 2020, om 23:09 uur, stuurde een ambtenaar van VWS een e-mail aan een collega over de inbreng die minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken voor de wet zou leveren. In die e-mail bespreekt de auteur de argumenten waarmee de wet kan worden verdedigd, en de argumenten die liever niet hardop zullen worden gemeld. Vier zinnen ervan zijn na openbaarmaking onder de Wet open overheid de afgelopen tijd in het publieke debat opgedoken. Ze luiden, met de wegingen geredeneerd door iemand die het verhaal moet schrijven:
“Met die tijdelijkheid en die flexibiliteit zit het bij noodverordeningen wel goed. Tweede punt: die uitgangspunten hebben we niet. We centraliseren vrijwel volledig, maar verzwijgen dat, we ecarteren de veiligheidsregio’s, maar leggen niet uit waarom, het befaamde artikel II had nog geen letter toelichting […] en het minieme lokale rolletje van de burgemeester ten aanzien van een bevelsbevoegdheid over twee terrasstoelen in de binnenstad van Egmond-Binnen, wordt briljant toegelicht met de zin ‘De behoefte om op gemeentelijk niveau afwegingen te maken, wordt bij dit wetsvoorstel betrokken.’ […] (die zin was van mezelf en ik ben er nog trots op), daaronder kan namelijk alles volgen wat je maar wil! We produceren morgen wel wat zinnen.”16
Hier zit een ambtenaar in mei 2020 onder elkaar te erkennen dat de wet de veiligheidsregio’s terzijde schuift zonder uitleg, vrijwel volledig centraliseert zonder dat te benoemen, en burgemeesters een rolletje toebedeelt dat in zijn eigen woorden de afmetingen heeft van “twee terrasstoelen in de binnenstad van Egmond-Binnen”. En hij is trots op een sluitende formulering die juist die leegte verbergt: “daaronder kan namelijk alles volgen wat je maar wil”.
Het is een interne werkdiscussie van mensen die een presentatieprobleem hebben en zich hiervan bewust zijn. Maar het verandert hoe Mikkers’ verhoor moet worden gelezen. Want de “kikker in warm water” die hij beschreef, was tegelijkertijd onderwerp van een actieve communicatiestrategie waarin de afnemende rol van decentrale bestuurders bewust niet werd uitgelegd. Mikkers wist dat voor zover bekend, op dat moment niet. De commissie hield hem die wetenschap ook niet voor.
Op 1 december 2020 trad de Twm in werking. Op papier kreeg de burgemeester een deel van zijn bevoegdheid terug. In de praktijk werden de inhoudelijke maatregelen vastgesteld bij ministeriële regeling, en bleef de lokale beleidsruimte minimaal. Op 17 mei 2022 verwierp de Eerste Kamer de vijfde verlenging van de Twm, een laat democratisch verzet tegen het regime.17
Tegen die achtergrond is Mikkers’ verhoor eerlijk binnen wat hij zelf heeft kunnen waarnemen, en zwijgzaam over wat hij ofwel niet wist ofwel niet wilde zeggen. Hij sprak warm over Rutte’s “menselijke” reactie tijdens dat telefoontje van 9 maart. Hij sprak afkeurend over individuele OMT-leden die in talkshows hun mening gaven, “wat het voor bestuurders lastig maakte om de maatregelen uit te leggen”.18 Hij vertelde over de “drie koningen”. Hij sprak in metaforen als de katholieke “sociale onthouding”, de “kikker in warm water”, de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch waarmee hij het verhoor afsloot.
Op één vlak was hij ongebruikelijk transparant. De grens van duizend personen voor evenementen op 10 maart 2020? “Daar zit geen rationele beleving achter. […] Had het 500 kunnen zijn? Ja. Had het 1500 kunnen zijn? Ook ja.”19 Het was een toegegeven willekeur die een gestileerde herinnering niet zou hebben geproduceerd.
Op twee andere vlakken was hij merkbaar ontwijkend. Op de vraag of het gezag van het OMT ook voor andere voorzitters Veiligheidsregio’s was afgenomen: “Dat moet u aan die andere collega’s vragen, niet aan mij.”20 Op de vraag of het kabinet de zorgen van het Veiligheidsberaad over individuele OMT-mediaoptredens daadwerkelijk had opgepakt: “Eh dat weet ik niet. Ik weet niet met welk besef of met welke beleving ze dat advies of die reflectie hebben gewogen.”21 Allebei waren het momenten waarop een collectief oordeel dat hij eerder wel had uitgesproken plotseling individueel werd.
En op één belangrijk punt klopte zijn herinnering met het beeld in het OMT-advies van 8 maart 2020 niet helemaal. Op de vraag van de commissie of er die zondag in Uden over evenementen was gesproken, antwoordde hij: “Daar hebben we het niet over gehad. En ook tijdens 8 maart de presentatie van Kluytmans en Van Dissel ging toen voornamelijk niet over maatregelen, maar ging toen voornamelijk over wat is de situatie?”22 Het advies dat Van Dissel diezelfde dag aan VWS verstuurde, het 58e OMT COVID-19-advies, bevatte echter wel een expliciete passage over evenementen: “Op dit moment wordt er door de leden van het OMT niet geadviseerd om in Nederland grote evenementen af te gelasten, ook niet in Noord-Brabant.” En in een addendum stond opgesomd welke maatregelen wel effectief zouden zijn: onder andere “geen bijeenkomsten houden met meer dan 10 of meer dan 50 personen”, “sluiting van restaurants en bars”, “sluiting van scholen”.23
De wetenschappelijke optie van strenge contactbeperking lag dus al op de OMT-tafel op 8 maart. De Brabantse burgemeesters kozen op 10 maart voor een mildere variant (duizend personen) die het OMT niet had aanbevolen, maar ook niet had verboden. De commissie liet die paradox liggen.
Het verhoor van Mikkers leverde een goede chronologische reconstructie op van de Brabantse fase, een serie levendige anekdotes en een paar momenten van oprechte zelfkritiek. Het leverde nauwelijks inzicht op in de bestuurlijke architectuur waarin Mikkers en zijn collega’s na 25 maart 2020 opereerden. Voor een enquête die expliciet “lessen voor een volgende crisis” wil trekken, is dat een gemiste kans. Vijf observaties.
Ten eerste: de commissie confronteerde Mikkers niet met primaire stukken. Het OMT-advies van 8 maart 2020 werd globaal genoemd, maar nergens geciteerd. De brief van Knops aan alle burgemeesters van 25 maart 2020 kwam niet ter sprake. De aanwijzing van De Jonge aan de voorzitters Veiligheidsregio’s van 24 maart 2020 evenmin. Een effectief verhoor zou Mikkers de tekst voorhouden en vragen hoe hij die in maart 2020 las. De vorm “in uw eigen woorden, hoe hebt u het ontvangen?” levert iets anders op dan “vertelt u eens hoe het ging”.
Ten tweede: de commissie liet structurele vragen onbehandeld. Wat gebeurde er met de rol van de burgemeester en de voorzitter Veiligheidsregio op 23-25 maart 2020? Voelde Mikkers de overgang van initiator (10 maart, autonoom) naar uitvoerder (25 maart, onder aanwijzing) als versterking, als marginalisering, of als irrelevant? Hoe verklaart hij dat de Brabantse spoed van 10 maart in twee weken tijd opging in een centrale regie? De commissie stelde geen van deze vragen.
Ten derde: de commissie liet asymmetrieën liggen. Mikkers leverde stevige kritiek op individuele OMT-leden die “hun beredeneertrant publiekelijk neerlegden” alsof het OMT met één mond had moeten spreken. Een symmetrische tegenvraag: sprak het Veiligheidsberaad met één mond, en zo nee, wat zegt dat over uw eigen verwijt? Deze vraag werd niet gesteld. Op het terrein van rolzuiverheid hanteerde Mikkers strikte maatstaven voor anderen en milde voor zichzelf, en dat verschil bleef onaangetast staan.
Ten vierde: de commissie aanvaardde defensieve sluitingen. Op precies die punten waar Mikkers de meeste informatie had (over collectieve gevoelens in het Veiligheidsberaad, over de respons van het kabinet op klachten) gleed hij over op “dat moet u aan anderen vragen”. Een geoefend verhoor toont aan dat de getuige eerder wél een collectief oordeel uitsprak, en vraagt waarom hij zich nu terugtrekt.
Ten vijfde: de commissie liet hem het verhoor zelf framen. De afsluitende vraag over het derde paneel van Jeroen Bosch’ Tuin der Lusten, stelde Mikkers in staat het verhoor te eindigen met een algemene maatschappelijke vermaning over nuance en gesprek, in plaats van met een nauwgezet antwoord op een precies geformuleerde slotvraag van de commissie zelf. Het verhoor sloot af op zijn termen, niet op die van het onderzoek.
De achtergrond van dit verhoor in week twee met hoofdthema “begin van de pandemie” verklaart een deel van dit alles. Het verhoor moest plaats maken voor verhoren die later in het programma de bestuurlijke architectuur uitdiepen: Pieter-Jaap Aalbersberg als NCTV (op 5 juni 2026), Jaap van Dissel als OMT-voorzitter (zelfde dag), Ernst van Koesveld als DG Langdurige Zorg (op 3 juni). Maar precies daarom verdient Mikkers’ verhoor scherper te worden afgegrendeld. Want de structurele vraag: wie nam vanaf 25 maart 2020 feitelijk de beslissingen, met welke uitleg, met welke democratische controle? is de vraag die de hele enquête moet beantwoorden. Een eerste-week-verhoor met een sleutelfiguur uit de eerste twee weken van de crisis had die vraag op tafel kunnen leggen.
Mikkers verliet de Enquêtezaal die maandagmiddag met een reflectie over hemels gevoel en hellevuur. Zijn verhoor liet de meest hemelse bevinding ongezegd: dat de drie koningen voor twee weken het tempo hebben bepaald van een crisisrespons die daarna door anderen, op andere tafels, met andere woorden werd verder bestuurd. Een enquête die wil leren voor de volgende pandemie moet die overdracht boven tafel halen. Het verhoor van 1 juni 2026 was daarvoor niet het instrument.
Tweede Kamer der Staten-Generaal, “Openbare verhoren parlementaire enquêtecommissie Corona”, verhoorschema week 1 (29 mei – 5 juni 2026). Geraadpleegd via tweedekamer.nl en stichting-jas.nl, 2 juni 2026. ↩
Transcript openbaar verhoor Jack Mikkers, parlementaire enquêtecommissie Corona, 1 juni 2026. Aanwezig in dossier bij de commissie; livestream via Debat Direct, secondaire verslaggeving in Omroep Brabant (”Live | Corona-enquête: avondklok was ‘moeilijkste advies’ voor Mikkers”, 1 juni 2026) en NOS (”Bossche burgemeester Jack Mikkers getuigt voor enquêtecommissie Corona”, 1 juni 2026). ↩
Transcript Mikkers, 1 juni 2026, passage over besluitvorming 10 maart 2020. ↩
Wilco Looman, “Coronavirus stelde burgemeesters voor grootste uitdagingen ooit: ‘Het was twee minuten doodstil’”, Omroep Brabant, 24 juni 2020. ↩
Aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan voorzitters veiligheidsregio’s, 24 maart 2020, kenmerk 1666478-203555-PG. Gepubliceerd onder Wet open overheid in dossier VWS-WOO-05-93376 (open.minvws.nl). ↩
Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Raymond Knops) aan alle burgemeesters, “Impact Coronavirus”, 25 maart 2020, kenmerk 2020-0000145773. Gepubliceerd onder Wet open overheid in dossier VWS-WOO-05-93376. ↩
Transcript Mikkers, 1 juni 2026, passage over rol Veiligheidsberaad als “klankbord”. ↩
Tweede Kamer der Staten-Generaal, “Corona Crisisstructuur”, documentnr. 2023D37050. Het document beschrijft veertien interdepartementale en aangrenzende overleggen, hun voorzitters, secretarissen, periodes en deelnemers. ↩
Idem; specifiek pagina 2 (ACC-19) en pagina 11 (MCC-19). De ACC-19 had haar eerste vergadering op 11 juni 2020, de MCC-19 op 9 juni 2020. ↩
Parlement.com, biografie drs. H.W.M. (Dick) Schoof. Schoof was Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van 1 maart 2013 tot 16 november 2018, directeur-generaal AIVD van 16 november 2018 tot 1 maart 2020, en secretaris-generaal ministerie van Justitie en Veiligheid van 1 maart 2020 tot 29 mei 2024. ↩
E-mail van een directeur Ministerie van Justitie en Veiligheid, 7 januari 2021 15:00, onderwerp “Interbestuurlijke Klankbordgroep COVID-19”, documentpagina 59706. Gepubliceerd onder Wet open overheid. Aanvullend: dagboeknotities Jan van Zanen via janvanzanen.denhaag.nl, edities 24 augustus 2020, 16 november 2020, 11 januari 2021 en 13 december 2021. ↩
Idem e-mail 7 januari 2021. ↩
Nederlands Genootschap van Burgemeesters, “Gezamenlijke reactie op aangepast wetsvoorstel covid-19”, 18 augustus 2020 (burgemeesters.nl); en VNG, “Deel gemeentelijke inbreng in aangepast voorstel COVID-wet”, 5 oktober 2020 (vng.nl). ↩
Eerste Kamer der Staten-Generaal, dossier 35.526 Tijdelijke wet maatregelen Covid-19; tijdlijn wetsbehandeling. ↩
Afdeling advisering van de Raad van State, advies W13.20.0180/III, 17 juni 2020, samengevat via raadvanstate.nl, “Advies Raad van State over ‘Wet tijdelijke maatregelen covid-19’”. ↩
Interne e-mail VWS, “RE: Inbreng Ollongren”, 25 mei 2020, 23:09 uur. Auteur weggelakt onder artikel 5.1.2.e Woo; redactionele markers (10)(2e), (10)(2g) en (11)(1) zichtbaar in zinnen. Gepubliceerd onder Wet open overheid; passages zoals weergegeven boven. ↩
Wikipedia, “Tijdelijke wet maatregelen covid-19”, peildatum 1 juni 2026; gebaseerd op kamerstukken Eerste Kamer. ↩
Transcript Mikkers, 1 juni 2026, passage over OMT-leden in talkshows. ↩
Idem, passage over totstandkoming grens 1000 personen. ↩
Idem, antwoord op vraag of gezag OMT ook voor anderen daalde. ↩
Idem, antwoord op vraag of opmerkingen aan OMT/ministerie waren opgepakt. ↩
Idem, antwoord op vraag over evenementen-bespreking 8 maart 2020. ↩
Advies naar aanleiding van 58e OMT COVID-19, RIVM-CIb aan DG Volksgezondheid VWS, 8 maart 2020, kenmerk 0023/2020 LCI/JvD/to, ondertekend door prof. dr. J.T. van Dissel. Inclusief addendum met opsomming van effectieve beleidsmaatregelen. Gepubliceerd via rijksoverheid.nl. ↩
Aanvullende contextstukken die in dit artikel niet inline aangehaald maar wel relevant zijn: Veiligheidsberaad, “Dossier COVID-19” (veiligheidsberaad.nl); Tweede Kamer, “Evaluatie aanpak Covid-19 Deel 1: samenwerking Rijk-regio”, documentnr. 2021D49883 (waarin het kabinet erkent dat “bij de bestrijding van het coronavirus door de functionele keten beperkt gebruik [werd] gemaakt van de ervaring en de organisatiekracht van de VR’s”); Programmadirectie Nafase COVID-19, “Feitenreconstructie Tijdlijn: Maatregelen en persconferenties”, documentnr. 2023D37082.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.