Op de middelbare school werd ik aangespoord om deel te nemen aan een sociaal project. Het kwam erop neer dat ik bejaarde vrouwen moest gaan helpen met allerlei huishoudelijke klusjes. Niet zonder reserves stapte ik op mijn fiets en reed naar een hoge torenflat waar een oudere dame op mij wachtte.
De dame was gefortuneerd en ik begreep eigenlijk niet goed waarom uitgerekend zij nu juist hulp zou moeten krijgen. Het leek me echter rijkelijk laat om daar nu nog een punt van te maken. Hoe dan ook, ik kreeg de opdracht om alle kamers van de flat te zuigen. Dat waren er veel.
Terwijl de zin en vooral de onzin van mijn missie nog door mijn hoofd spookten kwam de dame naar mij toe. ‘Wilt u misschien een kopje koffie’ vroeg zij. ‘Graag’, antwoordde ik. Het leek mij een ongevaarlijk antwoord.
Na enige tijd kwam de dame terug en zette een kopje koffie voor mij neer op de tafel voor de openstaande balkondeuren. Zij maakte zich weer uit de voeten. Na een paar minuten nam ik een slokje koffie. Ik wist niet hoe gauw ik op het balkon moest komen en spuugde de koffie over de reling. Gelukkig stond er niemand onder het balkon.
De dame had in plaats van suiker, zout in mijn koffie gedaan. Vandaar mijn wanhoopsactie. Helaas gooide ik niet alleen de koffie over de reling maar ook het wedgwood kopje. Ik verstijfde van schrik.
Opeens stond de dame weer in de kamer. ‘Wil je misschien nog een kopje” vroeg zij met haar krakerige stem. Door de totale wanhoop waarin ik mij bevond gaf ik precies het verkeerde antwoord. ‘Ja graag mevrouw’. ‘Waar is je kopje’, vroeg de dame. Ik antwoordde ‘dat ik dat ook niet wist’. Dat antwoord bevredigde haar niet maar na een tijdje bracht zij mopperend een nieuw kopje koffie.
Ook dat kopje bevatte zout in plaats van suiker. Er zat niets anders op om dit afschuwelijke mengsel op te drinken. Snel vroeg ik om een glas water om uitdroging te voorkomen.
Na een uur mocht ik de werkzaamheden staken. De dame bleef maar mopperen. Uiteindelijk vond zij het ook wel een goed idee als ik op zou stappen en haar servies niet meer kon verdonkeremanen. Opgelucht stapte ik in de lift.
Beneden gekomen zag ik dat het oortje van het kopje pontificaal lag op het trottoir. Ik keek met een schuin oog naar boven en zag dat de oude dame naar mij zwaaide. Alsof er niets aan de hand was schopte ik het oortje onder een geparkeerde auto. Ik weet nog steeds niet of zij doorhad wat er gebeurde.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.