Logboek 2008/1 (Lagos>Corsica)
Puerto Caleta de Velez

Donderdag 03-04-2008
Zoals gisteren beloofd staat hiernaast een foto van de opgezette haaienkop, die ik gisteren in een rariteitenwinkeltje in Benalmádena op de kop tikte. Toch mooi? Er direct onder zie je aan de muur een apart beeldje. Het is uit zeehondenbot gesneden door een eskimo. Ik kocht het in 1990, toen ik de oostkust van Groenland bezocht. Het is een putilak, is me verteld. Er huist een kwade geest in. Als je hem verkoopt of weggeeft, dan neemt hij wraak en loopt het slecht met je af. Hoe het met die eskimo is afgelopen, weet ik niet. Toen we de boot inrichtten, vorig jaar, heb ik hem maar op de wand geschroefd. Nu waakt de geest van de haai dus over de geest van de putilak, zou je haast zeggen, en houdt hem in bedwang. Zo brengen wij veel betekenisloze onzin in de wereld. Op Internet heb ik overigens nooit iets gevonden over de putilak. Nadere informatie is welkom.
Vandaag varen we verder langs de Costa del Sol naar het oosten. De eerste twee uur zeilen we een mooi aan-de-winds koersje, daarna valt de wind dood neer (putilak?) en motoren we verder. We zitten uren te kijken naar de voorbijschuivende kust, naar Torremolinos en later naar Málaga. Daar landt iedere minuut een vliegtuig, ze komen laag over de baai aanvliegen. De zon schijnt stralend, ieder mijmert voor zich heen. Lord Byron is eveneens in zijn sas. Hij kwinkeleert en tureluurt vaak en langdurig, kennelijk vaart hij ook graag. De sneeuwbedekte bergtoppen, die ik eergisteren meende te zien, blijken toch uit louter kaalbleke rotsgesteenten te bestaan. De hoogste is de Santo Pitar, 1024 meter hoog. Om 15.00 uur leggen we aan aan de muelle de espero (wachtsteiger) van het visserhaventje Puerto de Calete de Velez. De steiger is bedekt met een dikke, wit uitgeslagen en stinkende laag uitwerpselen van meeuwen (zie foto hier) Dat heb je in vissershavens nu eenmaal. Een smerig, bedorven stuk vis bedekt met vliegen, schuif ik het water in. Na een uur is de oficina open, na het middagslaapje. Er is geen plaats voor ons maar we mogen aan de wachtsteiger overnachten. We kijken wat bedenkelijk, de stank is een mengeling van beschimmelde, ongewassen babyluiers en uilenzeik. Maar voor slechts 17 euro voor een overnachting moet je niet mopperen. (Benalmádena was met 28 euro overigens ook niet echt duur) Nu pas valt op dat op veel van de vissersbootjes om ons heen een dikke, plastic kerkuil is bevestigd om de meeuwen weg te jagen. We besluiten de boot in elk geval goed af te spuiten en onze schoenen op de steiger te laten. Met zorgvuldig richten van mijn onvolprezen Canopii-externe WiFi-antenne krijg ik zelfs hier een onbeveiligd draadloos netwerk en tik dit verslagje. We nemen een douche aan boord en gaan zo eens op de wal kijken. Terug naar boven


website maken