Logboek 2020/1 Naar Antarctica
Bark Europa, Esperanza Bay + Greenwich eiland

Zondag 08-03-2020
Gisteren bereiken we tegen half twee de Argentijnse basis Esperanza Base op het Trinity schiereiland dat vastzit aan het vasteland, een groep van zo’n twintig oranjerode gebouwen. We ankeren op de rede (foto hierboven); Een kade of een aanlegsteiger is er niet. Te wild water hier, waarschijnlijk. Zuidelijk van de basis en erboven ligt een lange, vuilwitte gletsjer die tot ver in het binnenland strekt. Later verneem ik dat er vliegtuigen op kunnen landen, zoals de grote Hercules. Dat is een behoorlijk zware jongen.
We varen met de zodiacs er naar toe. Aan de korte, wrakke steiger kunnen we niet aanleggen (foto hier), er drijft teveel ijs, maar wel aan de rotsen ernaast. Er staat een klein douanehuisje dat in gebruik is voor de verkoop van ansichten er rudimentaire souvenirs, want er komen twee keer per week cruiseschepen langs. De commandant en zijn aide de camp ontvangen ons. Ze zijn gekleed in een zachtblauw gekeurde jacks want militair tenue mag niet op Antarctica (foto hier). Hij vertelt dat er momenteel 63 mensen op de basis verblijven, wetenschappers en militairen, vaak met hun familie. Partners en echtgenoten hebben vaak een vak dat hier nut heeft, zoals tandarts, dokter of schoolmeester. Is er niet zo'n partner dan is er geen tandarts, maar een schoolmeester is er altijd want er wonen 14 kinderen. Vol trots vertelt hij dat Argentinië tientallen bases op het schiereiland heeft, die voor de helft het hele jaar bewoond zijn. Uiteraard om straks in 2048, als het huidige internationale verdrag over Antarctica afloopt, de Argentijnse claims te versterken.
We krijgen een rondleiding. Uiteraard gaan we eerst naar het primitieve huis van platte leistenen waar een deel van de expeditie van Nordenskjöld overwinterde in 1903 (foto hier). Daarnaast is een ‘openluchtmuseum’ van oude werktuigen en sneeuwvoertuigen. Overal in het rond en tussen de gebouwen staan groepen pinguins (2 foto's hier). Adélie- en Ezelspinguïns. Er zijn een paar containers met het opschrift ‘laboratory’ maar over de wetenschap die hier bedreven wordt vertelt de commandant niets. Ik heb de indruk dat het niet veel voorstelt. Wel leidt hij ons rond in het schooltje en de katholieke kapel van Franciscus van Asisie.
In het schooltje begint in mijn broekzak ineens mijn mobieltje te trillen. Er is hier WiFi! Het lukt zowaar om even met Anna te chatten. Wat doet me dat goed! Haar ook, meldt ze. En verder dat er intussen één dode in ons land is door het coronavirus. Dan is mijn batterij helaas leeg. Bij het douanehuisje stuur ik haar een ansichtkaart met een postzegel, die hier 10 dollar kost. De post schijnt er drie weken over te doen, dus ik zal waarschijnlijk al terug zijn als hij in de bus valt.
Terug aan boord. Op de thermometer zie ik dat het 20 graden Celsius is. Bij het praatje na het diner vertelt schipper Erik dat we vannacht Bransfield Straat zullen oversteken naar de Zuidelijke Shetlands. Daarmee vangen we de terugweg aan. Het is 82 mijlen naar onze volgende bestemming: Greenwich eiland. Om half zes lichten we het anker en zeilen op een lichte wind door de Antarctic Sound, dicht naast de gletsjers op de kust van het vasteland. Na het praatje vraagt de crew om vrijwilligers voor de wachten. Er zijn er genoeg dus laat ik het aan me voorbijgaan. Ik ben moe en ga om acht uur slapen. Als ik om half twaalf even ontwaak is er geen wind meer, we varen op de motoren. De rest van de nacht is vol verwarde dromen, over Leerdam, het ziekenhuis, een oude schoolvriend, de rijksweg A2 en nog veel meer. Wonderlijk.
Even na zes uur ben ik wakker en ga douchen. De andere hutgenoten slapen nog. Met zeebenen loop ik door de lange gang die onderdeks door de hele lengte van het schip voert (foto hier) met aan weerszijden de hutten, de sociale ruimtes en de kombuis. Ik ga eens aan dek kijken. Het is koud, windstil en mistig boven een grijze, rustige zee. De dekken zijn glad door bevriezing. Het is ondertussen tijd voor ontbijt. Ik schaar me in de rij bij de kombuis (foto hier).
Het is nog 8 mijlen naar Greenwich eiland, waar we anderhalf uur later ankeren ten zuiden van het kleine schiereiland Fort Point met op het eind een hoge rots. Die is onzichtbaar en de kust is een vage contour. Toch gaan we aan land want er is het nodige te zien. Gelukkig wordt de mist allengs minder. Er zijn tamelijk grote kolonie Adélie- en Ezelspinguïns (foto hieronder).
Er staat tussen al die ruiende pinguïns zelfs een paartje van de zeldzame Macaroni pinguins (foto hier). Die naam snap je wel als je op de foto ziet wat ze op hun kop hebben. het schijnt een tamelijk agressieve soort te zijn, maar ons laten ze met rust en wij hen. Het strand is van grote, gladde kiezelstenen. De branding doet ze met ratelend geluid rollen. Ook liggen er tientallen pelsrobben, die met verontwaardigd loeien protesteren als we langslopen. Op een enkel onbevrucht vrouwtje na zijn het mannetjes; hun vrouwtjes en jongen zijn op South Georgia achtergebleven.
Verderop komen we aan de basis van een grote gletsjer, die van bovenaf afdaalt naar het kiezelstrand. Daar kon je vijf jaar geleden niet lopen, zeggen de gidsen, het hele strand zat onder de gletsjertong. Nu heeft hij zich een tiental meters teruggetrokken (foto hier). Aan de ander kant is een enorme steenval, alsof er een explosie was. Grote en kleine rotsblokken liggen dooreen over een groot hellend veld tussen de andere zijde van de gletsjer en het strand. Dat was er vorig jaar ook al niet, zeggen de gidsen. Het is onduidelijk wat er gebeurd is. Met moeite klauteren we door het veld naar zee. We vinden tussen de blokken een grote, harde bal van oranje plastic. Met moéite bergen we de bal over de zijmorene van de gletsjer (foto hier) en nemen hem mee aan boord. Hij lijkt te zijn afgebroken van een of ander drijvend meetinstrument. Er staat OOM CYCOL FLOAT op en nog iets anders, dat ik vergat.
Om kwart voor twaalf lopen we langs het strand (foto hier) naar de zodiacs en keren terug aan boord. Het anker wordt gelicht en we varen naar het westen, naar een ander eiland van de Zuidelijke Shetlandsgroep: Livingston eiland met ervoor een klein eilandje met een baai: Half Moon eiland. Terug naar boven


website maken